MARKETINGCOMMUNICATIE
Verschillende vormen van communicatie:
- Public relations: stelselmatig bevorderen van wederzijds begrip voor door
communicatie
- Reclame: overredende, wervende communicatie over merken of bedrijven
met gebruik van massamedia
- Voorlichting: bewust gegeven hulp bij menings- en besluitvorming door
middel van communicatie. (Belang van ontvanger staat voorop)
- Propaganda: gericht op het overbrengen van ideeen. (Overtuigen en
beinvloeden).
Geintegreerde benadering concerncommunicatie (imago organisatie)
interne communicatie (binnen organisatie)
marketingcommunicatie (verkoop)
Groei van belang communicatie: 1. Groei van dienstverlenende sector
2. Betere opleidingen medewerkers
3. Toename van fusies
4. Belang van publieke opinie
Encoderen: de boodschap omzetten in een code voor de ontvanger
Decoderen: omzetten van boodschap in gedachten
Redunantie: overbodige informatie
Het effect van communicatie wordt bepaald door de ontvanger en niet door de
zender.
Vormen van communicatie
Auditief Visueel
Verbaal Het gesproken woord Het geschreven woord
Non-verbaal Intonatie, pauze Gebarentaal, lichaamshouding
Interpersoonlijke communicatie: het directe contact tussen mensen
Massacommunicatie: openbare en voor iedereen toegankelijke communicatie via
technische media
, Verschillen tussen massa- en interpersoonlijke communicatie
Massacommunicatie Interpersoonlijke communicatie
Eenrichtingsverkeer Tweerichtingsverkeer
Zender heeft vrij goed indruk van
Zender heeft weinig zicht op effect effect
Niet aangepast aan individu Aan te passen aan individu
Goedkoop Relatief duur
Ontvanger wendt zich makkelijk af Ontvanger kan zich moeilijk afwenden
Bereikt veel mensen tegelijk Bereikt weinig mensen tegelijk
Gedragsverandering moeilijk te
realiseren Gedragsverandering is realiseerbaar
Plaats van communicatie in organisaties: 1. Lijndienst (ondersteuningsdienst)
2. Stafafdeling (adviserend)
Vier kerntaken van concerncommunicatie:
- Organiseren van algemene communicatie
- Afstemmen van de concerncommunicatie en marketingcommunicatie
- Bepalen van de inhoudelijke rode draad
- Vaststellen van visuele identiteit
Imago: het beeld dat de publieksgroepen hebben van de organisatie
Gewenst imago: het beeld dat de organisatie wil vestigen bij haar publieksgroepen
Voordelen van positief imago: 1. Voorsprong op concurrentie
2. Gewild bij sollicitanten
3. Vertrouwen bij beleggers en aandeelhouders
4. Minder problemen met consumentenorganisaties
Imago op verschillende niveaus:
1. Productniveau imago van het product bier
2. Merkniveau imago van het merk Heineken
3. Bedrijfsniveau imago van de onderneming Heineken
4. Brancheniveau imago van de sector bierbrouwers
5. Landniveau imago van het land van herkomst
6. Gebruikersniveau imago van de Heineken-drinkers
Factoren imagovorming: - eigen ervaringen
- informele, interpersoonlijke communicatie
- berichten in de media
- betaalde communicatie
Identiteit: wat de organisatie is en wat zij uitstraalt
Gewenste identiteit: het beeld dat de organisatie wil oproepen, wil zijn en uitstralen
Corporate identitymix
Persoonlijkheid: wat de organisatie karakteriseert, de kernwaarden.
Gedrag: het dagelijks handelen van de medewerkers (belangrijkste uiting van
persoonlijkheid).
, Communicatie: een geschikt middel om de persoonlijkheid van de organisatie te
uiten.
Symboliek: zorgt voor het beeld van de organisatie.
Identiteitsstructuren: 1. Brandend identity (zelfstandige communicatie)
2. Endorses identity (moederbedrijf blijft herkenbaar)
3. Monolitische identity (1 naam en 1 gezamenlijke stijl)
Huisstijl: zorgt voor herkenning, onderscheid en communicatie van kernwaarden
- Logo
- Kleur
- Typografie
- Fotobeleid
Doel interne communicatie: informeren en motiveren
Interne publieksgroepen: - directie
- management
- leidinggevenden
- medewerkers
- ondernemingsraad
Soorten interne communicatie: - taakinformatie (werkinstructies)
- beleidsinformatie (strategie en plannen)
- P&O-informatie (procedures en regelingen)
- motiverende informatie (enthousiast maken)
Verticale communicatie: de communicatie tussen medewerkers met verschillende
posities in de organisaties
- top down communicatie
- bottom up communicatie
Horizontale communicatie: de communicatie tussen medewerkers met dezelfde
positie
Diagonale communicatie: de communicatie tussen verschillende posities en
functies binnen de organisatie want niet horizontaal of verticaal verloopt
Parallelle communicatie: communicatie die rechtstreek naar alle medewerkers gaat
Organisatiecultuur: de manier waarop de organisatie dingen daar binnen doet.
1. Normen en waarden
2. Rituelen
3. Symbolen
4. Helden en antihelden
Verschillende vormen van communicatie:
- Public relations: stelselmatig bevorderen van wederzijds begrip voor door
communicatie
- Reclame: overredende, wervende communicatie over merken of bedrijven
met gebruik van massamedia
- Voorlichting: bewust gegeven hulp bij menings- en besluitvorming door
middel van communicatie. (Belang van ontvanger staat voorop)
- Propaganda: gericht op het overbrengen van ideeen. (Overtuigen en
beinvloeden).
Geintegreerde benadering concerncommunicatie (imago organisatie)
interne communicatie (binnen organisatie)
marketingcommunicatie (verkoop)
Groei van belang communicatie: 1. Groei van dienstverlenende sector
2. Betere opleidingen medewerkers
3. Toename van fusies
4. Belang van publieke opinie
Encoderen: de boodschap omzetten in een code voor de ontvanger
Decoderen: omzetten van boodschap in gedachten
Redunantie: overbodige informatie
Het effect van communicatie wordt bepaald door de ontvanger en niet door de
zender.
Vormen van communicatie
Auditief Visueel
Verbaal Het gesproken woord Het geschreven woord
Non-verbaal Intonatie, pauze Gebarentaal, lichaamshouding
Interpersoonlijke communicatie: het directe contact tussen mensen
Massacommunicatie: openbare en voor iedereen toegankelijke communicatie via
technische media
, Verschillen tussen massa- en interpersoonlijke communicatie
Massacommunicatie Interpersoonlijke communicatie
Eenrichtingsverkeer Tweerichtingsverkeer
Zender heeft vrij goed indruk van
Zender heeft weinig zicht op effect effect
Niet aangepast aan individu Aan te passen aan individu
Goedkoop Relatief duur
Ontvanger wendt zich makkelijk af Ontvanger kan zich moeilijk afwenden
Bereikt veel mensen tegelijk Bereikt weinig mensen tegelijk
Gedragsverandering moeilijk te
realiseren Gedragsverandering is realiseerbaar
Plaats van communicatie in organisaties: 1. Lijndienst (ondersteuningsdienst)
2. Stafafdeling (adviserend)
Vier kerntaken van concerncommunicatie:
- Organiseren van algemene communicatie
- Afstemmen van de concerncommunicatie en marketingcommunicatie
- Bepalen van de inhoudelijke rode draad
- Vaststellen van visuele identiteit
Imago: het beeld dat de publieksgroepen hebben van de organisatie
Gewenst imago: het beeld dat de organisatie wil vestigen bij haar publieksgroepen
Voordelen van positief imago: 1. Voorsprong op concurrentie
2. Gewild bij sollicitanten
3. Vertrouwen bij beleggers en aandeelhouders
4. Minder problemen met consumentenorganisaties
Imago op verschillende niveaus:
1. Productniveau imago van het product bier
2. Merkniveau imago van het merk Heineken
3. Bedrijfsniveau imago van de onderneming Heineken
4. Brancheniveau imago van de sector bierbrouwers
5. Landniveau imago van het land van herkomst
6. Gebruikersniveau imago van de Heineken-drinkers
Factoren imagovorming: - eigen ervaringen
- informele, interpersoonlijke communicatie
- berichten in de media
- betaalde communicatie
Identiteit: wat de organisatie is en wat zij uitstraalt
Gewenste identiteit: het beeld dat de organisatie wil oproepen, wil zijn en uitstralen
Corporate identitymix
Persoonlijkheid: wat de organisatie karakteriseert, de kernwaarden.
Gedrag: het dagelijks handelen van de medewerkers (belangrijkste uiting van
persoonlijkheid).
, Communicatie: een geschikt middel om de persoonlijkheid van de organisatie te
uiten.
Symboliek: zorgt voor het beeld van de organisatie.
Identiteitsstructuren: 1. Brandend identity (zelfstandige communicatie)
2. Endorses identity (moederbedrijf blijft herkenbaar)
3. Monolitische identity (1 naam en 1 gezamenlijke stijl)
Huisstijl: zorgt voor herkenning, onderscheid en communicatie van kernwaarden
- Logo
- Kleur
- Typografie
- Fotobeleid
Doel interne communicatie: informeren en motiveren
Interne publieksgroepen: - directie
- management
- leidinggevenden
- medewerkers
- ondernemingsraad
Soorten interne communicatie: - taakinformatie (werkinstructies)
- beleidsinformatie (strategie en plannen)
- P&O-informatie (procedures en regelingen)
- motiverende informatie (enthousiast maken)
Verticale communicatie: de communicatie tussen medewerkers met verschillende
posities in de organisaties
- top down communicatie
- bottom up communicatie
Horizontale communicatie: de communicatie tussen medewerkers met dezelfde
positie
Diagonale communicatie: de communicatie tussen verschillende posities en
functies binnen de organisatie want niet horizontaal of verticaal verloopt
Parallelle communicatie: communicatie die rechtstreek naar alle medewerkers gaat
Organisatiecultuur: de manier waarop de organisatie dingen daar binnen doet.
1. Normen en waarden
2. Rituelen
3. Symbolen
4. Helden en antihelden