geschreven door:
veravandenham
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Onderwijskunde samenvatting H1 Inleiding
1.1.1 Kleuter en schoolkind
Schoolkinderen: kinderen die de leeftijd van 6/7 jaar hebben bereikt
- Friedrich Fröbel (grondlegger kleuteronderwijs): Jonge kinderen zijn gericht op de
binnenwereld. Zij worden beheerst door impulsen van binnenuit. De buitenwereld geven ze
vorm in overeenstemming met hun eigen natuur. Groeien en ontwikkelen doen jonge
kinderen van binnen naar buiten. De ontwikkeling van de schoolkindfase gaat van buiten
naar binnen. Het kind is in staat om onderwijs te ontvangen. Het onderwijs moet
schoolleeftijd gericht zijn, op werkelijk inzicht en actief begrijpen.
- Geurtz: Jonge kinderen leven nog in een toestand van onbewuste vanzelfsprekendheid van
het bestaan.
Kleuters zijn dus geen schoolkind. Kinderen van 4, 5 en 6 jaar leren als hun hele innerlijke wezen
ergens door gegrepen wordt. De kleuterfase is een fase waarin kinderen nog geen schoolkind zijn. De
kleuterfase heeft een heel eigen dynamiek. Kinderen zijn onderzoekend en nieuwsgierig. Zij bekijken
de wereld op een verrassende nieuwe manier.
1.1.2 Typisch kleuters
Als je het eigene van kleuters accepteert en als uitgangspunt neemt bij je werk, zullen zowel jij als de
kleuters zich niet gefrustreerd hoeven voelen. We bespreken de volgende kenmerken:
1. Emotionele beleving: Jonge kinderen beleven emoties heel intens. Kleuters zijn niet zakelijk.
De manier waarop ze hun werkelijkheid beleven is altijd emotioneel gekleurd. Kleuters
beleven hun werkelijkheid als totaliteit waarbij hoofd en hart niet gescheiden zijn.
2. Intuïtief: Kleuters hebben nog niet veel begrip van de wereld en moeten dit op een andere
wijze compenseren. Dit doen zij door hun haarscherpe intuïtie. Zij voelen mensen en
situaties op een bepaalde manier aan. Je kunt gevoelens voor kleuters moeilijk verbergen.
Het is belangrijk dat je jezelf goed kent en dat je eerlijk en open met je eigen emoties om
durft te gaan. Het is ook belangrijk dat je je best doet om van elk kind te houden.
3. Egocentrisme: Jonge kinderen zijn egocentrisch. Met de sociale ontwikkeling van kleuters is
niets mis. Het inlevingsvermogen van jonge kinderen is scherp. Het egocentrisme van jonge
kinderen is een cognitieve kwestie. Ze kunnen zich niet verplaatsen in het perspectief van
een ander. De leerkracht zal kinderen helpen om zaken vanuit het perspectief van een ander
te leren zien. Dit zal ook steeds beter lukken naarmate de cognitieve ontwikkeling vordert.
4. Hang naar gewoontes en routines: Jonge kinderen zijn gewoontedieren. Vaste gewoontes en
routines geven hun zekerheid. De wereld wordt inzichtelijk en grijpbaar. Een vast
dagprogramma met terugkerende routines is prettig voor kleuters. Kleuters weten van, voor
ons, veel voor de hand liggende zaken nog niet hoe het hoort. Als leerkracht moet je
kinderen leren hoe het hoort (gewoonteles Montessori)
5. Concentratievermogen: Dat jonge kinderen zich niet lang kunnen concentreren is een
misverstand. De meeste jonge kinderen kunnen zich uitstekend concentreren, maar het lukt
kleuters niet om langer dan 20 minuten stil te zitten tijdens een kringgesprek. Diezelfde
kleuters zie je echter soms langdurig en volharding een moeilijke taak uitvoeren die ze
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.