Vraag 1 - Het hanteren van wetten, regelingen en wettenbundels
1. Zoek aan de hand van de systematische methode de wet op waarin het bezitten van
een middel als heroïne verboden wordt.
2. Wat is de citeertitel van deze wet? In welk wetsartikel staat deze citeertitel vermeld?
3. Hoe luidt het opschrift van deze wet?
4. Hoe luidt de aanhef van deze wet?
5. Hoe luidt de considerans van deze wet?
6. Welke artikelen behoren tot het corpus van deze wet?
Vraag 2 - Het hanteren van wetten, regelingen en wettenbundels
Hoe moeten de volgende artikelen worden geciteerd? Geef ook steeds de juiste afkorting
van de wet aan.
1. Artikel 74 van het zesde boek van het Burgerlijk Wetboek.
2. Artikel 941, het vierde lid van het zevende boek van het Burgerlijk Wetboek
3. Artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht
4. Artikel 56 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
5. Artikel 1 van het eerste hoofdstuk van de Algemene wet bestuursrecht
6. De vijfde afdeling van de eerste titel van het zesde boek van het Burgerlijk Wetboek
Vraag 3 – Het hanteren van wetten, regelingen en wettenbundels
1. Zoek met behulp van de registermethode het wetsartikel op waarin de
arbeidsovereenkomst is gedefinieerd. Laat duidelijk de weg zien die je hebt
bewandeld om bij het artikel uit te komen.
2. Leg de gelaagde structuur van het BW uit aan de hand van de arbeidsovereenkomst
en boeken 3 en 6 BW.
Vraag 4 – Het hanteren van wetten, regelingen en wettenbundels
Uit het nieuwsbericht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties blijkt
dat de informatie over mensen die worden bedreigd of een persoonlijk risico lopen, wordt
afgeschermd in het kadaster. Zoek in je wettenbundel eerst de kadasterwet op.
1. Wat is het opschrift van deze wet? Het artikel komt uit 2018; is de Kadasterwet
daarna nog gewijzigd? Geef aan waar je het antwoord hebt gevonden
2. Wat is de aanhef van deze wet?
3. Wat is de considerans van deze wet?
4. Is deze wet, gezien de aanhef, een wet in formele zin? Motiveer je antwoord.
5. Wat is de citeertitel van deze wet? In welk wetsartikel (incl. lid) staat deze citeertitel
vermeld?
6. Uit welk wetsartikel (incl. lid) blijkt wanneer de wet in werking treedt? Wanneer is
dat blijkens dit wetsartikel het geval?