CHAPTER 2 FILOSOFIE
Philosophy Systematisch nadenken over fundamentele vragen over
werkelijkheid, kennis, logica en betekenis
Metaphysics Tak van de filosofie die de aard van de werkelijkheid
onderzoekt
Epistemology Tak van de filosofie die de leer van kennis bestudeert
Monism Het standpunt dat alles uiteindelijk één soort werkelijkheid
heeft
Idealism Alleen de mentale wereld bestaat
Psysicalism Alleen de fysieke wereld bestaat
Identity theory Mentale toestanden bestaan uit hersentoestanden. ‘the mind
is the brain’
Folk psychology Alledaagse uitleg van gedrag met begrippen als overtuigingen,
wensen en bedoelingen
Multiple realization Dezelfde mentale toestand kan door verschillende
fysieke/neutrale toestanden worden gerealiseerd
Dualism Geest en lichaam zijn twee onderscheiden soorten
werkelijkheid; Mentaal en materieel (Descartes)
Classical dualism Traditionele opvatting dat geest en lichaam twee verschillende
dingen zijn die op elkaar inwerken.
Substance dualism Opvatting dat geest en lichaam twee verschillende substanties
zijn, van verschillend ‘spul’ gemaakt
Property dualism Opvatting dat de geest en het lichaam uit dezelfde stof
bestaan, maar verschillende eigenschappen hebben. Er zijn
ook mentale eigenschappen die niet tot het fysieke te
herleiden zijn
Physical kinds Dingen die door hun materiele eigenschappen worden
gedefinieerd
Functional kinds Dingen die worden gedefinieerd door wat ze doen, ongeacht
het materiaal waaruit ze bestaan
functionalism Mentale toestanden zijn wat ze doen, het functioneren en niet
alleen het fysieke materiaal waaruit ze bestaan.
qualia De subjectieve ‘hoe-het-voelt’ kant van ervaring
Nature-nurture debate Debat tussen of gedrag vooral verklaart kan worden door
aangeboren factoren (Nature) of omgeving/opvoeding
(Nurture)
Nativism Het idee dat sommige kennis/vaardigheden aangeboren zijn
Rationalism Het idee dat kennis vooral komt uit denken, niet alleen uit
ervaring
Empiricism (Locke) Het idee dat kennis vooral komt uit ervaring en waarneming.
De mens is geboren als onbeschreven blad; ‘tabula rasa’
Simple ideas Kennis vergaard door ervaring, bestaan uit waarneming of
reflectie en zijn niet verder op te delen
1
,Complex ideas Combinaties van simple ideas die de geest samenstelt;
begrippen, relaties, objecten
Reflexes Automatische onwillekeurige reacties op prikkels, zonder
bewuste sturing
Consciousness Bewustzijn; het bewust ervaren van jezelf en je mentale
toestanden
Phenomenal concept of De geest ervaren van binnenuit, “What-is-it-like”. Bewustzijn.
mind
Psychological concept of De geest zien als mentale staten die gedrag
mind veroorzaken/uitleggen.
Easy problems of Problemen die opgelost kunnen worden door cognitieve
consciousness wetenschap en uitgelegd kunnen worden d.m.v.
computationele of neurale mechanismen
Hard problem of Problemen die uitleg vereisen over de subjectieve ervaring van
consciousness bewustzijn. De “what-is-it-like” kant die niet is te verklaren uit
alleen functies of berekeningen
Explanatory gap Een objectieve beschrijving in fysieke termen verklaart niet de
subjectieve ervaring. De kloof tussen de objectieve ervaring en
hoe het voelt van binnenuit
Reductionism Het idee dat je het gedrag volledig kunt verklaren door de
delen en interacties te begrijpen, alles is tot lagere niveaus
herleidbaar
Emerge Gedrag verschijnt door interactie van meerdere onderdelen,
zonder dat elk onderdeel apart die eigenschap heeft
Emergent property Eigenschap die ontstaat door interactie van meerdere delen
van het systeem
Central processing unit Het deel van een computer dat instructies uitvoert en
(CPU) gegevens verwerkt
Homunculus Hypothetisch ‘mannetje’ in het hoofd dat alle informatie
interpreteert en begrijpt
Neural correlates of De minimale neurale processen die voldoende is voor een
consciousness (NCCs) specifieke bewuste ervaring
Strong AI Visie dat bewustzijn kan ontstaan uit puur fysieke processen.
Een goed geprogrammeerde machine kan dus bewustzijn
ontwikkelen
Weak AI Bewustzijn is geen fysiek proces en kan niet ontstaan puur
fysieke processen. Of het is zo complex dat we het kunstmatig
nooit kunnen dupliceren
Chinese room scenario Gedachte-experiment waarin iemand Chinese vragen correct
beantwoordt zonder chinees te begrijpen. Betoogt dat correcte
output niet gelijkstaat aan echt begrip.
2
, CHAPTER 3 PSYCHOLOGIE
Psychologie Wetenschappelijke studie van geest en gedrag
Scientific method Hypothese testen
hyppthesis Toetsbare voorspelling over wat je verwacht te vinden in je
onderzoek
Independent variable Onafhankelijke variabele; stabiele factor die je indeelt om te
zien wat het effect is op de afhankelijke variabele
Dependent vadiable Afhankelijke variabele; wat je meet als uitkomst, verandert
(mogelijk) door de onafhankelijke variabele
Operationalized Een begrip concreet maken door te beschrijven hoe je het
meet of manipuleert, zodat het herbruikbaar is
Experimental group Deelnemers die de manipulatie krijgen, dus de onafhankelijke
variabele
Control group Deelnemers die de manipulatie niet krijgen, dus niet de
onafhankelijke variabele
Counterbalance Volgorde-effecten wegwerken door verschillende deelnemers
de taken in verschillende volgordes te laten doen
Voluntarism (Wundt) De opvatting dat de geest bestaat uit basiselementen die actief
door de wil (apperceptie) worden samengevoegd tot hogere
cognitieve structuren.
Introspection ‘Inward looking’, zelfobservatie van bewuste ervaringen.
Immediate experience Directe, ruwe bewuste beleving zoals die verschijnt
Mediate experience Ervaring van objecten via interpretatie, taal of instrumenten
Tridimensional theory of Gevoelens variëren langs drie onafhankelijke dimensies:
feeling plezier–onplezier, spanning–ontspanning en opwinding–
neerslachtigheid. Combinaties van deze dimensies beschrijven
de kwaliteit van een ervaren emotie/gevoel
Creative synthesis Het principe dat de geest elementaire sensaties actief
samenvoegt tot nieuwe, kwalitatief andere gehelen—waarbij
het geheel meer is dan de som der delen
Structuralism (Titchener) Richting die het bewustzijn opdeelt in elementaire bouwstenen
(sensations, images, affections) en hun structuur en
combinatieregels wil beschrijven via strikt getrainde
introspectie
Stimulus error Je verwart je directe ervaring met een object met een
bestaande beschrijving ervan (wat je weet). Het verwarren van
mediate met immediate experience
3 goals van Titchener Wat Elementen identificeren: het bewustzijn reduceren tot zijn
eenvoudigste basiselementen.
Combinatieregels vinden: de wetten ontdekken waarmee die
elementen zich verenigen tot complexe ervaringen.
Fysiologische correlaten leggen: de relatie tussen mentale
elementen en hun zenuwstelsel-/fysiologische voorwaarden
verklaren.
Reagent Stof die je aan en mengsel toevoegt om een chemische reactie
3