4.1 Lichamelijke ontwikkeling:
Begrippen 4.1
Reflex bewegingen : de eerste bewegingen die een baby maakt zijn de
reflexbewegingen. Een reflex is een onbewuste beweging door een prikkel. Reflexen
worden vervangen naar enkele maanden worden het bewuste bewegingen.
Zuigreflex: is een belangrijk reflex om te kunnen overleven. Want het zuigreflex
zorgt ervoor dat de baby kan drinken uit een flesje of uit de borst van de moeder. Het
zuigreflex zorgt ervoor dat de baby niet hoeft te leren drinken.
Zoekreflex: het zoek reflex helpt het zuigreflex. Wanneer je met een hand over de
wang van een baby gaat. Zoekt de baby automatisch naar voedsel. Dit is het
zoekreflex
Grijpreflex: als je de je vinger in de handpalm van een baby legt dan reageert de
baby hier op door er in te knijpen dit heet het grijp reflex
Loopreflex: als je een baby met zijn voeten op de een vlak stuk neer legt dan gaat
de baby automatisch zijn loopreflex starten. Hij kan dan nog niet lopen !.
Motoriek: hoe ouder een baby word hoe meer controle de baby krijgt over zijn
spieren. Dit systeem gaat van boven naar beneden de motoriek loopt van grof naar
fijn. De fijne motoriek loopt van binnen naar buiten
Mijlpalen: de mijlpalen zijn fases waar een baby doorloopt. Om te kijken of de
ontwikkelingen goed verlopen.
Objectfixatie: als de ogen kunnen richten op een voorwerp of gezicht dan heeft de
baby objectfixatie dit kan de baby wanneer hij of zij 3 jaar oud is.
, Sensomotorische ontwikkeling: de sensomotorische ontwikkeling is een theorie
van Jean Piaget. Dit is van 0 – 2 jaar. En hier bedoelen we mee dat de motoriek en
zintuigen van de baby een systeem vormen.
Oog- hand coördinatie: bij de oog- hand coördinatie werken de oog en hand
samen. Dit doe je bijvoorbeeld een blokje in de box te leggen en als een baby hier
naar grijpt met zijn hand en hij houd het voor zijn ogen dan heeft de baby oog hand
coördinatie
Zintuigen: deze zintuigen heeft een baby direct na de geboorte
- Reuk
- Gehoor
- Zien
- Tastzin
4.2 Cognitieve ontwikkeling:
Hoe leert een baby ?: een baby leert denken door zien, horen, proeven, ruiken en
aanraken. Dus de baby leert door zijn zintuigen. Na dit kan de baby de ervaring
koppelen aan een reactie. Zie het volgende schema.
Klassieke Instrumenteel Latent leren Imitatieleren
conditionering leren
Een baby leert als Bij deze vorm leert De baby leert bij De baby leert dan
hij of zij een flesje de baby dat hij of latent leren de ander na te
ziet dat hij of zij zij een reactie ongemerkt. Door appen (nadoen) de
drinken krijgt uitlokt. iets mee te maken baby doet de
Bijvoorbeeld dat (te ervaren) ander volledig na
een baby huilt en bijvoorbeeld: als je
dan weet de baby een stapel blokjes
dat mama komt omgooit hoor je
geluid
Objectpermanentie: een kind tussen de 8 en 12 maanden heeft het vermogen een
beeld in het geheugen vast te houden zonder het te zien. Het kind kan dan beelden
of voorwerpen of personen opslaan in het geheugen. Ook als het er niet is.
Slapen:
Voldoende slaap is zeer belangrijk voor de ontwikkeling. Als een baby niet goed
slaapt dan loopt de ontwikkeling van bijna alles achter. Bijvoorbeeld humeur of de
ontwikkeling van de hersenen.