Hoe ga je om met kinderen op school en met hun ouders?
Deel 1, hoofdstuk 1
Paragraaf 1 – een goede relatie
Het ontwikkelen van een goede, veilige pedagogische relatie tussen leerkracht en
kinderen is essentieel voor goed onderwijs. Het vormt de basis voor een goed
functionerende leerling, effectief onderwijs en optimale leeropbrengsten. De invloed van
beslissingen van een individuele leerkracht is veel groter dan het effect van beslissingen
op schoolniveau. Een goede relatie draagt op vele manieren bij aan de ruimte om te leren
en doceren:
Met een goede relatie zijn leerlingen meer bereid de methoden, regels, procedures
en dergelijke van de leerkracht te accepteren. Is die relatie er niet, dan zoeken
leerlingen de grenzen op.
Binnen een goede relatie voelt een kind zich veilig. Een kind dat zich veilig voelt,
durft verkennend en onderzoekend gedrag te vertonen, voelt zich vrij te
ontwikkelen en te leren.
Een leerling die ervaart dat hij met de leerkracht een positieve relatie heeft, zal
eraan hechten die relatie niet op het spel te zetten. Hij zal dus proberen geen
verdrag te vertonen waardoor de relatie onder druk komt te staan.
Problemen van kinderen verkleinen de ruimte voor leren en doceren en vergroten
daarmee de kans op lagere leeropbrengsten. Dit kan komen door aandacht eisend
gedrag, wat tijd en energie vraagt van de leerkracht en leerling. Een kind met een
goede relatie is ontvankelijker voor hulp.
Het aanpakken gaat niet altijd goed. Met een goede relatie is dat niet zo erg, niet
leuk, maar het kind kan dit dan makkelijker wegzetten als een incident. Bij een
minder goede relatie leidt dit vaak tot ‘bewijs’ dat je de leerling niet accepteert:
afwijzing.
Een goede relatie bestaat uit (ten minste):
- acceptatie: leerling kan zichzelf zijn met uitzicht op ontwikkeling naar eigen maat.
- ondersteuning: leerling kan het vertrouwen voelen in wat het kan en wil
ondernemen.
- betrokkenheid: als leerkracht het willen en kunnen aangaan van een relatie met het
kind.
Dit is in overeenstemming met de psychologische behoeften van mensen:
- het gevoel van relatie (het gevoel van verbondenheid en zich gewaardeerd en
gerespecteerd voelen)
- het gevoel van competentie (weten dat je het kunt)
- het gevoel van autonomie (onafhankelijkheid: je kunt invloed uitoefenen op datgene
wat je doet)
Deze behoeftes creëren met elkaar de intrinsieke motivatie om je te ontwikkelen als mens.
Worden deze niet voldoende ingevuld, dan wordt de basis voor goed functioneren en
effectief onderwijs verkleind.
Het opbouwen en in stand houden van een goede relatie vraagt gerichte inzet van een
leerkracht. Het zelfbeeld van een kind bepaald in sterke mate zijn manier van reageren en
zijn gedrag.