> Small talk:
o Thema’s tijd van het jaar (kerst, carnaval etc)
o Weer
o “Heeft u het goed kunnen vinden?”, “Woont u in de buurt?”, “Bent u
op de fiets of met de auto gekomen?”
o “Heeft u muziek geluisterd onderweg hierheen?”
o Huisdieren
o Sporten/wandelen
> Jezelf voorstellen in je rol: “Ik ben … en ik werk bij het buurtteam”
> Informatie over het gesprek:
o Duur van het gesprek
o Privacy
o Meeschrijven of typen
o Of de cliënt ‘je’ of ‘u’ genoemd wilt worden
o Verwachtingen
> Van de cliënt én van jou
o Alleen antwoord geven waar je zelf op wilt.
> Voorinformatie: “ik heb doorgekregen dat je/u dit en dat…”
> Openingszin:
o “Wat kan ik voor u betekenen?”
o “Waar wilt u het vandaag over hebben?”
o “Wat zijn de belangrijkste dingen om vandaag te bespreken?”
Focus fase
> Kennis maken met de cliënt:
o Kern van het probleem -> aan de hand van de 7 leefgebieden:
1. Zingeving
2. Wonen
3. Financiën
4. Sociale relaties
5. Lichamelijke gezondheid
6. Psychische gezondheid (ook slapen)
7. Werk en activiteiten
> techniek: doorvragen met feit, gevoel en betekenis vragen.
> Afsluiten met samenvatten
Verdiepen
> Draaglasten in verhouding tot draagkrachten (hulpbronnen):