Eduard Douwes Dekker
Geboren op 2 maart 1820 in Amsterdam. Op zijn 18de ging hij naar Indië. Begon
in Batavia zijn loopbaan. In 1846 trouwde hij, er volgde een zoon: Edu. 4 januari
1856 benoemd tot assistant-resident op Lebak (West-Java). Na klachten van
Dekkers over uitbuiting van de Javanen door de regent werd hij verbannen naar
Oost-Java. Er was volgens het bestuur geen bewijs en Dekkers werd niet
gesteund voor de Nederlandse superieuren. Hij was boos en nam ontslag. Daarna
ging het bergafwaarts, geen geld, schuldeisers, geen werk, zijn vrouw wilde niet
meer etc. Als een getergd man heeft hij toen binnen 1 maand in 1859 Max
Havelaar geschreven. Jacob van Lennep wilde het werk in 1860 uitgeven, maar
hij wilde geen politieke onrust. Dus hij veranderde plaatsnamen, jaartallen en
relaties. Pas in 1881 was Dekker zelf weer betrokken bij het boek en werden de
juiste waarheden toegevoegd.
Nederlands-Indië 19e eeuw
De politieke heerschappij over Nederlands-Indië was in het begin van de
negentiende eeuw van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC)
overgegaan naar de Nederlandse regering. In 1816 werd het een kolonie van
Nederland
- 1830 invoering Cultuurstelsel:
Javaanse boeren moesten 1/5 van hun grond bebouwen met producten
voor de Nederlandse markt: koffie, suiker, thee, tabak, kleurstof indigo
zonder betaald te worden.
- Wie geen grond had moest 2 maanden per jaar voor het Nederlandse
gouvernement werken
- In de praktijk was het meer dan 1/5 van het land of meer dan 2
maanden werken
- Daarbij werd een belastingstelsel ingevoerd waarvan de ambtenaren
volgens een commissiesysteem werden beloond. De inlandse vorsten
kregen zogenoemde cultuurprocenten. Als hun gebied meer opbracht
voor Nederland, kregen de inlandse vorsten meer uitbetaald. Dit leidde
tot sterke uitbuiting van de inheemse bevolking door de inlandse
vorsten
Bestuur Nederlands-Indië
Er was een dualistisch bestuursstelsel.: twee besturen naast elkaar -> een
Nederlands bestuur dat over’ alle onderdanen’ ging, en een Indonesisch bestuur
dat over zaken ging die alleen Indonesiërs betroffen. Boven alle besturen stond
de (Nederlandse) gouverneur-generaal.
Indonesië werd verdeeld in provincies, die weer onderverdeeld werden in
afdelingen, vergelijkbaar met gemeenten. Aan het hoofd van elke provincie stond
een resident, de hoogste ambtenaar van een provincie. Aan het hoofd van elke
afdeling stond een assistent-resident. Deze assistent-resident werkte samen met
de inheemse bestuurders: de regenten, de Nederlandse benaming voor de
Indonesische adel. Nederland kon Java niet besturen zonder hulp van de
inheemse bevolking. De eigen adel en districts-/ dorpshoofden werden blindelings
gevolgd. De cultuurprocenten en ander geïmporteerd vermaak, zoals opium,
hielden de adel tevreden. Door het bondgenootschap met de plaatselijke
heersers werd het cultuurstelsel snel geaccepteerd door de inheemse bevolking.
Nederlandse ambtenaren waren niet meer dan opzichters van de enorme
plantages waar de exportproducten werden verbouwd. De Nederlanders konden
ook niet anders; er waren te weinig Nederlandse ambtenaren om alle gebieden
zelf te besturen.
, Algemeen vragen
1. Welke twee doelen heeft Eduard Douwes Dekker met zijn boek
Max Havelaar nagestreefd?
- Hij wilde laten zien hoe slecht de Indonesiërs werden behandeld door
de Nederlandse koloniale machthebbers.
- Hij hoopte dat er door zijn boek iets zou veranderen aan dat onrecht:
dus meer rechtvaardigheid voor de inlandse bevolking.
2. Wanneer werd Indië een kolonie van Nederland?
Indië werd officieel een Nederlandse kolonie rond 1816, nadat Nederland
de macht overnam van de VOC.
3. Wat is het Cultuurstelsel?
Het was een systeem waarbij Indonesische boeren verplicht waren een
deel van hun grond te gebruiken voor het verbouwen van producten zoals
koffie en suiker voor de Nederlandse export. Daardoor hadden ze vaak te
weinig eten voor zichzelf.
4. Hoe was het bestuur in Indonesië ingericht?
Er was een Nederlandse bestuurslaag (met o.a. residenten en assistent-
residenten) en een Indonesische laag (zoals regenten). De Nederlanders
hadden het meeste gezag, maar werkten samen met de lokale
machthebbers.
5. Hoe stonden de superieuren van Douwes Dekker tegenover diens
pogingen het lot van de inlanders te verbeteren?
Ze vonden dat hij te idealistisch was en zich te veel bemoeide met zaken
die niet zijn verantwoordelijkheid waren. Ze wilden dat hij zich aan het
systeem hield.
6. Waarom neemt Douwes Dekker uiteindelijk ontslag als assistent
van de resident?
Omdat hij geen verandering kon bereiken en zich niet meer wilde schikken
in een systeem dat mensen uitbuitte. Hij voelde zich machteloos en boos.
7. Wat is de belangrijkste kritiek van Douwes Dekker op het koloniale
systeem?
Dat het systeem mensen uitbuitte en dat de Nederlandse overheid en
ambtenaren daar niets tegen deden. Ze keken weg terwijl de bevolking
leed.
8. De Nederlanders bepaalden welke producten de boeren in Lebak
moesten verbouwen. Noem drie van die luxeproducten die de
Nederlanders wilden hebben.
- Koffie
- Suiker
- Indigo (plantaardige blauwe kleurstof)