Inhoudsopgave
Grondslagen van het recht
Hoofdlijnen
LE 1
Hoofdstuk 1
1 Rechtsregels
2 Rechtsregels en andere sociale regels
3 Rechtsysteem
3.1 Functies van het rechtssysteem
3.2 Functies van staatsorganen
4 Soorten rechtsregels
4.1 Gedragsnormen
4.2 Sanctienormen
4.3 Bevoegdheidsverlenende normen
5 Positiviteit, gelding en effectiviteit van het recht
5.1 Positiviteit
5.2 Gelding
5.3 Effectiviteit
6 Twee betekenissen van ‘recht’
6.1 Objectief recht
6.2 Subjectief recht
6.3 Subjectief recht en objectief recht
,Hoofdstuk 2
1 Inleiding
2 Codificatie, wetboeken en wetten
3 Rechtsgebieden
4 Publiekrecht en privaatrecht
4.1 Publiekrecht
4.2 Privaatrecht
5 Andere onderscheidingen en indelingen van rechtsregels
5.1 Dwingend en aanvullend recht
5.2 Formeel en materieel recht
5.3 Internationaal en nationaal recht
Reader tekst 1 Rechtswetenschap
Le 3
Hoofdstuk 3
Rechtsbronnen
1 Criteria voor het herkennen van rechtsregels
1.1 Soort regel
1.2 Onderwerp van de regel
1.3 Herkomst van de regel
2 Formele rechtsbronnen
2.1 Wet
2.2 Jurisprudentie
2.3 Ongeschreven recht
2.4 Verdragen
2.5 Besluiten van internationale organisaties
2.6 Internationale jurisprudentie
,3 Kenbronnen
Grondslagen van het recht Hoofdstuk 4
De organisatie van de staat: wetgevende en bestuurlijke organisatie
1 Verdeling van de staatsmacht als organisatieprincipe
1.2 Decentralisatie en deconcentratie
2 Organisatie van de centrale overheid
2.1 Koning en regering
2.2. Staten-Generaal
2.3 Raad van State
3 Organisatie van de decentrale overheid
3.1 toezicht
3.2 Provincies en gemeent
Le 4
Hoofdstuk 5 De orgaisatie van de staat: rechterlijke organisatie
1 Inleiding
1 De uitdrukking rechterlijke macht
2 De belangrijkste rechterlijke colleges
3 De bevoegdheid van rechters: absolute en relatieve competentie
4 Absolute competentie in eerste aanleg’
5 Relatieve competentie in eerste aanleg
6 Rechtsmiddelen
7 Gewone rechtsmiddelen
8 Buitengewone rechtsmiddelen
9 Het openbare ministerie
10 Taken
11 Organisatie van het Openbaar Ministerie
12 De procureur-generaal bij de Hoge Raad
, 13 Belangrijke uitgangspunten
Le 3
Hoofdstuk 6 Wetgeving
1 Het dubbele wetsbegrip
13.1 Wet in formele zin
13.2 Wet in materiële zin
13.3 Soorten wetten in materiele zin en beslissingen
13.4 Belang van het onderscheid
13.5 Verhouding formeel en materieel wetsbegrip
13.6 Beleidsregells
13.7 Attributie en delegatie van wetgeving
13.8 Delegatieterminilogie in de Grondwet
13.9 Hiërarchie van wetten en voorrangsregels
13.10 Beoordeling van wetten
13.11 Rechterlijke toetsing en toetsingsregels
13.12 Toetsingsverboden
13.13 Wel toetsing toegestaan
13.14 Repressief toezicht door de regering
13.15 Samenloop van wetgeving
Le 5
Reader tekst 2
Hoofdstuk 3 paragraaf 4
Grondslagen van het recht
Hoofdlijnen
LE 1
Hoofdstuk 1
1 Rechtsregels
2 Rechtsregels en andere sociale regels
3 Rechtsysteem
3.1 Functies van het rechtssysteem
3.2 Functies van staatsorganen
4 Soorten rechtsregels
4.1 Gedragsnormen
4.2 Sanctienormen
4.3 Bevoegdheidsverlenende normen
5 Positiviteit, gelding en effectiviteit van het recht
5.1 Positiviteit
5.2 Gelding
5.3 Effectiviteit
6 Twee betekenissen van ‘recht’
6.1 Objectief recht
6.2 Subjectief recht
6.3 Subjectief recht en objectief recht
,Hoofdstuk 2
1 Inleiding
2 Codificatie, wetboeken en wetten
3 Rechtsgebieden
4 Publiekrecht en privaatrecht
4.1 Publiekrecht
4.2 Privaatrecht
5 Andere onderscheidingen en indelingen van rechtsregels
5.1 Dwingend en aanvullend recht
5.2 Formeel en materieel recht
5.3 Internationaal en nationaal recht
Reader tekst 1 Rechtswetenschap
Le 3
Hoofdstuk 3
Rechtsbronnen
1 Criteria voor het herkennen van rechtsregels
1.1 Soort regel
1.2 Onderwerp van de regel
1.3 Herkomst van de regel
2 Formele rechtsbronnen
2.1 Wet
2.2 Jurisprudentie
2.3 Ongeschreven recht
2.4 Verdragen
2.5 Besluiten van internationale organisaties
2.6 Internationale jurisprudentie
,3 Kenbronnen
Grondslagen van het recht Hoofdstuk 4
De organisatie van de staat: wetgevende en bestuurlijke organisatie
1 Verdeling van de staatsmacht als organisatieprincipe
1.2 Decentralisatie en deconcentratie
2 Organisatie van de centrale overheid
2.1 Koning en regering
2.2. Staten-Generaal
2.3 Raad van State
3 Organisatie van de decentrale overheid
3.1 toezicht
3.2 Provincies en gemeent
Le 4
Hoofdstuk 5 De orgaisatie van de staat: rechterlijke organisatie
1 Inleiding
1 De uitdrukking rechterlijke macht
2 De belangrijkste rechterlijke colleges
3 De bevoegdheid van rechters: absolute en relatieve competentie
4 Absolute competentie in eerste aanleg’
5 Relatieve competentie in eerste aanleg
6 Rechtsmiddelen
7 Gewone rechtsmiddelen
8 Buitengewone rechtsmiddelen
9 Het openbare ministerie
10 Taken
11 Organisatie van het Openbaar Ministerie
12 De procureur-generaal bij de Hoge Raad
, 13 Belangrijke uitgangspunten
Le 3
Hoofdstuk 6 Wetgeving
1 Het dubbele wetsbegrip
13.1 Wet in formele zin
13.2 Wet in materiële zin
13.3 Soorten wetten in materiele zin en beslissingen
13.4 Belang van het onderscheid
13.5 Verhouding formeel en materieel wetsbegrip
13.6 Beleidsregells
13.7 Attributie en delegatie van wetgeving
13.8 Delegatieterminilogie in de Grondwet
13.9 Hiërarchie van wetten en voorrangsregels
13.10 Beoordeling van wetten
13.11 Rechterlijke toetsing en toetsingsregels
13.12 Toetsingsverboden
13.13 Wel toetsing toegestaan
13.14 Repressief toezicht door de regering
13.15 Samenloop van wetgeving
Le 5
Reader tekst 2
Hoofdstuk 3 paragraaf 4