1. Melk en water → Artikel 51 Wetboek van Strafrecht
• Dit arrest gaat over een knecht die melk vermengde met water om meer te
kunnen verkopen. De Hoge Raad oordeelde dat de werkgever
verantwoordelijk was voor de gedragingen van zijn knecht, omdat deze
handelde in de normale uitoefening van zijn werk. Dit benadrukt het leerstuk
van "functioneel daderschap".
2. Opticien → Artikel 40 Wetboek van Strafrecht
• Hier stond de vraag centraal of een opticien de wet mocht overtreden om een
klant zonder recept een bril te geven vanwege medische noodzaak. De Hoge
Raad accepteerde een beroep op overmacht in de zin van noodtoestand, wat
een belangrijke ontwikkeling was in het strafrecht.
3. Veearts → Artikel 40 Wetboek van Strafrecht
• Dit arrest draait om een veearts die een handeling uitvoerde die formeel
verboden was, maar noodzakelijk was om dierenleed te voorkomen. De Hoge
Raad erkende hier wederom overmacht in de zin van een noodtoestand.
4. Verpleegster → Artikel 47 en 48 Wetboek van Strafrecht
• Een verpleegster gaf op instructie van een arts een injectie die leidde tot het
overlijden van de patiënt. De vraag was of zij strafrechtelijk verantwoordelijk
was. De Hoge Raad oordeelde dat zij handelde op instructie van de arts,
waardoor zij niet zelfstandig schuldig was.
5. Letale longembolie → Artikel 6 WVW 1994 (Dood door schuld in het verkeer) en
artikel 83 Wetboek van Strafrecht (Causaliteit: redelijke toerekening)
• In deze zaak stond de causaliteit centraal. De Hoge Raad bepaalde dat een
longembolie, die het gevolg was van een schietincident, redelijkerwijs
toegerekend kon worden aan de verdachte, omdat het overlijden een
voorzienbaar gevolg was van het geweld.
6. Uitzendbureau Cito → Artikel 45 Wetboek van Strafrecht
• Dit arrest introduceerde het criterium van de "subjectieve en objectieve
openbaring van een begin van uitvoering" bij een poging tot een misdrijf. Een
poging tot een gewapende overval op een uitzendbureau werd strafbaar
bevonden.
,7. Bijlmer noodweer → Artikel 41 Wetboek van Strafrecht
• Een man gebruikte excessief geweld tegen een overvaller in een woning. De
Hoge Raad oordeelde dat zijn reactie, hoewel disproportioneel, door angst en
paniek verklaard kon worden. Dit arrest is belangrijk voor noodweerexces.
8. Porsche-arrest → Artikel 6 WVW 1994 (Dood door schuld in het verkeer) en
artikel 175 WVW (Roekeloos rijgedrag)
• Dit arrest gaat over roekeloos rijden met dodelijke afloop. De Hoge Raad
oordeelde dat de bestuurder, ondanks dat hij geen opzet had, door zijn
roekeloze gedrag toch verantwoordelijk was voor het veroorzaken van het
dodelijke ongeluk.
9. Hollende kleurling → Artikel 27 Wetboek van Strafvordering
In dit arrest werd de vraag behandeld of een "hollende kleurling" voldoende reden
was voor een redelijk vermoeden van schuld. Het Hof oordeelde dat dit onvoldoende
was en benadrukte het belang van objectieve feiten.
10. Aanmerkelijke kans → Artikel 287 Wetboek van Strafrecht
Dit arrest gaat over voorwaardelijk opzet. De Hoge Raad oordeelde dat de verdachte
bewust de aanmerkelijke kans (hij wist waar hij aan begon) had aanvaard dat zijn
handelen tot een bepaald gevolg kon leiden, wat opzet impliceert.
11. Grenswisselkantoor → Artikel 45 Wetboek van Strafrecht
• Dit arrest betrof de strafbaarheid van poging tot misdrijf. De Hoge Raad stelde
vast dat een begin van uitvoering aanwezig was, omdat de gedragingen van
de verdachte gericht waren op voltooiing van het misdrijf.
12. Samir A. → Artikel 46 Wetboek van Strafrecht
• Het arrest Samir A. ging over strafbare voorbereidingshandelingen voor
terroristische aanslagen. De Hoge Raad oordeelde dat ook niet-uitgevoerde
plannen strafbaar zijn als de voorbereidingen voldoende concreet zijn.
13. Noodweer in de keuken → Artikel 41 Wetboek van Strafrecht
• Dit arrest ging over een geval van noodweer waarbij een persoon zich in een
keuken verdedigde tegen een aanvaller. De Hoge Raad erkende het recht op
zelfverdediging, mits proportioneel en noodzakelijk.
, Week 1: inleiding strafrecht
1. Doel van straffen
2. Materieel en formeel strafrecht
3. Voorwaarden van strafbaarheid
4. Bestandsdelen en elementen
Doel van straffen
Generale en speciale preventie
- Preventie: Strafbare feiten in Nederland voorkomen
- Generale preventie: De straffen moeten ervoor zorgen dat het mensen
afschrift om geen strafbaar feit te plegen. Bijvoorbeeld door een hoge boete.
- Speciale preventie: Een straf die de dader heeft gekregen, moet ervoor
zorgen dat hij niet opnieuw een strafbaar feit pleegt.
- Vergelding: De dader krijgt een straf, omdat hij een strafbaar feit heeft
gepleegd.
- Resocialisatie: Het proberen de dader in de maatschappij terug te brengen
- Strafrecht als ultimum remedium: Eerst een ander alternatief (zoals een
gesprek), voordat je de dader straft (straffen is de laatste optie).
Materieel en formeel strafrecht
Het strafrecht bestaat uit het materieel en het formeel strafrecht.
Materieel strafrecht:
Het materieel strafrecht gaat over de inhoud: welke gedraging is strafbaar en welke
straffen gelden daarvoor.
In het Wetboek van Strafrecht staat het materieel strafrecht.
Ook heeft het materieel strafrecht bijzondere wetten (bijzonder onderdeel van het
materiele strafrecht), zoals:
- Opiumwet
- Wet economische delicten
- Wet wapens en munitie
- De Wegenverkeerswet
Formeel strafrecht:
In het Wetboek van Strafvordering staat het formeel strafrecht.
Formeel strafrecht gaat over de procedure/spelregels: hoe worden strafzaken
onderzocht, berecht en uitgevoerd. Het formeel strafrecht beschrijft op welke wijzen
het materieel strafrecht wordt gehandhaafd (het uitvoeren van straffen)