Literatuursamenvatting
Psychology of advertising
Bachelor Psychologie
2025-2026
Voorwoord
Beste student psychologie,
Voor je ligt een samenvatting van het vak ‘psychology of advertising”. Ik heb de
belangrijkste studiestof voor je samengevat. Zo kun jij zo prettig mogelijk
studeren. Ik wens je alvast veel succes met studeren en natuurlijk met het
behalen van al jouw studiepunten!
Samen studeren werkt natuurlijk goed. Wijs jouw vrienden daarom ook vooral
op mijn samenvattingen. Nadruk en het delen van de samenvatting met
derden is uiteraard verboden. Als je wilt dat ik in staat blijf de samenvattingen
en oefentoetsen aan te bieden, geef deze samenvatting dan niet aan derden en
laat jouw studiegenoten zelf een exemplaar aanschaffen. Groetjes, Luna.
P.S. De samenvatting is geschreven naar eigen inzicht van de auteur. Het is en
blijft een samenvatting, die als aanvulling op de verplichte literatuur gezien
moet worden en geen vervanging is van de verplichte lesstof
, Inhoud
Week 1: Introduction: sending and receiving (CH 1&2)
Week 2: How advertising affects consumer memory (CH 3)
Week 3: Forming attitudes towards products (CH 4) (Lecturer: Dr. Ambra Brizi)
Week 4: Principles of persuasion and attitude change (CH 5)
Week 5: How advertising influences buying behavior (CH 6)
Week 6: Guest lecture: Trudelies van der Poel (No chapter)
Week 7: Social influence principles & Online advertising (CH 7&8)
, Psychology of advertising
College 1- Introduction: sending and receiving
Advertising: any form of paid communication by an identified sponsor aimed to inform
and/or persuade target audiences about an organization, product, service or idea.
Functies van advertisement
1. Bepaalde programma’s kunnen plaatsvinden omdat ze worden gesponsord door een
bedrijf
2. Meer werk voor werknemers
3. Het kan een informatieve functie hebben
4. Persuation functie: attitude veranderen en gedrag
Effects of advertising
C: cognitive
- Herkennen en onthouden van het product
- Beliefs/thoughts over het product
A: affective
- Product liking
- Emotionele reactie en dit linken aan het product
B: behavioral
- Intentie van iets kopen
- Het product kopen
Hierarchie van effecten: DAGMAR
Defining
- unaware
Advertising
- aware
Goal
- comprehension and image
Measured
- attitude
Advertising
- attitude
Result
- action
FCB grid
- We hebben stappen, maar het hangt af van het product welke stappen je eerst neemt
- Verschillende volgorden van de drie werkwoorden: do-think-feel
- Veel betrokkenheid en weinig betrokkenheid
- De twee assen: high involvement/low involvement en feel/think
Processing van advertisement berichten
Vier fasen
1. Preattentive processing - Mensen scannen de omgeving
2. Focal attention - als je aandacht ergens voor hebt kijk je naar de stimulus
3. Comprehension – het product wel of niet begrijpen
, 4. Elaborative reasoning – meer of verder aan het product denken
Preattentive processing
Je komt toevallig en onbewust in contact met de reclame
Er is nog steeds een invloed op je gedrag
1. Perceptueel/conceptueel processing
Perceptueel: je ziet alleen de fysieke eigenschappen, kleuren en contouren. Als het
product een beetje afwijkt van hoe het er eerst uitzag weten mensen het niet te
herkennen.
Conceptueel: begrijpen waar het product voor wordt gebruikt. Dit heeft meer
invloed op het koopgedrag en als het product een beetje afwijkt van hoe het er
normaal uitzag herkennen mensen het nog steeds.
2. Hedonic Fluency: hoe makkelijk je bepaalde stimuli processed
1.1 perceptueel: als het makkelijk is (bijvoorbeeld makkelijk leesbaar lettertype),
is het vloeiender en hebben we een positiever idee bij het product en daardoor
vinden we het leuker
1.2 conceptueel: als het idee van het product klopt bij degene die het aanbiedt of
hoe het product wordt aangeboden
3. Mere exposure effect: hoe vaker je iets ziet, hoe leuker je het vindt omdat je er een
positief idee bij hebt
Focal attention
Nadat je een stimulus doorhebt breng je het naar je bewustzijn waar het wordt geidentificeerd
en gecategoriseerd.
1. Vrijwillige aandacht: je hebt motivatie nodig en je moet niet afgeleid worden of
tijdsdruk hebben
2. Onvrijwillig aandacht: stimuli moet zo opvallend zijn dat zelfs als mensen niet
gemotiveerd zijn, trekken ze nog de aandacht
- Salience: de mate waarin een stimulus anders is dan de omgeving
- Vividness: ze hoeven niet op te vallen zoals salience die afhankelijk is van de
omgeving, maar ze vallen op omdat ze emotioneel zijn en de betrokkene raken en
concreet zijn
- Novelty: informatie geven die nog niet bekend is bij de mensen, omdat je er dan meer
op gaat letten. Het is een soort verrassing waardoor mensen er meer over na gaan
denken omdat ze dingen willen weten en begrijpen
Comprehension
Het is belangrijk om de reclame of message te begrijpen, maar het is niet altijd nodig om
volledig begrip te hebben.
- Truth effect of advertising: mensen accepteren snel informatie en als er “dure”
woorden worden gebruikt bij bijvoorbeeld make-up dan geloven mensen het sneller.
Elaborative reasoning
De stimulus wordt gelinkt aan de eerder geleerde informatie in het brein
1. Extent of thinking: hoe diep denk je na over het product
2. Hoe negatief of positief je denkt over het product
3. Object of thinking: waar denk je aan bij het zien van een advertisement
- Self-schema: de manier waarop mensen zichzelf zien (normen en waarden). Als het
product meer overlapt met je self-schema, dan zie je het product als positiever
- Meta-cognitie: denken over wat je denkt, je reflecteert op je eigen gedrag
Psychology of advertising
Bachelor Psychologie
2025-2026
Voorwoord
Beste student psychologie,
Voor je ligt een samenvatting van het vak ‘psychology of advertising”. Ik heb de
belangrijkste studiestof voor je samengevat. Zo kun jij zo prettig mogelijk
studeren. Ik wens je alvast veel succes met studeren en natuurlijk met het
behalen van al jouw studiepunten!
Samen studeren werkt natuurlijk goed. Wijs jouw vrienden daarom ook vooral
op mijn samenvattingen. Nadruk en het delen van de samenvatting met
derden is uiteraard verboden. Als je wilt dat ik in staat blijf de samenvattingen
en oefentoetsen aan te bieden, geef deze samenvatting dan niet aan derden en
laat jouw studiegenoten zelf een exemplaar aanschaffen. Groetjes, Luna.
P.S. De samenvatting is geschreven naar eigen inzicht van de auteur. Het is en
blijft een samenvatting, die als aanvulling op de verplichte literatuur gezien
moet worden en geen vervanging is van de verplichte lesstof
, Inhoud
Week 1: Introduction: sending and receiving (CH 1&2)
Week 2: How advertising affects consumer memory (CH 3)
Week 3: Forming attitudes towards products (CH 4) (Lecturer: Dr. Ambra Brizi)
Week 4: Principles of persuasion and attitude change (CH 5)
Week 5: How advertising influences buying behavior (CH 6)
Week 6: Guest lecture: Trudelies van der Poel (No chapter)
Week 7: Social influence principles & Online advertising (CH 7&8)
, Psychology of advertising
College 1- Introduction: sending and receiving
Advertising: any form of paid communication by an identified sponsor aimed to inform
and/or persuade target audiences about an organization, product, service or idea.
Functies van advertisement
1. Bepaalde programma’s kunnen plaatsvinden omdat ze worden gesponsord door een
bedrijf
2. Meer werk voor werknemers
3. Het kan een informatieve functie hebben
4. Persuation functie: attitude veranderen en gedrag
Effects of advertising
C: cognitive
- Herkennen en onthouden van het product
- Beliefs/thoughts over het product
A: affective
- Product liking
- Emotionele reactie en dit linken aan het product
B: behavioral
- Intentie van iets kopen
- Het product kopen
Hierarchie van effecten: DAGMAR
Defining
- unaware
Advertising
- aware
Goal
- comprehension and image
Measured
- attitude
Advertising
- attitude
Result
- action
FCB grid
- We hebben stappen, maar het hangt af van het product welke stappen je eerst neemt
- Verschillende volgorden van de drie werkwoorden: do-think-feel
- Veel betrokkenheid en weinig betrokkenheid
- De twee assen: high involvement/low involvement en feel/think
Processing van advertisement berichten
Vier fasen
1. Preattentive processing - Mensen scannen de omgeving
2. Focal attention - als je aandacht ergens voor hebt kijk je naar de stimulus
3. Comprehension – het product wel of niet begrijpen
, 4. Elaborative reasoning – meer of verder aan het product denken
Preattentive processing
Je komt toevallig en onbewust in contact met de reclame
Er is nog steeds een invloed op je gedrag
1. Perceptueel/conceptueel processing
Perceptueel: je ziet alleen de fysieke eigenschappen, kleuren en contouren. Als het
product een beetje afwijkt van hoe het er eerst uitzag weten mensen het niet te
herkennen.
Conceptueel: begrijpen waar het product voor wordt gebruikt. Dit heeft meer
invloed op het koopgedrag en als het product een beetje afwijkt van hoe het er
normaal uitzag herkennen mensen het nog steeds.
2. Hedonic Fluency: hoe makkelijk je bepaalde stimuli processed
1.1 perceptueel: als het makkelijk is (bijvoorbeeld makkelijk leesbaar lettertype),
is het vloeiender en hebben we een positiever idee bij het product en daardoor
vinden we het leuker
1.2 conceptueel: als het idee van het product klopt bij degene die het aanbiedt of
hoe het product wordt aangeboden
3. Mere exposure effect: hoe vaker je iets ziet, hoe leuker je het vindt omdat je er een
positief idee bij hebt
Focal attention
Nadat je een stimulus doorhebt breng je het naar je bewustzijn waar het wordt geidentificeerd
en gecategoriseerd.
1. Vrijwillige aandacht: je hebt motivatie nodig en je moet niet afgeleid worden of
tijdsdruk hebben
2. Onvrijwillig aandacht: stimuli moet zo opvallend zijn dat zelfs als mensen niet
gemotiveerd zijn, trekken ze nog de aandacht
- Salience: de mate waarin een stimulus anders is dan de omgeving
- Vividness: ze hoeven niet op te vallen zoals salience die afhankelijk is van de
omgeving, maar ze vallen op omdat ze emotioneel zijn en de betrokkene raken en
concreet zijn
- Novelty: informatie geven die nog niet bekend is bij de mensen, omdat je er dan meer
op gaat letten. Het is een soort verrassing waardoor mensen er meer over na gaan
denken omdat ze dingen willen weten en begrijpen
Comprehension
Het is belangrijk om de reclame of message te begrijpen, maar het is niet altijd nodig om
volledig begrip te hebben.
- Truth effect of advertising: mensen accepteren snel informatie en als er “dure”
woorden worden gebruikt bij bijvoorbeeld make-up dan geloven mensen het sneller.
Elaborative reasoning
De stimulus wordt gelinkt aan de eerder geleerde informatie in het brein
1. Extent of thinking: hoe diep denk je na over het product
2. Hoe negatief of positief je denkt over het product
3. Object of thinking: waar denk je aan bij het zien van een advertisement
- Self-schema: de manier waarop mensen zichzelf zien (normen en waarden). Als het
product meer overlapt met je self-schema, dan zie je het product als positiever
- Meta-cognitie: denken over wat je denkt, je reflecteert op je eigen gedrag