Angstbehandeling 65 plussers
Naam student: xx
Studentnummer: xx
Datum: 20 februari 2025
Aantal woorden: 595
, Aanleiding
Een angststoornis is een verzamelnaam voor verschillende stoornissen waarbij last wordt
ervaren van extreme of langdurige angst. Deze angst is zo sterk dat het veel stress en
ongemak kan veroorzaken of het dagelijks leven belemmert (Franx et al., 2014b). Een
recente epidemiologische studie in de Europese Unie vond een jaarprevalentie van
angststoornissen bij ouderen van ongeveer 17% en een puntprevalentie van meer dan 11%
(Andreas et al., 2017; de Graaf et al., 2012). Uit verder onderzoek blijkt dat bij een
internationaliseerde psychiatrische stoornis de kans op doorverwijzing naar psychotherapie
het hoogst is voor 20-tot 24 jarige (23%), en voor 70-tot 74 jarigen het laagst (6%) (Pettit et
al., 2017).
De hogere kans dat mensen van 65 jaar en ouder niet gericht behandeld worden voor een
angststoornis wijst duidelijk op mogelijke leeftijdsgerelateerde verschillen in hoe
angststoornissen zich uiten en herkend worden (Mackenzie et al., 2012; Pettit et al., 2017;
Wang et al., 2005). Ouderen lijken meer moeite te hebben dan jongvolwassenen om
angstklachten bij zichzelf te herkennen en te benoemen (Wetherell et al., 2009). De vraag
luidt: Is het volgens de huidige wetenschappelijke inzichten effectief om cognitieve
gedragstherapie in te zetten bij cliënten van 65 jaar en ouder met een angststoornis?
Cognitieve gedragstherapie
In 2008 werd een meta-analyse uitgevoerd van gerandomiseerde behandelstudies (RCT’s)
naar de werkzaamheid van cognitieve gedragstherapie (CGT) voor oudere patiënten met
gemengde angststoornissen. Hieruit blijkt dat CGT significant beter werkt dan geen
behandeling of een wachtlijst- controlegroep (Hendriks et al., 2021). Uit de IAPT-data blijkt
dat bijna 70% van de ouderen na een psychologische behandeling
(voornamelijk CGT) hersteld of verbeterd zijn, wat bij jongvolwassenen bijna 60% is (Chaplin
et al., 2015). CGT bij ouderen met paniekstoornis en agorafobie levert betere resultaten op
dan bij jongvolwassenen.
Dit suggereert dat CGT in sommige gevallen minstens even effectief kan zijn bij ouderen
(Hendriks et al. 2014). Echter, wijzen andere onderzoeken op een mogelijk verminderde
effectiviteit van CGT bij ouderen. In de review van Kishita en Laidlaw (2017) is er een
middelmatige effectgrootte (0,55) gerapporteerd voor ouderen met gegeneraliseerde
angststoornis (GAS), terwijl deze bij jongvolwassenen veel hoger lag (0,94). Dit suggereert
dat CGT bij ouderen minder impact heeft. Ook zijn de steekproeven onder ouderen vaak
kleiner en hebben grotere standaarddeviaties, wat de effectgrootte verlaagt.
1
Naam student: xx
Studentnummer: xx
Datum: 20 februari 2025
Aantal woorden: 595
, Aanleiding
Een angststoornis is een verzamelnaam voor verschillende stoornissen waarbij last wordt
ervaren van extreme of langdurige angst. Deze angst is zo sterk dat het veel stress en
ongemak kan veroorzaken of het dagelijks leven belemmert (Franx et al., 2014b). Een
recente epidemiologische studie in de Europese Unie vond een jaarprevalentie van
angststoornissen bij ouderen van ongeveer 17% en een puntprevalentie van meer dan 11%
(Andreas et al., 2017; de Graaf et al., 2012). Uit verder onderzoek blijkt dat bij een
internationaliseerde psychiatrische stoornis de kans op doorverwijzing naar psychotherapie
het hoogst is voor 20-tot 24 jarige (23%), en voor 70-tot 74 jarigen het laagst (6%) (Pettit et
al., 2017).
De hogere kans dat mensen van 65 jaar en ouder niet gericht behandeld worden voor een
angststoornis wijst duidelijk op mogelijke leeftijdsgerelateerde verschillen in hoe
angststoornissen zich uiten en herkend worden (Mackenzie et al., 2012; Pettit et al., 2017;
Wang et al., 2005). Ouderen lijken meer moeite te hebben dan jongvolwassenen om
angstklachten bij zichzelf te herkennen en te benoemen (Wetherell et al., 2009). De vraag
luidt: Is het volgens de huidige wetenschappelijke inzichten effectief om cognitieve
gedragstherapie in te zetten bij cliënten van 65 jaar en ouder met een angststoornis?
Cognitieve gedragstherapie
In 2008 werd een meta-analyse uitgevoerd van gerandomiseerde behandelstudies (RCT’s)
naar de werkzaamheid van cognitieve gedragstherapie (CGT) voor oudere patiënten met
gemengde angststoornissen. Hieruit blijkt dat CGT significant beter werkt dan geen
behandeling of een wachtlijst- controlegroep (Hendriks et al., 2021). Uit de IAPT-data blijkt
dat bijna 70% van de ouderen na een psychologische behandeling
(voornamelijk CGT) hersteld of verbeterd zijn, wat bij jongvolwassenen bijna 60% is (Chaplin
et al., 2015). CGT bij ouderen met paniekstoornis en agorafobie levert betere resultaten op
dan bij jongvolwassenen.
Dit suggereert dat CGT in sommige gevallen minstens even effectief kan zijn bij ouderen
(Hendriks et al. 2014). Echter, wijzen andere onderzoeken op een mogelijk verminderde
effectiviteit van CGT bij ouderen. In de review van Kishita en Laidlaw (2017) is er een
middelmatige effectgrootte (0,55) gerapporteerd voor ouderen met gegeneraliseerde
angststoornis (GAS), terwijl deze bij jongvolwassenen veel hoger lag (0,94). Dit suggereert
dat CGT bij ouderen minder impact heeft. Ook zijn de steekproeven onder ouderen vaak
kleiner en hebben grotere standaarddeviaties, wat de effectgrootte verlaagt.
1