,1. Basismodule
Basismodule – Creativiteit in het sociaal werk
In het hedendaagse sociaal werk is creativiteit geen luxe, maar een noodzaak. De praktijk van de
sociaal werker speelt zich af in een complexe, dynamische samenleving waarin sociale problemen
zelden eenvoudig of eenduidig zijn. Maatschappelijke vraagstukken zoals armoede, sociale
uitsluiting, eenzaamheid en migratie vereisen maatwerkoplossingen die recht doen aan de unieke
context van elke cliënt of gemeenschap. Volgens Creativiteit en cocreatie in sociaal werk (Henderikx,
2019) biedt creatief denken sociaal werkers de mogelijkheid om vastgeroeste patronen te
doorbreken, nieuwe perspectieven te openen en cliënten actief te betrekken bij hun eigen
ontwikkelproces.
De noodzaak van creatief denken
Creativiteit stelt sociaal werkers in staat om verder te kijken dan protocollen, regels en
standaardmethoden. Waar traditionele interventies tekortschieten, biedt een creatieve benadering
ruimte voor experiment, verbeelding en samenwerking. In het sociaal domein betekent dit dat de
professional niet alleen oplossingsgericht, maar ook mogelijkheidsgericht denkt: wat kan wél,
ondanks beperkingen? Deze houding vraagt om flexibiliteit, lef en reflectie.
Een belangrijk inzicht uit de basismodule is dat creativiteit niet alleen een individuele vaardigheid is,
maar ook een relationeel proces. Sociaal werkers creëren samen met cliënten, collega’s en
netwerken nieuwe betekenissen en handelingsmogelijkheden. Dit cocreatieve proces maakt dat
oplossingen beter aansluiten bij de leefwereld van betrokkenen en duurzamer zijn op de lange
termijn. Creativiteit is dus niet slechts het bedenken van iets nieuws, maar het verbinden van
verschillende perspectieven om tot betekenisvolle verandering te komen.
, Het creatieve proces in vier fasen
Het boek beschrijft het creatieve proces als een cyclisch en dynamisch geheel, bestaande uit vier
fasen: oriëntatie, divergentie, convergentie en implementatie. Deze fasen vormen samen een
raamwerk dat sociaal werkers helpt om gestructureerd te innoveren, zonder de spontaniteit van
creatief denken te verliezen.
1. Oriëntatie – de context begrijpen
De oriëntatiefase draait om het verkennen en begrijpen van de situatie. Sociaal werkers nemen de
tijd om het probleem in al zijn dimensies te leren kennen: de feiten, de emoties, de belangen en de
onderliggende betekenissen. Deze fase vraagt om open aandacht en het vermogen om niet te snel te
oordelen. In de praktijk betekent dit dat de sociaal werker actief luistert, observeert en vragen stelt
die verder gaan dan de oppervlakte.
Bijvoorbeeld: een jongere die structureel te laat komt op school lijkt op het eerste gezicht
ongemotiveerd, maar nader onderzoek kan uitwijzen dat er sprake is van een complexe thuissituatie.
Door goed te oriënteren, vermijdt de professional het risico van voorbarige conclusies en kan hij
beter inspelen op de echte behoefte.
Kenmerken van de oriëntatiefase:
Informatie verzamelen vanuit verschillende perspectieven
Onderliggende patronen en betekenissen verkennen
Tijd nemen voor reflectie en analyse