Yana Tulen, 2844127
Beslissingen onder druk
Een reflectie op het Amsterdamse verkeersongeval
“Man (28) overlijdt in Amsterdam na achtervolging door politie” (NOS, 2024). Zo
luidt de kop van een nieuwsartikel op 9 september 2024. Agenten zetten die nacht de
achtervolging in op een auto met abnormale snelheid. De achtervolging wordt echter snel
afgebroken, omdat de situatie te gevaarlijk wordt. Kort daarna verliest de bestuurder van de
desbetreffende auto waarschijnlijk de macht over het stuur; waardoor hij tegen de muur van
een spoorwegviaduct botst. Drie van de vijf inzittenden raken gewond en een persoon
overlijdt ter plaatse. Na het ongeval ligt het treinverkeer enige tijd stil en doen
verkeersspecialisten verder onderzoek naar de zaak.
De taak van de politie ligt in deze casus bij de handhaving van de openbare orde. Zij
moeten ervoor zorgen dat alles soepel verloopt, mensen geen hinder ervaren en de situatie op
straat veilig is. Dit is een voorbeeld van low policing, wat eigenlijk staat voor de
ordeverstoringen waar de politie iedere dag mee te maken krijgt (Brodeur, 1983). De agenten
probeerden in deze casus veiligheid op de weg te creëren door abnormaal rijgedrag aan te
pakken en de bestuurder van de auto waarschijnlijk te bekeuren. Wanneer de achtervolging
echter te gevaarlijk werd, braken de agenten dit af, omdat zij de situatie anders nog
gevaarlijker zouden maken en hiermee de openbare orde nog meer zouden verstoren.
Bij dit incident waren meerdere mensen van de politie aanwezig. Zo werd de
achtervolging uitgevoerd door twee agenten, die waarschijnlijk onderdeel zijn van de
patrouille-eenheid, mogelijk wijkagenten. Na het ongeval boog een andere afdeling van de
politie zich weer over deze zaak, namelijk de verkeersspecialisten (verkeerspolitie). Ondanks
dat er meerdere mensen van de politie betrokken waren, is er ook een eindverantwoordelijke.
Het gezag lag in dit geval bij de (wijk)agenten die in korte tijd moesten beslissen hoe ze de
situatie gingen aanpakken en ervoor kozen om de achtervolging af te breken. Als je hogerop
in de organisatie kijkt, is de politiechef de eindverantwoordelijke, omdat hij/zij de goede gang
van zaken binnen de politie moet waarborgen. Zo zorgt de politiechef dat alles volgens de
geldende regels en wetten verloopt (Van Veldhuizen, 2024).
“Public order management is de systematische planning voor en het sturing geven aan
gebeurtenissen in het publieke domein waarbij, ongeacht het aantal aanwezige mensen,
risico’s voor verstoring van de openbare orde bestaan” (Muller et al., 2024, p. 114). Dit begrip
vat deze casus mooi samen, want de agenten die op 9 september dienst hadden hebben in een
split second moeten beslissen of ze de achtervolging gingen voortzetten of niet. Ze hebben
hierbij in een korte tijd als het ware moeten plannen en een afweging moeten maken tussen
Beslissingen onder druk
Een reflectie op het Amsterdamse verkeersongeval
“Man (28) overlijdt in Amsterdam na achtervolging door politie” (NOS, 2024). Zo
luidt de kop van een nieuwsartikel op 9 september 2024. Agenten zetten die nacht de
achtervolging in op een auto met abnormale snelheid. De achtervolging wordt echter snel
afgebroken, omdat de situatie te gevaarlijk wordt. Kort daarna verliest de bestuurder van de
desbetreffende auto waarschijnlijk de macht over het stuur; waardoor hij tegen de muur van
een spoorwegviaduct botst. Drie van de vijf inzittenden raken gewond en een persoon
overlijdt ter plaatse. Na het ongeval ligt het treinverkeer enige tijd stil en doen
verkeersspecialisten verder onderzoek naar de zaak.
De taak van de politie ligt in deze casus bij de handhaving van de openbare orde. Zij
moeten ervoor zorgen dat alles soepel verloopt, mensen geen hinder ervaren en de situatie op
straat veilig is. Dit is een voorbeeld van low policing, wat eigenlijk staat voor de
ordeverstoringen waar de politie iedere dag mee te maken krijgt (Brodeur, 1983). De agenten
probeerden in deze casus veiligheid op de weg te creëren door abnormaal rijgedrag aan te
pakken en de bestuurder van de auto waarschijnlijk te bekeuren. Wanneer de achtervolging
echter te gevaarlijk werd, braken de agenten dit af, omdat zij de situatie anders nog
gevaarlijker zouden maken en hiermee de openbare orde nog meer zouden verstoren.
Bij dit incident waren meerdere mensen van de politie aanwezig. Zo werd de
achtervolging uitgevoerd door twee agenten, die waarschijnlijk onderdeel zijn van de
patrouille-eenheid, mogelijk wijkagenten. Na het ongeval boog een andere afdeling van de
politie zich weer over deze zaak, namelijk de verkeersspecialisten (verkeerspolitie). Ondanks
dat er meerdere mensen van de politie betrokken waren, is er ook een eindverantwoordelijke.
Het gezag lag in dit geval bij de (wijk)agenten die in korte tijd moesten beslissen hoe ze de
situatie gingen aanpakken en ervoor kozen om de achtervolging af te breken. Als je hogerop
in de organisatie kijkt, is de politiechef de eindverantwoordelijke, omdat hij/zij de goede gang
van zaken binnen de politie moet waarborgen. Zo zorgt de politiechef dat alles volgens de
geldende regels en wetten verloopt (Van Veldhuizen, 2024).
“Public order management is de systematische planning voor en het sturing geven aan
gebeurtenissen in het publieke domein waarbij, ongeacht het aantal aanwezige mensen,
risico’s voor verstoring van de openbare orde bestaan” (Muller et al., 2024, p. 114). Dit begrip
vat deze casus mooi samen, want de agenten die op 9 september dienst hadden hebben in een
split second moeten beslissen of ze de achtervolging gingen voortzetten of niet. Ze hebben
hierbij in een korte tijd als het ware moeten plannen en een afweging moeten maken tussen