Interferentie = 2 mensen kunnen naar hetzelfde kijken, maar iets anders zien.
Denk aan een jurk die sommigen blauw / zwart zien en sommigen wit / goud.
Aristoteles = steeds meer leren door je ervaringen. Denk aan als je dichter naar
iemand toeloopt dat diegene groter lijkt, maar niet echt groter wordt.
Noumenale wereld = de wereld in werkelijkheid
Fenomenale wereld = de wereld in ons bewustzijn
Associatiefilosofie = mensen zijn geneigd om ideeën met elkaar te associëren.
Twee waarnemingen tegelijk? Dan wordt de associatie versterkt. Denk aan dat
bliksem voor de donder komt en niet daarna, oorzaak – gevolg
Gestalttheorie (gestalt = geheel)
Bij losse dingen zoeken onze hersenen naar patronen of een geheel
Gestalttheorie bestaat uit =
• De wet van nabijheid = dingen die dichtbij elkaar staan horen bij elkaar
• De wet van gelijkheid = dingen die eruit hetzelfde uitzien horen bij
elkaar
• De wet van goede voorzetting / continuïteit = lijnen worden
doorgetrokken door je hersenen en je ziet andere dingen door diepte
• De wet van aanvulling = ontbrekende delen worden zelf ingevuld door
de hersenen
Phi-fenomeen = een beweging zien die er niet is (denk aan het loading rondje)
Subliminale perceptie = beelden worden niet heel snel verwerkt door de
hersenen. Denk aan het coca cola beeld in een bioscoopfilm, het kan invloed
hebben maar niet direct.
Change blindness = iets in het beeld veranderd
Inattentonal blindness = een nieuw object wordt niet opgemerkt
Pareidolie = het eerste dat we leren waarnemen