1
, 2 Verbintenissenrecht – De
overeenkomst
Een overeenkomst kan omschreven worden als een afspraak door twee of meer
partijen, die juridisch relevant zijn.
Uit een overeenkomst vloeien rechten en plichten. In het recht worden deze
rechten en plichten verbintenissen genoemd. Een verbintenis wordt meestal
gedefinieerd als een rechtsbetrekking tussen twee of meer partijen, op grond
waarvan de ene partij tegenover de andere partij tot handelen of nalaten
verplicht is, terwijl die ander recht heeft op het handelen of nalaten. Dit wordt
ook wel een obligatoire of verbintenisscheppende overeenkomst genoemd. Ook
bestaat er de wederkerige overeenkomst, waarbij iedere partij zowel een recht
als een plicht heeft. Daarnaast is er nog de eenzijdige obligatoire overeenkomst,
waar maar een partij hoeft te handelen of nalaten (zoals het opzetten van een
testament).
Belangrijk: een verbintenis is niet altijd een overeenkomst. Zo is de
onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) ook een verbintenis, maar geen
overeenkomst in de zin van een aanbod en aanvaarding.
Wanneer ontstaat een overeenkomst?
Art. 6:217 BW: een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de
aanvaarding er van.
Toch is het mogelijk als aanbieder om je bod in te trekken. Dat kan ten eerste als
het bod nog niet aanvaard is (art. 6:219 lid 2 BW) of wanneer het bod niet
onherroepelijk is (art. 6:219 lid 1 BW).
Er ontstaat geen overeenkomst als er geen aanbod, maar een uitnodiging tot het
doen van een aanbod wordt gedaan.
Daarnaast moet ook de wilsverklaring van beide partijen met elkaar
overeenstemmen (art. 3:33 BW). Dat wil zeggen dat de wil en de verklaring gelijk
aan elkaar zijn.
En toch geen overeenkomst?
‘Mijn wil was niet overeenkomstig met mijn verklaring’
Bij een wilsdefect wordt er gesteld dat wat verklaard is, helemaal niet gewild is
door de desbetreffende partij en daarom kan er ook geen overeenkomst zijn
ontstaan, ook al zou de andere partij dat wel gedacht hebben.
In een dergelijk geval is er een discrepantie tussen de wil en verklaring van een
van de partijen. Dan kan overigens alsnog een overeenkomst gesloten worden,
als in redelijkheid er gezegd kan worden dat er geen reden was om aan de wil en
2