Advies Schadefonds Geweldsmisdrijven
Een casusanalyse binnen het beoordelingskader van het Schadefonds
Geweldsmisdrijven
Instelling: Universiteit Leiden
Opleiding: Forensische Criminologie
Cursus: Forensische Victimologie
Naam: X
Docent: X
Aantal woorden: Advies: 1683
Reflectie: 394
Totaal: 2077
Informed consent:
Ik weet dat mijn opdracht in geanonimiseerde vorm zal worden gebruikt voor een
wetenschappelijke studie, bevestig dat de docent mij het doel van deze studie heeft verteld
en stem in met de gebruikmaking van mijn opdracht.
, 1. Beschrijving van de feiten
De aanvrager is een 32-jarige man uit Oeganda die stelt slachtoffer te zijn geworden van
mensenhandel. Volgens zijn verklaring had hij in Oeganda geen rechten vanwege zijn
homoseksualiteit. Via zijn partner kwam hij in contact met een Nederlandse man, Pieter, die
hem zou hebben voorgesteld om naar Nederland te komen voor veiligheid en een beter
leven. De aanvrager stelt dat hij in Oeganda werd mishandeld door de politie vanwege
openlijk homoseksueel gedrag en voor dood werd achtergelaten. Met hulp van Pieter zou hij
vervolgens onder valse voorwendselen via Nairobi naar Nederland zijn gereisd. Bij aankomst
op 4 december 2013 op Schiphol moest hij zijn paspoort afstaan aan Pieter. Vervolgens werd
hij opgevangen door een vriend van Pieter, Jan, en vastgehouden in een woning in
Amsterdam. In de periode van december 2013 tot februari 2014 werd hij daar gedwongen
om gedurende zes weken twee keer per week seksuele handelingen met zes mannen te
verrichten. Als hij niet mee zou werken, zou hij op straat worden gezet of worden
teruggestuurd naar Oeganda. De aanvrager stelt dat hij, nadat hij weigerde verder seksuele
handelingen te verrichten vanwege lichamelijke klachten, op een trein naar een
asielzoekerscentrum werd gezet. In 2016 deed de aanvrager aangifte van mensenhandel
tegen Pieter en Jan, maar dit leidde niet tot een strafzaak. Volgens medische rapporten heeft
de aanvrager psychisch en lichamelijk letsel opgelopen. Hij is gediagnosticeerd met PTSS en
een depressieve stoornis, met herbelevingen, hallucinaties, angstklachten, slaapproblemen,
vermijding en concentratieproblemen. Daarnaast ervaart hij lichamelijke klachten,
waaronder hoofdpijn, pijn in de borstkas, benauwdheid, hoestklachten en aanhoudende
polsklachten. Verder heeft hij anale verwondingen, waaronder een tumor en aambeien, en
twee littekens, die hij toeschrijft aan het seksueel geweld in Nederland.
2. Juridisch kader
Op grond van artikel 3, lid 1, sub a, van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven (WSG)
kunnen personen die in Nederland ernstig lichamelijk of geestelijk letsel hebben opgelopen
door een opzettelijk geweldsmisdrijf in aanmerking komen voor een uitkering. De aanvraag
hiervoor moet binnen tien jaar na het misdrijf worden ingediend, zoals bepaald in artikel 7
WSG. Daarnaast is bepaald in artikel 23, lid 2, WSG dat een uitkering alleen kan worden
toegekend als het misdrijf heeft plaatsgevonden op of na 1 januari 1973.
2
Een casusanalyse binnen het beoordelingskader van het Schadefonds
Geweldsmisdrijven
Instelling: Universiteit Leiden
Opleiding: Forensische Criminologie
Cursus: Forensische Victimologie
Naam: X
Docent: X
Aantal woorden: Advies: 1683
Reflectie: 394
Totaal: 2077
Informed consent:
Ik weet dat mijn opdracht in geanonimiseerde vorm zal worden gebruikt voor een
wetenschappelijke studie, bevestig dat de docent mij het doel van deze studie heeft verteld
en stem in met de gebruikmaking van mijn opdracht.
, 1. Beschrijving van de feiten
De aanvrager is een 32-jarige man uit Oeganda die stelt slachtoffer te zijn geworden van
mensenhandel. Volgens zijn verklaring had hij in Oeganda geen rechten vanwege zijn
homoseksualiteit. Via zijn partner kwam hij in contact met een Nederlandse man, Pieter, die
hem zou hebben voorgesteld om naar Nederland te komen voor veiligheid en een beter
leven. De aanvrager stelt dat hij in Oeganda werd mishandeld door de politie vanwege
openlijk homoseksueel gedrag en voor dood werd achtergelaten. Met hulp van Pieter zou hij
vervolgens onder valse voorwendselen via Nairobi naar Nederland zijn gereisd. Bij aankomst
op 4 december 2013 op Schiphol moest hij zijn paspoort afstaan aan Pieter. Vervolgens werd
hij opgevangen door een vriend van Pieter, Jan, en vastgehouden in een woning in
Amsterdam. In de periode van december 2013 tot februari 2014 werd hij daar gedwongen
om gedurende zes weken twee keer per week seksuele handelingen met zes mannen te
verrichten. Als hij niet mee zou werken, zou hij op straat worden gezet of worden
teruggestuurd naar Oeganda. De aanvrager stelt dat hij, nadat hij weigerde verder seksuele
handelingen te verrichten vanwege lichamelijke klachten, op een trein naar een
asielzoekerscentrum werd gezet. In 2016 deed de aanvrager aangifte van mensenhandel
tegen Pieter en Jan, maar dit leidde niet tot een strafzaak. Volgens medische rapporten heeft
de aanvrager psychisch en lichamelijk letsel opgelopen. Hij is gediagnosticeerd met PTSS en
een depressieve stoornis, met herbelevingen, hallucinaties, angstklachten, slaapproblemen,
vermijding en concentratieproblemen. Daarnaast ervaart hij lichamelijke klachten,
waaronder hoofdpijn, pijn in de borstkas, benauwdheid, hoestklachten en aanhoudende
polsklachten. Verder heeft hij anale verwondingen, waaronder een tumor en aambeien, en
twee littekens, die hij toeschrijft aan het seksueel geweld in Nederland.
2. Juridisch kader
Op grond van artikel 3, lid 1, sub a, van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven (WSG)
kunnen personen die in Nederland ernstig lichamelijk of geestelijk letsel hebben opgelopen
door een opzettelijk geweldsmisdrijf in aanmerking komen voor een uitkering. De aanvraag
hiervoor moet binnen tien jaar na het misdrijf worden ingediend, zoals bepaald in artikel 7
WSG. Daarnaast is bepaald in artikel 23, lid 2, WSG dat een uitkering alleen kan worden
toegekend als het misdrijf heeft plaatsgevonden op of na 1 januari 1973.
2