Praktisch didactiek voor
natuuronderwijs H1 - H2 - H3
geschreven door:
veravandenham
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Praktische didactiek NTO
Hoofdstuk 2-3-7-8-11-18-19-21
Hoofdstuk 2: Doen en denken
2.1 Hoe leren kinderen de wereld begrijpen
Nieuwsgierigheid en verwondering zijn drijfveren om de omgeving te willen
begrijpen. Ook de wil om dingen naar hun hand te zetten motiveert kinderen om
te zoeken naar samenhangen die ze kunnen gebruiken. Eigen ervaringen zijn
onvervangbaar als basis voor elke vorm van begrip.
2.2 Ontdekken van regelmaat en samenhang
Kinderen kunnen hun belevenissen op verschillende manieren ervaren:
Als nieuwe ervaring
Als iets wat hoort bij een eerdere ervaring
Kinderen kunnen de ervaringen die bij elkaar horen op verschillende manieren
aan elkaar koppelen:
Gebeurtenissen hebben steeds een bepaalde volgorde
Op elkaar lijkende dingen vertonen verschillend gedrag
Verschillende verschijnselen zijn er tegelijkertijd
Bij kinderen ontstaat zo langzaam het besef dat de wereld gehoorzaamt aan
bepaalde regels. Ze ontdekken regelmaat in de omgeving die zijn eigen gang gaat.
2.3 Denkbeelden en denkschema’s
Kinderen ontwikkelen hun eigen denkbeelden vanuit een combinatie van allerlei
indrukken. Zij combineren die denkbeelden tot denkschema’s met regelmaat en
samenhang. Onjuiste denkbeelden noemen we misconcepten die ontstaat door
toeval of invloeden die kinderen niet kunnen overzien. De denkschema’s van
kinderen ontstaan naar aanleiding van hun persoonlijke ervaringen.
2.4 Leren door doen
Kinderen denken met hun handelen, al doende dus. Zo leren zij de
verscheidenheid van hun omgeving kennen en ordenen, vormen zij allerlei
begrippen en herkennen zij samenhang. Ondertussen verwoorden zij hun
bezigheden en gedachten. Pas na veel ervaringen en veel herhalingen kan een
patroon, een wetmatigheid worden herkend.
Kleuter kennen aan levenloze voorwerpen persoonlijkheid toe. Rond hun 6e jaar
ontstaat er een meer objectieve kijk op hun omgeving. Als na verloop van tijd de
denkschema’s ingewikkelder worden, is het effectief om onderzoekend leren
duidelijk te structuren. Onderzoekjes in de midden- en bovenbouw moet je goed
begeleiden en structureren.
De overgang van intuïtief naar concrete operaties bij peuters en kleuters ziet er
als volgt uit:
Denken intuïtief: directe waarneming heeft veel invloed
Denken is verbonden aan hun eigen bewegingen
Gevolgen kunnen zij zich nog niet voorstellen
Trekken geen conclusies uit hun ervaringen
Bekijken de wereld vanuit hun eigen perspectief
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
natuuronderwijs H1 - H2 - H3
geschreven door:
veravandenham
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Praktische didactiek NTO
Hoofdstuk 2-3-7-8-11-18-19-21
Hoofdstuk 2: Doen en denken
2.1 Hoe leren kinderen de wereld begrijpen
Nieuwsgierigheid en verwondering zijn drijfveren om de omgeving te willen
begrijpen. Ook de wil om dingen naar hun hand te zetten motiveert kinderen om
te zoeken naar samenhangen die ze kunnen gebruiken. Eigen ervaringen zijn
onvervangbaar als basis voor elke vorm van begrip.
2.2 Ontdekken van regelmaat en samenhang
Kinderen kunnen hun belevenissen op verschillende manieren ervaren:
Als nieuwe ervaring
Als iets wat hoort bij een eerdere ervaring
Kinderen kunnen de ervaringen die bij elkaar horen op verschillende manieren
aan elkaar koppelen:
Gebeurtenissen hebben steeds een bepaalde volgorde
Op elkaar lijkende dingen vertonen verschillend gedrag
Verschillende verschijnselen zijn er tegelijkertijd
Bij kinderen ontstaat zo langzaam het besef dat de wereld gehoorzaamt aan
bepaalde regels. Ze ontdekken regelmaat in de omgeving die zijn eigen gang gaat.
2.3 Denkbeelden en denkschema’s
Kinderen ontwikkelen hun eigen denkbeelden vanuit een combinatie van allerlei
indrukken. Zij combineren die denkbeelden tot denkschema’s met regelmaat en
samenhang. Onjuiste denkbeelden noemen we misconcepten die ontstaat door
toeval of invloeden die kinderen niet kunnen overzien. De denkschema’s van
kinderen ontstaan naar aanleiding van hun persoonlijke ervaringen.
2.4 Leren door doen
Kinderen denken met hun handelen, al doende dus. Zo leren zij de
verscheidenheid van hun omgeving kennen en ordenen, vormen zij allerlei
begrippen en herkennen zij samenhang. Ondertussen verwoorden zij hun
bezigheden en gedachten. Pas na veel ervaringen en veel herhalingen kan een
patroon, een wetmatigheid worden herkend.
Kleuter kennen aan levenloze voorwerpen persoonlijkheid toe. Rond hun 6e jaar
ontstaat er een meer objectieve kijk op hun omgeving. Als na verloop van tijd de
denkschema’s ingewikkelder worden, is het effectief om onderzoekend leren
duidelijk te structuren. Onderzoekjes in de midden- en bovenbouw moet je goed
begeleiden en structureren.
De overgang van intuïtief naar concrete operaties bij peuters en kleuters ziet er
als volgt uit:
Denken intuïtief: directe waarneming heeft veel invloed
Denken is verbonden aan hun eigen bewegingen
Gevolgen kunnen zij zich nog niet voorstellen
Trekken geen conclusies uit hun ervaringen
Bekijken de wereld vanuit hun eigen perspectief
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.