Leereenheid 1 - Europese (markt)integratie
3.3 TAKEN
De Europese Raad heeft als algemene taak de nodige impulsen te geven voor de ontwikkeling
van de Unie en haar algemene politieke beleidslijnen en prioriteiten vast te stellen.
- In beginsel geldt dit voor alle beleidsterreinen, met name die waarvoor de lidstaten de
Unie handelsbevoegdheid hebben verleend.
o Het kan gaan om de herziening en uitbreiding van bestaande bevoegdheden, de
invoering van nieuwe bevoegdheden of gewoon het afleggen van openbare
verklaringen over specifieke kwesties.
De rol van de ER als probleemoplosser.
- Bijv. als bemiddelaar in gevallen waarin een lidstaat verklaart dat een bepaald
wetgevingsvoorstel inbreuk maakt op fundamentele aspecten van zijn nationale
rechtsstelsel.
- Speelt een sleutelrol bij het bepalen van de strategische richtsnoeren voor de wetgevings-
en operationele agenda in de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht.
- Art. 21 VEU en art. 22 VEU.
- De ER benoemt ook de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken
en veiligheidsbeleid.
- De ER heeft een minder prominente rol m.b.t. de coördinatie van het economisch beleid
in het kader van de EMU en de werkgelegenheidssituatie in de Unie.
- Speelt een sleutelrol bij het gebruik van de verschillende passerelle-bepalingen in het
EU-Verdrag en Werkingsverdrag.
- Speelt ook een rol in de gewone en de vereenvoudigde verdragswijzigingsprocedure als
bedoeld in art. 48 VEU.
Rol voorzitter van de ER
- Heeft als voornaamste taken te zorgen voor de voorbereiding en de continuïteit van de
werkzaamheden van de ER en de samenhang en de consensus binnen de ER te
bevorderen.
- Is 1 van de vertegenwoordigers van de Unie op het terrein van het gemeenschappelijk
buitenlands en veiligheidsbeleid.
- Vergaderingen van de ER worden voorgezeten door de voorzitter.
3.4 INTERNE STRUCTUUR
De ER komt ten minste tweemaal per halfjaar bijeen, op initiatief van zijn voorzitter.
De bijeenkomsten van de ER zijn niet openbaar.
In beginsel moeten alle staatshoofden en regeringsleiders instemmen met de voorgestelde
conclusies, resoluties of besluiten.
- Dit vereiste van consensus houdt in dat het besluitvormingsproces wordt gekenmerkt
door een zoektocht naar politieke compromissen tussen de lidstaten.
1
,4.2 SAMENSTELLING
Art. 16 VWEU: de Raad bestaat uit een vertegenwoordiger van elke lidstaat op ministerieel
niveau, die gemachtigd is om de regering van de lidstaat die hij vertegenwoordigt te binden.
De Raad van de EU bestaat niet uit een vaste groep personen die speciaal voor deze taak door
de lidstaten zijn geselecteerd en regelmatig bijeenkomen. De verwijzing naar de
vertegenwoordigers ‘op ministerieel niveau’ geeft aan dat de leden van de Raad een functie op
ministerieel niveau in de regering moeten bekleden, overeenkomstig de nationale
voorschriften van de betrokken lidstaat.
HOOFDSTUK VI MARKTINTEGRATIEBELEID
1 INLEIDING
4 fundamentele vrijheden: het vrije verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal.
Beleid dat de marktintegratie daadwerkelijk aanvult en ondersteund, wordt flankerend beleid
genoemd.
2 MARKTINTEGRATIE
Marktintegratie: omvat alle EU-beleidsmaatregelen die tot doel hebben de economieën van de
lidstaten samen te voegen tot een grote interne markt waarin de economische activiteit niet
langer wordt beperkt door nationale grenzen.
- Doelstellingen van de EU in dit verband zijn geformuleerd in art. 3 lid 3 VEU.
Marktintegratie kan bereikt worden d.m.v. positieve of negatieve integratie.
Positieve integratie: wanneer de EU in staat wordt gesteld maatregelen te nemen.
- Maatregelen inzake positieve integratie worden vaak harmonisatiemaatregelen genoemd,
omdat zij tot doel hebben de nationale maatregelen van de lidstaten te harmoniseren en
in overeenstemming te brengen met de op EU-niveau vastgestelde normen.
- Worden verschillende nationale regels vervangen door 1 regel van Europese oorsprong
in een harmonisatieproces.
Negatieve integratie: worden nationale regels die het vrije verkeer beperken, verboden omdat
zij in strijd worden geacht met EU-recht.
- Het uitgangspunt van het Werkingsverdrag houdt niet in dat alle nationale voorschriften
die het vrije verkeer belemmeren worden verboden.
o Om die reden kan negatieve integratie niet het primaire middel zijn om
marktintegratie of, meer in het algemeen, Europese integratie tot stand te brengen.
Art. 26 lid 1 VWEU: In de verdragen wordt de interne markt omschreven als een ruimte
zonder binnengrenzen waarin het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal is
gewaarborgd.
2.1 FASEN VAN MARKTINTEGRATIE
Een douane-unie is een verder gevorderde vorm van marktintegratie waarbij de lidstaten niet
alleen overeenkomen om de handel in goederen van oorsprong uit die staten te liberaliseren,
maar ook om een gemeenschappelijk handelsbeleid t.a.v. derde landen te voeren.
- M.a.w. een douana-unie is een vrijhandelszone met een gemeenschappelijke buitengrens.
2
,De interne markt gaat ook uit van het bestaan van gelijke concurrentievoorwaarden en dus
van zoveel mogelijk gelijke voorwaarden voor de productieprocessen op de gehele interne
markt.
3.1 INLEIDING: DE OVERDRACHT VAN SOEVEREINITEIT EN POSITIEVE EN NEGATIEVE INTEGRATIE
De bevoegdheden van de Unie beperkt tot het nastreven van specifieke doelstellingen.
4 POSITIEVE INTEGRATIE DOOR HARMONISATIE
Positieve integratie houdt in dat de verschillende regels en administratieve praktijken van de
lidstaten worden gewijzigd om ze min of meer in overeenstemming te brengen met een
uniforme Europese regel.
- Dit proces wordt harmonisatie genoemd en de vastgestelde EU-maatregelen worden
harmonisatiewetgeving genoemd.
Volgens het beginsel van bevoegdheidstoedeling (attributiebeginsel) is de Unie verplicht de
passende rechtsgrondslag te gebruiken wanneer zij harmonisatiemaatregelen aanneemt.
Minimumharmosatie: hoeven de nationale regels na implementatie alleen te voldoen aan een
Europees minimumbeschermingsniveau, maar zij mogen verder gaan dan dit minimum.
- Bijv. volgens een milieurichtlijn mag de uitstoot niet meer dan 10 milligram per kubieke
meter zijn. Een lidstaat is dan vrij om de nationale norm vast te stellen op 10 mg/m3,
maar ook 5 mg/m3.
4.1 INTERNE MARKT HARMONISATIE
Arrest Tabaksreclame
- Stond de vraag centraal of die richtlijn rechtmatig kon worden vastgesteld.
- Duitsland stelde dat de richtlijn weinig bijdroeg aan de totstandkoming van de interne
markt en dat zij meer gericht leek te zijn op de bescherming van de volksgezondheid.
- HvJ kwam tot de conclusie dat het Verdrag harmonisatie op het gebied van de
bescherming van de volksgezondheid verbiedt.
- Het HvJ was voorts van oordeel dat de interne markt een ruimte dient te zijn zonder
belemmeringen van het vrije verkeer of verstoringen van de mededinging. De
rechtsgrondslag van de interne markt kon derhalve alleen worden gebruikt in gevallen
waarin een harmonisatiemaatregel:
o Belemmeringen voor het vrije verkeer (van goederen) uit de weg ruimt; of
o Merkbare verstoringen van de mededinging wegneemt.
- Het HvJ erkent in de zaak dat de verschillende nationale regelingen op dit gebied kunnen
leiden tot een beperking van het vrije verkeer van goederen of diensten.
- Blijkt dat het HvJ het bestaan van een vrij verkeersclausule als een essentieel aspect van
elke harmonisatiemaatregel voor de interne markt beschouwt.
5 GEVOLGEN VAN HARMONISATIE
Harmonisatie heeft gevolgen voor zowel de lidstaten als voor de particulieren in die lidstaten.
- Zodra de Unie op een bepaald gebied een harmonisatiemaatregel heeft genomen, gaat de
bevoegdheid van de lidstaten om op dat gebied op te treden in meer of mindere mate
over op de Unie.
o Sperrwirkung à blokkerende werking van het optreden van de Unie.
Een ander gevolg van harmonisatie is dat de daarmee samenhangende maatregelen het
toepassingsgebied van het EU-recht bepalen.
3
, Veel harmonisatiemaatregelen zijn ook van toepassing op zaken die zich volledig binnen een
lidstaat afspelen.
- Dit betekent dat een particulier in een lidstaat binnen de werkingssfeer van een
harmonisatiemaatregel kan vallen – en er dus en beroep op kan doen – ook al wordt de
grens niet overgestoken naar een andere lidstaat en is er geen sprake van de in-of uitvoer
van goederen, diensten of kapitaal.
6.1 VOLLEDIGE OF TOTALE HARMONISATIE
Het uitgangspunt van harmonisatie is dat zij moet leiden tot de toepassing van 1 uniform
stelsel van regels in alle lidstaten. Zodra dit het geval is, zijn alle goederen, diensten,
natuurlijke of rechtspersonen en kapitaalbewegingen die aan de eisen van de
harmonisatiemaatregel voldoen, niet langer aan beperkingen onderworpen.
- Dit wordt volledige (ook maximale of totale) harmonisatie genoemd.
- In dergelijke situaties mogen de lidstaten geen regels meer toepassen die op enigerlei
wijze afwijken van de EU-regel.
Volledige harmonisatie kan worden bewerkstelligd door in de harmonisatiemaatregel een vrij
verkeerclausule op te nemen, die bepaalt dat de lidstaten het in de handel brengen van
producten die aan de eisen van de betrokken maatregel voldoen, niet mogen verbieden,
beperken of verhinderen.
6.3 WEDERZIJDSE ERKENNING, OPTIONELE EN SPONTANE HARMONISATIE
Spontane harmonisatie: doet zich volledig zonder rechtsgrondslag in de Verdragen voor.
- Bijv. de eigen mededingingsregels van de lidstaten, die alle gebaseerd zijn op het EU-
mededingingsrecht, zonder dat er ook maar 1 harmonisatiemaatregel van de EU-
wetgever voor nodig was.
- Bijv. de bachelor-masterstructuur in het hoger onderwijs.
Spontane harmonisatie in gang gezet door de lidstaten toont de flexibiliteit van het Europese
integratieproces aan, waarbij politieke overeenstemming tussen de lidstaten en de instellingen
van de Unie tot integratie kan leiden, zelfs bij het ontbreken van een rechtsgrondslag in het
EU-recht die een dergelijke integratie mogelijk maakt.
6.4 DE NIEUWE METHODE VAN DE HARMONISATIE
De nieuwe methode van harmonisatie die op 4 fundamentele beginselen berust:
- Het 1e beginsel behelst de wederzijdse erkenning van nationale normen door de lidstaten.
- Het 2de beginsel houdt in dat de Unie zich dientengevolge beperkt tot het vaststellen van
essentiële veiligheidseisen of andere eisen van algemeen belang.
- Het 3de beginsel wordt de opstelling van technische specificaties ter vergemakkelijking
van de naleving van deze essentiële eisen toevertrouwd aan gespecialiseerde organisatie,
zoals bijv. het Europees Comité voor Elektrotechnische Normalisatie.
- Het 4de beginsel is dat de resulterende CE-normen vrijwillig zijn, maar dat alle producten
die aan deze normen voldoen, geacht worden aan bovengenoemde eisen te voldoen en
daarom toegang moeten krijgen tot de nationale markten van de lidstaten.
6.5 INSTRUMENTEN VAN HARMONISATIE
De meest gebruikte instrumenten zijn richtlijnen, die bij uitstek geschikt zijn voor
harmonisatie, omdat zij ten uitvoer moeten worden gelegd.
- Zo kunnen de lidstaten kiezen hoe zij hun nationale wetgeving willen aanpassen aan de
desbetreffende eisen die in de harmonisatiemaatregel zijn neergelegd.
4