P1
Na de eerste wereldoorlog waren veel Duitsers boos over het Verdrag van Versailles, er waren
namelijk grote stukken land en koloniën kwijtgeraakt, ook een schadevergoeding (herstelbetaling)
eiste de geallieerden. De Duitse economie herstelde hierdoor langzaam van de oorlog en de
werkeloosheid was hoog.
De democratische regering had moeite die problemen op te lossen. Het volk was bang voor een
nieuw communistische revolutie in Duitsland. Ze vreesden hun bezittingen en vrijheid te verliezen. In
1920 werd de nationaalsocialistische Duitse arbeiderspartij (NSDAP) opgericht. Adolf Hitler werd daar
al gauw de leider van, hij combineerde het fascisme (van Mussolini) met racisme en antisemitisme
(Jodenhaat). De Nazi’s hadden de volgende ideeën:
Eén partij en één leider. Een leider die alle macht heeft en die weet wat het volk wil. Volgens
hen kon alleen zo’n leider problemen oplossen. In een democratie zou dat niet lukken, omdat
verschillende partijen het steeds oneens waren.
Nationalisme, alle Duitsers moesten samen één grote, sterke en welvarende staat vormen.
Militarisme, in een oorlog konden mensen zich bewijzen en leiderschap tonen.
Anticommunisme, eenheid van het Duitse volk. Fel tegen de communistische klassenstrijd en
Duitse ondernemers en arbeiders moesten eensgezind zijn.
Racisme en antisemitisme, de nazi’s geloofden dat zij Germanen waren. Dit ras mocht niet
worden verzwakt door vermenging met zogenaamd ‘lagere’ mensensoorten, zoals joden en
Roma en Sinti.
De NSDAP was opgericht in 1920 en bleef tot 1929 een kleine partij. Hitler beloofde de Duitsers een
einde te maken aan de (economische) crisis, de werkloosheid en Versailles. Velen Duitsers zagen zo’n
aanpak wel zitten en stemden op Hitler. De nazi’s gebruikten ook propaganda via de radio om hun
ideeën te verspreiden, zelfs partijleden marcheerde regelmatig in uniform op straat om hun macht te
laten zien.
Bij de parlementsverkiezingen in juli 1932 werd de NSDAP de grootste partij van Duitsland. Op 30
januari 1933 werd Hitler benoemd tot rijkskanselier (een soort minister-president). Op het Rijksdag,
het parlementsgebouw in Berlijn, in brand gestoken. Hitler gaf de schuld aan de communisten. Hij
pakte dit gelijk aan door vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid af te schaffen. Hij liet het
parlement stemmen over een machtingswet dat de macht gaf om zonder het parlement te regeren.
Door parlementsleden te bedreigen en op te sluiten kreeg hij voldoende stemmen. Maart 1933 had
hij alle macht in Duitsland.
Hij verbood alle politieke partijen, politieke tegenstander zoals communisten en journalisten liet hij
hen opsluiten in concentratiekampen. Om burgers te controleren of ze joods/communistisch waren,
zette Hitler de geheime dienst, politie en knokploegen in. Ook hadden ze de volledige controle over
wat er in de inhoud stond van media’s. Kunstenaars mochten alleen werken als ze lid waren van een
nationaalsocialistische beroepsorganisatie. Jeugdvereniging en vakbonden konden jongeren alleen
meedoen door lid te worden van een nationaalsocialistische jeugdvereniging: de Hitlerjugend.
Kinderen leerde met behulp van indoctrinatie dat de nazi-ideeën de enige juiste waren. Jongens
werden voorbereid op het soldatenleven en meisjes, koken, verplegen en kinderen verzorgen.
Duitsland werd nu officieel een totalitaire staat.
, Toch waren Duitsers tevreden met Hitler, de Duitse economie herstelde door te stoppen met het
herstelbetalingen, de dienstplicht in te voeren en het leger weer op te bouwen. Er kwamen meer
tanks, marineschepen...etc. Alle mannen boven de 18 moesten een halfjaar in een arbeidskamp
werken, zoals snelwegen aanleggen of in een oorlogsindustrie. Vrouwen werden ontslagen, ze
mochten huishouden of in een naziorganisatie voor vrouwen en meisjes. De werkloosheid was toen
in 1936 minder dan 7%, dan toen in 1933 met 30%.
P2
Vanaf 1933 vergrootte Hitler de macht van Duitsland in drie stappen:
Hij begon met het grotendeels terugdraaien van het verdrag van Versailles, dit deed hij door
in 1936 alsnog soldaten in het Rijnland te hebben en maakte hij het leger sterker dan was
toegestaan
Hij begon met de uitbreiding van het Duitse Rijk, met als doel alle Duitssprekenden landen
toe te voegen. Hitler stuurde troepen naar Oostenrijk, al gauw deed Oostenrijk mee. Ook
wou Hitler Sudetenland (een Duitstalige gedeelte van Tsjecho-Slowakije). Het was een
belangrijk industriegebied en Fr en de G-B hadden beloofd om ze te steunen in geval voor
aanval. Maar ze wouden oorlog zo ver mogelijk vermijden.
In september 1938, was er een conferentie in München dat Hitler het Sudetenland gebied
kreeg, maar niet meer landen mocht gaan aanvallen.
Maar terwijl dit gebeurde, was er al jaren terug een plan gemaakt van Hitler om delen van
Europa te veroveren. Duitsland had geen koloniaal rijk meer en hoopte Oost-Europa te
veroveren voor grondstoffen en goedkope arbeidskrachten. Om sterk te staan sloot hij
verdragen. Hij deed dit eerst met Mussolini, zodat hun landen de asmogendheden werden
benoemd. Hij sloot met Stalin een niet-aanvalsverdrag. Ze werden geen bondgenoten, maar
ze beloofde elkaar niet aan te vallen en kregen allebei een deel van Polen als ze die hadden
bezet. Zo had Hitler geen last meer van belangrijke vijanden.
Hitler kon nu zijn veroveringstocht beginnen. Hij viel eerst Midden- en Oost-Europa aan. Duitsland
had toen al heel Tsjecho-Slowakije ingenomen, maar dit was tegen de afspraken volgens de
conferentie in München. G-B en FR waren bang voor oorlog, ze vielen daarom ook niet aan. Maar
toen Hitler Polen binnenviel, begrepen G-B en FR dat oorlog onvermijdelijk was. Hitler richtte zich nu
op Noord- en West-Europa. Zo werd ook NL bezet. Met bombardementen probeerde Hitler ook G-B
tot overgave te dwingen, maar de Britten hielden stand. Daarop veranderde Hitler zijn plannen: in
juni 1941 viel hij toen de Sovjet-Unie aan, omdat hij graan, olie nodig had en het communisme wilde
verslaan.
De oorlog breidde zich verder uit in Azië, voor 1939 stichtte Japan een koloniaal rijk. Het land sloot
zich toen aan bij de asmogendheden in 1940. Japan overviel toen de Amerikaanse marinebasis (Pearl
Harbor) aan. Nu kon Japan ongehinderd grote delen van Zuid-Azië veroveren, maar dit betekende ook
dat de VS meedeed aan de oorlog.
Ook NL-IN werd bezet, Nederlandse soldaten werden naar werkkampen gebracht, ze moesten daar in
mijnen werken en spoorwegen bouwen. Europese burgers moesten in interneringskampen
gevangengezet waar zij moesten overleven. De geallieerden stonden nu zwak.