Leerkracht 2
HC 1
Pedagogisch-klimaat-kwesties
- wat neem je waar in je nieuwe klas?
- wat wil jij weten over de sfeer in de klas?
- waar loop je in de praktijk tegenaan?
- of: waar zie je tegenop?
Wat vraag jij je af?
Je gaat op zoek naar een onderzoeksvraag
- voor jou belangrijk
- waar je echt nieuwsgierig naar bent
- de docent begeleidt jou daarbij
Onderzoek d.m.v. vragenlijsten afnemen
1. Oriëntatie hoofdstuk 1: inleiding
Ongeveer 500 woorden, beschrijf de verlegenheidssituatie, de doelstelling van je
onderzoek en de onderzoeksvragen.
2. Vooronderzoek hoofdstuk 2: theoretisch kader
Ongeveer 750 woorden, beschrijf wat de literatuur over het gekozen onderwerp
te bieden heeft en vul dit aan met jouw eigen ervaringen en die van je collega’s.
Hoofdstuk 3: opzet en uitvoering
Ongeveer 500 woorden, beschrijf hoe je te werk bent gegaan. Beschrijf hoe de
gegevens zijn verzameld en welke activiteiten zijn uitgevoerd om de
onderzoeksvragen te beantwoorden.
3. Uitvoering hoofdstuk 4: resultaten
Ongeveer 750 woorden, beschrijf de resultaten van de activiteiten die zijn
uitgevoerd. Speciale rol voor hypothese toetsing.
4. Afronding hoofdstuk 5: conclusie en discussie
Ongeveer 500 woorden, trek conclusies en doe aanbevelingen. Beschrijf ook
welke beperkingen je onderzoek kent.
hoofdstuk 6: kritische reflectie
kritisch kijken naar jezelf.
Pedagogisch klimaat onderzoeken
Heerst in jouw stagegroep een goede werksfeer?
Wat typeert de sfeer in jou groep?
Zelfstandigheid Duidelijkheid -
- In groepjes Structuur
werken
Positief benadering -
Positief gedrag
belonen
Grenzen Pedagogisch
stellen - klimaat
Streng zijn
Ruimte voor
eigen verhaal -
Veilige leeromgeving - Aandacht voor
Hand geven aan de individueel
deur
, HC 2
Pedagogisch klimaat
Is het totaal aan bewust gecreëerde en aanwezige omgevingsfactoren die
inspeelt op het welbevinden van kinderen en voorwaarde is voor ontwikkeling
en leren.
Model pedagogisch klimaat
(volgens het concept van adaptief onderwijs, Luc stevens)
Pro-actief: kind is in staat om te ontwikkelen in zijn sociale omgeving. De
omgeving is nodig om de uitdaging te geven om in de zone van naaste
ontwikkeling te komen.
Psychologische basisbehoeften: kind
- relatie: leerlingen voelen zich geaccepteerd/veilig. In de groep en de relatie met
de leerkracht.
- autonomie: dat je het zelf kan, en zelf mag doen. Dat je als leerkracht ingaat op
initiatieven: kinderen hebben de ruimte eigen keuzes te maken.
- competentie: het gevoel van ik kan het, dat je ergens goed in bent.
Dit allemaal brengt het kind tot ontwikkeling. Inspanning en resultaat
(spanningsveld) moet dan aan elkaar aansluiten.
Vertrouwen, uitdaging, ondersteuning
Het kind ontwikkelt als je uitdaagt een kind uit en tegelijkertijd geef je het kind
ondersteuning. Je geeft ondersteuning en automatisch ook uitdaging. Kinderen
moeten het gevoel hebben dat je te vertrouwen bent dat je de leerkracht ben.
Interactie: hoe communiceer of luister je met kinderen.
Instructie: de start van je les tot aan de evaluatie. Verwerking/opdracht etc.
Klassenmanagement: de organisatie als geheel. Hoe organiseer je de les.
HC 1
Pedagogisch-klimaat-kwesties
- wat neem je waar in je nieuwe klas?
- wat wil jij weten over de sfeer in de klas?
- waar loop je in de praktijk tegenaan?
- of: waar zie je tegenop?
Wat vraag jij je af?
Je gaat op zoek naar een onderzoeksvraag
- voor jou belangrijk
- waar je echt nieuwsgierig naar bent
- de docent begeleidt jou daarbij
Onderzoek d.m.v. vragenlijsten afnemen
1. Oriëntatie hoofdstuk 1: inleiding
Ongeveer 500 woorden, beschrijf de verlegenheidssituatie, de doelstelling van je
onderzoek en de onderzoeksvragen.
2. Vooronderzoek hoofdstuk 2: theoretisch kader
Ongeveer 750 woorden, beschrijf wat de literatuur over het gekozen onderwerp
te bieden heeft en vul dit aan met jouw eigen ervaringen en die van je collega’s.
Hoofdstuk 3: opzet en uitvoering
Ongeveer 500 woorden, beschrijf hoe je te werk bent gegaan. Beschrijf hoe de
gegevens zijn verzameld en welke activiteiten zijn uitgevoerd om de
onderzoeksvragen te beantwoorden.
3. Uitvoering hoofdstuk 4: resultaten
Ongeveer 750 woorden, beschrijf de resultaten van de activiteiten die zijn
uitgevoerd. Speciale rol voor hypothese toetsing.
4. Afronding hoofdstuk 5: conclusie en discussie
Ongeveer 500 woorden, trek conclusies en doe aanbevelingen. Beschrijf ook
welke beperkingen je onderzoek kent.
hoofdstuk 6: kritische reflectie
kritisch kijken naar jezelf.
Pedagogisch klimaat onderzoeken
Heerst in jouw stagegroep een goede werksfeer?
Wat typeert de sfeer in jou groep?
Zelfstandigheid Duidelijkheid -
- In groepjes Structuur
werken
Positief benadering -
Positief gedrag
belonen
Grenzen Pedagogisch
stellen - klimaat
Streng zijn
Ruimte voor
eigen verhaal -
Veilige leeromgeving - Aandacht voor
Hand geven aan de individueel
deur
, HC 2
Pedagogisch klimaat
Is het totaal aan bewust gecreëerde en aanwezige omgevingsfactoren die
inspeelt op het welbevinden van kinderen en voorwaarde is voor ontwikkeling
en leren.
Model pedagogisch klimaat
(volgens het concept van adaptief onderwijs, Luc stevens)
Pro-actief: kind is in staat om te ontwikkelen in zijn sociale omgeving. De
omgeving is nodig om de uitdaging te geven om in de zone van naaste
ontwikkeling te komen.
Psychologische basisbehoeften: kind
- relatie: leerlingen voelen zich geaccepteerd/veilig. In de groep en de relatie met
de leerkracht.
- autonomie: dat je het zelf kan, en zelf mag doen. Dat je als leerkracht ingaat op
initiatieven: kinderen hebben de ruimte eigen keuzes te maken.
- competentie: het gevoel van ik kan het, dat je ergens goed in bent.
Dit allemaal brengt het kind tot ontwikkeling. Inspanning en resultaat
(spanningsveld) moet dan aan elkaar aansluiten.
Vertrouwen, uitdaging, ondersteuning
Het kind ontwikkelt als je uitdaagt een kind uit en tegelijkertijd geef je het kind
ondersteuning. Je geeft ondersteuning en automatisch ook uitdaging. Kinderen
moeten het gevoel hebben dat je te vertrouwen bent dat je de leerkracht ben.
Interactie: hoe communiceer of luister je met kinderen.
Instructie: de start van je les tot aan de evaluatie. Verwerking/opdracht etc.
Klassenmanagement: de organisatie als geheel. Hoe organiseer je de les.