ISBN: 9789088506598
Hoofdstuk 1
Inleiding
Gezinshulpverlening richt zich op gezinnen met opvoed- en
opgroeiproblemen die thuis “ambulant” (dus zonder verblijf) ondersteuning
nodig hebben.
De gedachte is dat veel problemen zichtbaar worden in het gezin en dat
het werken in de gezinssituatie (huiselijk, leefomgeving) voordelen biedt:
oefenen in ‘eigen’ context, eigen dynamiek, echte relaties.
Basisprincipe: wanneer de draaglast groter wordt dan de draagkracht,
raakt het evenwicht verstoord; dit bedreigt de gezonde ontwikkeling en het
welzijn van het kind.
Doelgroep: de gezinnen en hun vragen
Wat is een gezin?
Gezin wordt gedefinieerd breder dan alleen: ouders + biologische
kinderen. Kan allerlei leefvormen zijn: samengesteld gezin, gemengd
gezin, meergeneratiegezin, eenoudergezin, plaatsing of gedeeld
ouderschap etc.
Belangrijk is: er is sprake van verantwoordelijkheid voor verzorging en
opvoeding, en beïnvloeding van elkaar binnen het leefverband.
Opgroei- en opvoedproblemen
Problemen in de opvoeding of bij het opgroeien die de ontwikkeling van
kinderen belemmeren. Denk aan gedragsproblemen, emotionele
problemen, leerproblemen etc.
De soorten klachten kunnen extern zijn: zichtbaar gedrag dat botsing geeft
met omgeving (bijv. agressie, regels overtreden) of intern: waarin het kind
zelf lijdt (zoals angst, verdriet, teruggetrokken gedrag).
Risicofactoren en beschermende factoren
Niet elk gezin met problemen ontwikkelt ernstige problemen; factoren die
bijdragen of juist afremmen zijn belangrijk.
Risicofactoren verhogen de kans dat problemen ontstaan of verergeren;
beschermende factoren versterken de veerkracht van gezin en kind.
,Kindkenmerken
Belangrijke kenmerken van het kind die meewegen:
Gedragsproblemen
(Lichte) beperking of beperkingen in ontwikkeling
Problematische hechting of hechtingsverstoringen
Levensgebeurtenissen (trauma, verlies etc.)
Beschermende factoren zoals sterke vaardigheden, goede
sociaal-emotionele capaciteiten etc.
Ouderkenmerken
Kenmerken van ouders die een verschil maken:
Fysieke of mentale gezondheid, handicap
Psychiatrische problematiek, verslavingsproblematiek
Licht verstandelijke beperking (LVB)
Geschiedenis van eigen opvoeding en mogelijke overdracht van
problematiek
Beschermende ouderfactoren: motivatie, steun van partner/netwerk,
positieve eigenschappen etc.
Gezinskenmerken
Structuur van het gezin: aantal ouders, samenstelling, scheiding,
samengesteld gezin etc.
Relatie tussen ouders, gezinssituatie, conflictpatronen.
Samenhang binnen het gezin, communicatie, manier van opvoeden etc.
Migrantengezinnen kunnen extra factoren hebben zoals
cultuuroverbrugging, taal, identiteit.
Omgevingskenmerken
Sociale context, buurtfactoren, huisvesting, inkomen, armoede etc.
Onderwijs, toegang tot voorzieningen, kwaliteit van buurt, criminaliteit etc.
Sociale netwerken, steun van familie en vrienden, maatschappelijke steun.
Van licht probleem tot multiprobleem
Licht probleem: enkele klachten, draagkracht is redelijk, hulpvragen zijn
beperkt.
, Multiprobleem gezin: meerdere, samenhangende problemen op
verschillende domeinen (kind, ouder, gezin, omgeving) die langdurig zijn
en elkaar versterken.
Hulpvragen
Voorbeelden van hulpvragen die gezinnen hebben:
Verbetering in opvoeding en communicatie binnen gezinsleden
Samenwerking tussen ouders (samen ouderschap, rolverdeling etc.)
Grenzen stellen, gedragsproblemen van kind(eren)
Leefomstandigheden in de omgeving (netwerk, buurt, huisvesting)
Ondersteuning bij praktische problemen of crisismomenten
Doelen van gezinshulpverlening: gedragsverandering en empowerment
Twee kern-doelen:
1. Gedragsverandering
Vermindering van opvoed- en opgroeiproblemen
Verbetering van de interactie tussen ouders en kinderen
Afname van ervaren opvoedingsbelasting
2. Empowerment
Gezinnen ondersteunen in het hervinden of versterken van
eigen krachten en zelfredzaamheid
Cliënten helpen regie te krijgen over hun leven, ongeacht
beperkingen of tegenslagen
Het herstel van de balans tussen draagkracht en draaglast is een
belangrijk streven.
Varianten van gezinshulpverlening
Enkelvoudige ambulante gezinshulpverlening
Ambulante hulp zonder aanvullende vormen van verblijf of specialistische
interventies.
Vraaggericht: hulp afgestemd op de specifieke hulpvraag van het gezin.
Thuis of in de eigen leefomgeving.
Doelgericht, planmatig, met gestructureerde gesprekken etc.
, Rol van gezinshulpverlener als coach: stimuleert, vraagt door, helpt gezin
zelf oplossingen te vinden.
Meervoudige jeugd- en gezinshulp: werken volgens 1Gezin1Plan
Voor gezinnen met complexe (meervoudige) problemen.
Fragmentering in hulpverlening voorkomen door één plan (gezinsplan)
waarin alle betrokken hulpverleners en instanties samenwerken.
Belangrijke principes:
o Gezinnen zijn eigenaar van het plan; hun doelen zijn leidend
o Professionals overleggen mét het gezin, niet over het gezin
o Cliënten beslissen mede over hulp en zorg
o Professionals ondersteunen mobilisatie van sociaal netwerk
o Focus op competenties, krachten en successen van gezinsleden
Gezinshulpverlening bij jeugdhulp met verblijf
Hulpverlening in verblijfscontext (pleeggezinnen, crisisopvang, residentiële
voorzieningen, logeerhuizen etc.) maar met gezinsgecentreerde aanpak.
Belangrijke kenmerken:
o Denken over verblijf verandert: niet alleen de jongere apart, maar
gezin centraal betrekken
o Werkwijze: gezinsgecentreerd jeugdhulp met verblijf — ouders en
gezin blijven betrokken, hulpverlening gericht op interactie, context
en leefmilieu
o Gezinshulpverlener treedt op als trajectbegeleider: coördineren,
verbinden, plannen, zorgen dat hulpaanbod coherent is
o Gericht op perspectief: terugkeer naar huis; anders acceptatie van
nieuwe gezins-/leefvorm of rolverandering; rijderschap richting
zelfstandigheid of aangepast gezinsverband waar mogelijk
De jeugdgeneralist in de wijk
Functie die middelen schraagt tussen lichte hulp en meer gespecialiseerde
vormen.
Waarom:
o Veel gezinnen hebben hulpvragen die niet vallen onder alleen
specialistisch of intensief verblijf, maar wel meer nodig hebben dan
basisvoorzieningen