INFORMATIE OP BRIGHTSPACE
Introductie LEH 3
In de vorige LEH (LEH 2) lag de focus op: de aard van de rechtswetenschap.
Wat maakt rechtswetenschap wetenschappelijk?
Wat scheidt de rechtswetenschap van andere wetenschapsdisciplines?
Het object van de rechtswetenschap (het recht) maakt de rechtswetenschap tot
wetenschap.
De rechtswetenschap wordt door sommigen gezien als een interpretatieve wetenschap ( =
een wetenschap waarin uitleg en betekenisgeving centraal staan) waarbij de
wetenschapper en het object van studie niet geheel los van elkaar kunnen worden gezien.
Dit roept vragen op over de wetenschappelijkheid van de rechtswetenschap rond de
vereisten neutraliteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid.
In deze LEH (LEH 3) ligt de focus op: het object van de rechtswetenschap (het recht) + hoe dat de
rechtswetenschap een eigen karakter geeft.
Wat is het onderscheid tussen politieke en recht? Dit onderscheid werpt voor alle actoren
binnen het recht vragen op.
Wat is de verhouding van de rechtswetenschap tot het recht?
Hierbij staat centraal: het onderscheid tussen normatieve claims (wat zou het recht moeten
zijn) en descriptieve claims (wat is het recht).
De rol van het theoretisch kader in het waarborgen van de wetenschappelijkheid van de
rechtswetenschap.
Leerdoelen
Na afloop kun je:
een onderbouwd standpunt innemen over de verhouding van de rechtswetenschapper tot
het object van de rechtswetenschap;
uitleggen wat het onderscheid en de samenhang is tussen normatieve en descriptieve
claims over het recht en op basis daarvan een onderbouwd standpunt innemen over de
normatieve aard van het recht;
uitleggen wat een theoretisch kader is in rechtswetenschappelijk onderzoek;
een onderbouwd standpunt innemen over de rol van het theoretisch kader in het
waarborgen van de wetenschappelijkheid van rechtswetenschappelijk onderzoek.
Bronnen
G. van Dijck e.a., Methoden van rechtswetenschappelijk onderzoek, Den Haag: Boom
Juridische uitgevers 2022, hoofdstuk 5.
V. Dupont, 'Recht en Politiek in de Klimaatzaken: Een Sleutelrol Voor het Internationaal
Recht in de Argumentatie van de Nationale Rechter', Netherlands Journal of Legal
Philosophy, vol. 49, no. 1, 2020, p. 79-94.
S. Taekema, 'Theoretical and Normative Frameworks for Legal Research: Putting Theory into
Practice', Law and Method 2018, p. […]
Pagina 1 van 26
,SAMENVATTING
STUDIEBOEK: H5 THEORETISCH KADER
5.1 INLEIDING
Het theoretisch kader (ofwel onderzoekskader)
Een theoretisch kader is een door de onderzoeker geconstrueerd kader op basis van (een
combinatie van) bestaande theorieën en ideeën dat houvast biedt bij het beantwoorden van zijn
onderzoeksvraag.
Bij de uitwerking van het theoretisch kader dient de onderzoeker nader uiteen te zetten wat hij
precies gaat onderzoeken.
Voorbeeld:
Een onderzoek naar de vraag of zekerheidseigendom is toegestaan binnen het Nederlandse
goederenrecht gebruikt het goederenrecht zelf als theoretisch kader.
De onderzoeker kan er o.m. voor kiezen om in het theoretisch kader de belangrijkste
goederenrechtelijke (rechts)beginselen en uitgangspunten te benoemen en uit te werken. Daarmee
krijgt de onderzoeker houvast om zijn onderzoeksvraag op een zinvolle en navolgbare wijze te
beantwoorden; de onderzoeker kan het zekerheidseigendom tegen elk van die beginselen en
uitgangspunten afzetten en op basis daarvan conclusies trekken (bijv. dat het in overeenstemming
is).
Voorbeeld:
Bij een onderzoek naar hoe procesdeelnemers in het bestuursrecht een bepaalde procedure
ervaren moet de onderzoeker in zijn theoretisch kader moeten uitwerken wat hij onder
‘rechtvaardigheid’ verstaat.
De onderzoeker kan daarbij verschillende keuzes maken. Bijv.: Hij kan rechtvaardigheid uitleggen
a.d.h.v. de theorie van procedurele rechtvaardigheid. Deze theorie kijkt o.a. naar:
of er voldoende waarborgen in de procedure zijn;
of partijen goed zijn geïnformeerd;
en of zij met respect zijn behandeld.
Nut theoretisch kader
De hiervoor genoemde twee voorbeelden bieden inzicht in het nut van (het gebruikmaken) van een
theoretisch kader, namelijk:
1. Bijdrage aan theorievorming
Academisch onderzoek moet bijdragen aan theorievorming – nieuwe kennis leveren of
bestaande theorieën verdiepen (par. 5.2).
2. Afbakening van de onderzoeksvraag
Het theoretisch kader bepaalt vanuit welke invalshoek(en) het onderwerp benadert moet
worden (par. 5.3 en 5.6).
3. Biedt handvatten en criteria
Het theoretisch kader biedt handvaten om de kwestie te beschrijven, definiëren, verklaren,
voorspellen, vergelijken of evalueren; Dit helpt het onderzoeksdoel daadwerkelijk, efficiënt
en op gestructureerde en navolgbare wijze te realiseren (par. 5.4).
4. Creëren van een begrippenapparaat
Dit helpt bij het verkrijgen van een duidelijk beeld van wat onderzocht wordt en het opdoen
van inzichten om te bepalen hoe het beste onderzocht kan worden (met welke
onderzoeksmethoden).
Pagina 2 van 26
, Niet elk rechtswetenschappelijk onderzoek behoeft een theoretisch kader
Een rechtswetenschappelijk onderzoek kan ook worden uitgevoerd zonder een (in meer of mindere
mate uitgewerkt) theoretisch kader.
Ook is het mogelijk dat de onderzoeker in zijn onderzoek tot theorievorming komt op basis van een
inductief onderzoek waarbij het bestuderen van onderzoeksmateriaal resulteert in relevante kennis.
Of anders gezegd.: Het is ook mogelijk dat een onderzoeker tijdens zijn onderzoek een theorie
ontwikkelt door eerst veel gegevens te bestuderen. Uit dat onderzoeksmateriaal kan dan nieuwe,
relevante kennis ontstaan.
Struikelblok
Het construeren van een theoretisch kader is een grote uitdaging; er zal intensief vooronderzoek
moeten worden verricht waarbij soms ook andere literatuur relevant is / kan zijn dan die in het
literaturenonderzoek is gebruikt.
Pagina 3 van 26