≈ hermeneutiek ≈ positivisme ≈ narrativisme
Hoofdstukken 11, 12 en 13: Werkelijkheid en onderzoeksobject I, II en III
Dilthey: het innerlijke als enkelvoudige ontografie / domain assumptions van alle geesteswetenschappen (Ausdrücke - Erfahrungen - Verstehen).
Quine: uitwendige objecten bestaan, want we gaan er causaal mee om [ontologie]; onze kennis daarvan is bemiddeld door ervaringen die we interpreteren in onderzoek [ontografie].
Jansen: elke wetenschapstraditie heeft zijn eigen ontografie (tegen Quine en Dilthey). Uitgangspunten: [1] elke wetenschapstraditie vooronderstelt een ultieme verklaringsgrond, [2] belang van opsporing
conventies (want: wetenschapstradities bestaan bij de gratie van intersubjectiviteit), [3] conventies relateren aan historische contexten (want: ontstaansmoment wordt meegedragen in conventies), [4]
geschiedfilosofie moet descriptief zijn als het om de wetenschapstradities gaat, en niet prescriptief.
Werkelijkheidsdummy
Actieve, autonoom handelende eenheden Passieve atomen Tekstontologie → presentisme
Interpretatie van standen van zaken, actoren en handelingen Analyse van werkzame onpersoonlijke krachten Colligatie van zoveel mogelijk presenties
Ontologisch individualisme c.q. collectivisme: Ontologisch atomisme c.q. holisme (structuralisme): Linguistic turn/talige werkelijkheidsopvatting door De Saussure
Individuen c.q. Collectiva in werkelijkheid gezien als Individuen in werkelijkheid gezien als slaaf aan hun context (opheffing 1-op-1 relatie teken-zaak), Derrida (tekstanarchisme
handelende eenheden c.q. beperkt door werkelijk bestaande relaties en deconstructivisme) en Lyotard (afwijzing metaverhalen)
Argumenten ontologisch collectivisme (historisme, Hegel, Ruben): Atomen: uniciteit, lijdelijkheid (krachten werken van buitenaf Kritiek van Baudrillard: teken is door verdwijning metaverhaal een
- superactoren niet reduceerbaar tot samenstellende delen op de mens in) en afstoting (van andere atomen) faketeken geworden; werkelijkheid verdwijng in simulatie, die
- samenstellende delen vallen niet samen met superactoren Atomen worden geleid door historische processen zelf werkelijkheid wordt; criticus van linguistic turn
Entelechie: zichzelf ontwikkelende idee Holisme: deterministische relatiestructuren binnen collectiva Presentisme (Gumbrecht en Runia): belang voor geïsoleerde
Argumenten ontologisch individualisme (Weber): Ont. at.: jonge Marx en Popper / hol.: oude Marx en Althusser gebeurtenissen en bijzondere plaatsen.
- individuen maken afwegingen tussen doelen en waarden Meth. at.: Popper / hol.: Durkheim, Levi-Strauss (Popper) Een substantie (iets zonder onmiddelijke betekenis) neemt ruimte
- individuen beïnvloeden collectiva en niet andersom Atomistisch holisme: atomen opgenomen in relatiestructuren in en lokt door zich te tonen beweging uit; gevolgen daarvan
Methodologisch individualisme c.q. collectivisme: Methodologisch atomisme c.q. holisme: zijn onvoorspelbaar (contingentie)
Individuen c.q. collectiva in beschrijving voorgesteld als Individuen in beschrijving voorgesteld als slaaf aan hun Gumbrecht: werkelijkheid van fysiek-geestelijke eenheden (betekenis
handelende eenheden context c.q. beperkt door theoretisch geconstrueerde relaties → presentie); Runia: metafoor geeft betekenis, metonymia stelt
present; Anksersmit: paradox stelt present
Onderzoeksdummy (gietvorm om een beeld van het verleden te scheppen)
Duurzame entiteiten (diachroon) Systeem-subsysteemrelaties (synchroon) Collagebegrippen / narratieve substantie (synchroon)
Mandelbaum: duurzaamheidsopdracht voor individuen Jordan: een systeem is een verzameling van onderling Colligerende begrippen leiden tot configurational understanding (Mink)
Maar: [1] belemmering individuen door duurzame entiteit verbonden elementen (= atomistische data) Narratieve substantie wil zoveel mogelijk integreren (reikwijdte/scope )
[2] uitsluiting niet-territoriale instellingen Popper: een systeem is een door theorieën gecreëerd denkobject Collages geven een tweedimensionaal beeld
Ricoeur: appartenance participative als samenbindende instantie Deelsystemen (i.e. economisch, sociaal en ideologisch) verbinden Collagebegrippen (term van Walsh) creëren samenhang
(= denkende en handelende deelname individuen) het subsysteem (pre-industrieel Londen) met het systeem en geven een oordeel
Ricoeur: eersterangsentiteiten met identiteitsverlenende functie (industrieel-kapitalistisch Engeland) (voorbeeld: G. Stedman Jones) Die samenhang is esthetisch van aard (geen subject-subjcet (PI)
Ook Weber (methodologisch individualist) ontkomt niet aan Ook Popper (methodologisch atomist) ontkomt niet aan of object-object(ME)-relaties)
duurzame entiteiten als onderzoeksdummy systemen als onderzoeksdummy Menippische satire (benaming: Kellner en Ankersmit): benaderings-
Kenmerken: finalisme (≠ rechtlijnigheid!) in entelechieën Kenmerken: synchroniteit en diepteanalyse wijze die zoveel mogelijk gedetailleerde informatie gebruikt