sociologie
Hoofdstuk 6
Uitwerking van de leerdoelen:
Describe and use key sociological concepts on norms.
Voorbeelden van sociologische concepten zijn: ongelijkheid, cultuur
en sociale relaties.
Describe similarities and differences between social norms,
internalized norms, legal norms and descriptive norms.
2 soorten norms:
1. Injuctive norms / Prescriptive norm / Oughtness norm = een
normatieve stelling die specificeert wat een persoon wel of niet
zou moeten doen.
Bv: ‘niet stelen’ of ‘je moet geloven in god’
Social norms (hebben betrekking op een groep) = een informele
stelling die specificeert wat een persoon wel of niet zou moeten
doen, ook wel regels en overtuigingen die wij hebben en kennen.
Internalized norms / moral norms (individueel) = krijgen we
aangeleerd en vinden we zelf belangrijk
Legal norms = formele stellingen die specificeren wat je wel of niet
moet doen.
Bv: je mag niemand doodmaken van de wet
2. Descriptive norms = stelling die specificeert wat er van een
persoon verwacht wordt dat hij/zij doet maar wanneer diegene
zich daar niet aan houdt, treden er geen sancties op.
Bv: iemand zijn hand schudden bij een ontmoeting
Describe and apply social control theory.
‘waarom houden we ons aan bepaalde normen?’
1. We verwachten sancties (als we ons niet aan norm houden) of
beloningen (als we ons wel aan de norm houden)
2. Monitoren (in hoeverre wordt een norm gemonitord in een
groep): hoe sterker mensen worden gemonitord in hun groep,
hoe sterker ze zich aan de groepsnormen zullen houden
Monitoring = het monitoren van het gedrag van een individu
wanneer ze zichtbaar zijn voor derde partijen
Sociale sancties = straf voor gedrag dat afwijkt van de sociale norm