Muziek meester deel A hoofdstuk 6 Bewegen
Voor veel mensen is muziek niet denkbaar zonder dans en beweging.
Als leerkracht is het van belang dat je tegemoet komt aan de bewegingsdrang van kinderen
en dat je je wilt inzetten om hun muzikale bewegingsvaardigheid te ontwikkelen.
Twee belangrijke dingen:
- Onderzoekende houding
- Bereidheid om samen met de kinderen te gaan bewegen op muziek
Muziek en bewegen is meer dan het uitvoeren van een dans. Door op muziek te bewegen,
ervaren kinderen specifieke kenmerken van de muziek en laten ze zien dat ze bepaalde
aspecten in de muziek herkennen.
Kinderen willen graag bewegen; het hoort bij hun ontwikkelingsfasen en het is daarom
volkomen natuurlijk om bewegen in te schakelen bij het leerproces. Hiermee kom je
kinderen tegemoet die niet zo snel op een cognitieve en verbale manier leren.
Aandacht voor motivatie: aandacht trekken met iets betekenisvols. Geef ze de kans zich in te
leven in het verhaal en breng ze in de juiste sfeer.
Aandacht voor kwaliteit van de uitvoering: observeren is belangrijk. Observeer op het KVB-
model. Dan werk je aan kwaliteit. Let ook op aspecten uit de dansdidactiek: tijd, kracht en
ruimte. Let vanaf het begin op de kwaliteit en reageer daar op!
Aandacht voor veilige leeromgeving: spreekt voor zich.
Speelliedjes: liedjes met een bewegingsspel, vaste spelregels of vaste bewegingspatronen.
Bijv. we maken een kringetje, hoofd schouders knie en teen etc.
Kleuters vinden zingen en bewegen tegelijk nog vaak lastig.
Soms is het beter om eerst een lied los aan te leren en erna pas bewegingen/spel toe te
voegen.
Geleide bewegingen: bewegingen die je als leerkracht zelf aanbiedt.
Vrije bewegingen: bewegingen die de kinderen hebben bedacht.
Een balans hiertussen is mooi.
Het gebruik van instrumenten kan kinderen helpen iets te leren over de taal van muziek.
- Muzikale begrippen: hoog (vliegen als vogel) – laag (kruipen als slak) en klankkleuren
- Muzikaal geheugen: als je dit hoort doe je dat
- Muzikaal voorstellingsvermogen: dit is onweer, dit is regen etc.
- Reageren op verschillen en overeenkomsten: tempoverschillen
Op de basisschool wordt beweging ingeschakeld om meer muzikale inhouden te verkennen
en te leren. Dit doe je a.d.h.v. het KVB-model.
Klankaspecten: In feite kunnen kinderen op alle muzikale facetten bewegend reageren.
Vormaspecten: Vorm is uitstekend te visualiseren m.b.v. bewegingen.
Betekenisaspecten: Muziek kan iets vertellen.
Zie blz. 158, 159 en 160 voor toelichting in tabellen!!
Voor veel mensen is muziek niet denkbaar zonder dans en beweging.
Als leerkracht is het van belang dat je tegemoet komt aan de bewegingsdrang van kinderen
en dat je je wilt inzetten om hun muzikale bewegingsvaardigheid te ontwikkelen.
Twee belangrijke dingen:
- Onderzoekende houding
- Bereidheid om samen met de kinderen te gaan bewegen op muziek
Muziek en bewegen is meer dan het uitvoeren van een dans. Door op muziek te bewegen,
ervaren kinderen specifieke kenmerken van de muziek en laten ze zien dat ze bepaalde
aspecten in de muziek herkennen.
Kinderen willen graag bewegen; het hoort bij hun ontwikkelingsfasen en het is daarom
volkomen natuurlijk om bewegen in te schakelen bij het leerproces. Hiermee kom je
kinderen tegemoet die niet zo snel op een cognitieve en verbale manier leren.
Aandacht voor motivatie: aandacht trekken met iets betekenisvols. Geef ze de kans zich in te
leven in het verhaal en breng ze in de juiste sfeer.
Aandacht voor kwaliteit van de uitvoering: observeren is belangrijk. Observeer op het KVB-
model. Dan werk je aan kwaliteit. Let ook op aspecten uit de dansdidactiek: tijd, kracht en
ruimte. Let vanaf het begin op de kwaliteit en reageer daar op!
Aandacht voor veilige leeromgeving: spreekt voor zich.
Speelliedjes: liedjes met een bewegingsspel, vaste spelregels of vaste bewegingspatronen.
Bijv. we maken een kringetje, hoofd schouders knie en teen etc.
Kleuters vinden zingen en bewegen tegelijk nog vaak lastig.
Soms is het beter om eerst een lied los aan te leren en erna pas bewegingen/spel toe te
voegen.
Geleide bewegingen: bewegingen die je als leerkracht zelf aanbiedt.
Vrije bewegingen: bewegingen die de kinderen hebben bedacht.
Een balans hiertussen is mooi.
Het gebruik van instrumenten kan kinderen helpen iets te leren over de taal van muziek.
- Muzikale begrippen: hoog (vliegen als vogel) – laag (kruipen als slak) en klankkleuren
- Muzikaal geheugen: als je dit hoort doe je dat
- Muzikaal voorstellingsvermogen: dit is onweer, dit is regen etc.
- Reageren op verschillen en overeenkomsten: tempoverschillen
Op de basisschool wordt beweging ingeschakeld om meer muzikale inhouden te verkennen
en te leren. Dit doe je a.d.h.v. het KVB-model.
Klankaspecten: In feite kunnen kinderen op alle muzikale facetten bewegend reageren.
Vormaspecten: Vorm is uitstekend te visualiseren m.b.v. bewegingen.
Betekenisaspecten: Muziek kan iets vertellen.
Zie blz. 158, 159 en 160 voor toelichting in tabellen!!