e
Dr. A. L. Mok 6 druk
H3 – Van arbeidsdeling naar arbeidsverdeling
Arbeid scheidt mensen, maar verbindt ze ook. Arbeidsverdeling is pas gekomen toen de organisatie
van de samenleving door allerlei factoren, waaronder vooral de industrialisatie en de techniek, steeds
gedifferentieerder en ingewikkelder begon te worden, waardoor coördinatie van arbeidskrachten en
arbeidsmiddelen noodzakelijk werd. Onder invloed van de industriële revolutie, dikwijls op een
gefragmenteerde, mensonvriendelijke en inhumane wijze aan die differentiatie, integratie en
coördinatie vorm werd gegeven. Hiertegen kwam verzet waardoor ondernemers zich gingen
inspannen om de gevolgen van die ver doorgevoerde arbeidsverdeling te verzachten en allerlei
aanpassingen te doen. Mede hierdoor, want er waren ethisch geïnspireerde fabriekseigenaars die uit
zichzelf inzagen dat het ongebreidelde kapitalisme moreel onaanvaardbare gevolgen had. De
coördinatie van de arbeidsactiviteiten en de motivatie van mensen om zich erin te schikken, vormden
steeds grotere problemen voor het management.
Adam Smith sprak van de marktkrachten als van de ‘onzichtbare hand’ van de concurrentie, die
ondernemers zou afstraffen als zij inefficiënt produceerden. Karl Marx was van mening dat onder een
kapitalistische productiewijze bedrijven die niet mee konden komen, gedoemd waren ten onder te
gaan, als het ware ‘uit de markt te worden geschud’. Ondernemers werden gestimuleerd om zich te
specialiseren in producten en diensten waar zij het beste in waren zodat ze concurrentievoordeel
hadden. De wens zo goed en zo concurrerend mogelijk te produceren, deed behoefte ontstaan aan
efficiënte organisatiesystemen die mensen en middelen optimaal met elkaar combineerden en tegelijk
arbeiders zouden stimuleren tot gemotiveerde deelname aan het productieproces.
Volgens Marx werd het proces van verdeling van taken over mensen tot machtsproces. Er ontstond
een klassentegenstelling wat de oorzaak was van de natuurlijke arbeidsdeling en de
vanzelfsprekende solidariteit tussen mensen (Durkheim) onder de oppervlakte verdween en dat de
sociale ongelijkheid op het gebied van marktkansen, bezig en inkomen (Weber) de overhand kreeg.
Arbeidsdeling: arbeidsdeling is de verscheidenheid aan arbeidsverrichtingen die voortkomt uit
menselijke hoedanigheden. Deze hoedanigheden zijn toegewezen of verworden.
Toegewezen hoedanigheden: krijgt men als het ware ‘vanzelf’.
Verworven hoedanigheden: hebben vooral te maken met via onderwijs/opleiding en praktijkervaring
verkregen kwalificaties en competenties op het gebied van vakkennis, beroepsethische handelingen
en culturele vraagstukken.
David Hume sprak over ‘partition of employments’ (specialisatie). Het toepassen van dit principe in de
organisatie van de arbeid zou grote efficiency en productiviteit tot gevolg hebben.
Mensen die een bepaald vak (beroep) uitoefenen neigen ertoe zich aaneen te sluiten met vakgenoten
en gelijkgezinden.
Het samenhangend geheel van arbeidstaken en –verrichtingen, gekenmerkt door de vakkennis en –
kunde, beroepsethiek duiden we aan met de term beroep. De voornaamste eigenschap van het
beroep is dat het mensen verbindt: beroepsgemeenschap. ‘beroep’ is het belangrijkste mechanisme
voor de verwerving van een functie (geheel van samenhangende taken) in een ‘bedrijf’ of van een
positie als zelfstandige beroepsbeoefenaar.
Employability: het verwerven van beroeps- of bedrijfsposities op grond van ervaring en bijscholing
(educatie) later in hun leven. Hierdoor zijn ze beter inzetbaar.
Onderbenutting: ook wel ‘overscholing’ is het werken onder niveau van je kunnen en kennen, dit is
voor veel werkende mensen een serieus probleem.
Overbenutting: wanneer mensen taken moeten uitvoeren die boven hun kennis en/of kunnen liggen.
Een beroep verschaft de beoefenaar ervan een identiteit gedurende de gehele levensloop (‘wat ben
ik’), een zelfbeeld (‘wie ben ik’) en een sociale status (‘hoe waarderen mensen mijn beroep’)
Arbeidsdeling heeft een drietal aspecten:
- Cognitief kapitaal: de basis van elk beroep is gelegen in de cognitieve aspecten van de
arbeidsdeling: kennis, kunde en aanleerbare basisvaardigheden. Om het beroep te kunnen
uitoefenen, moet men zich in de eerste plaats kennis- en kundekapitaal verwerven. Ook is het
verwerven van sleutelkwalificaties via vakopleidingen en praktijkervaring via
beroepsvormingsplaatsen (stage) binnen of buiten de bedrijfscontext van groot belang.