2 doelen van straffen:
1. Vergelding (leedtoevoeging)
2. Preventie (dat minder mensen strafbare feiten plegen)
Speciale preventie -> voorkomen dat iemand die al eens gestraft is, weer de fout in
gaat (opleggen van voorwaardelijke straffen)
Generale preventie -> voorkomen dat iemand gaat plegen
3. Normbevestiging -> doordat iets in de wet staat weet je dat het niet mag
4. Grond krijgen om iemand te behandelen, bijv TBS
5. Genoegdoening voor slachtoffer
6. Veiligheid in samenleving verbeteren
Rechtsgebieden strafrecht:
Materieel strafrecht -> wat is strafbaar + algemene beginselen
Formeel strafrecht -> welke regels moeten gevolgd worden wanneer materieel strafrecht is
overschreden?
Sanctierecht -> voorwaarden waaronder bepaalde straffen mogen worden opgelegd
Commuun strafrecht = opgenomen in de wetboeken
Bijzonder strafrecht = in andere wetten, bijv Opiumwet
Internationaal recht -> tussen staten
Supranationaal recht -> IO legt regels op waar lidstaten zich aan moeten houden
MG (dus niet van een dier en niet alleen en gedachte) -> DO -> W -> V
4 voorwaarden voor strafbaarheid:
1. Menselijke gedraging
2. Die valt binnen de grenzen van een wettelijke delictsomschrijving
3. Die wederrechtelijk is (= geen Rechtevaarigingsgrond)
4. Die aan schuld te wijten is (= geen schulduitsluitingsgrond)
Materieel legaliteitsbeginsel: art 1 Sr -> er moet een wettelijke strafbepaling zijn voor een strafbaar
feit, maar dit mag ook lagere wetgeving zijn. Gedrag is pas strafbaar als het ten tijde van het begaan
van het feit in de wet strafbaar gesteld is (verbod van terugwerkende kracht). Dit zorgt voor meer
rechtszekerheid.
Enkele belangrijke kanttekeningen:
Deze lagere wetgever moet wel als zodanig door de wetgever in formele zin zijn
aangewezen als orgaan dat strafbepalingen kan ontwerpen
, Lagere wetgevers mogen enkel overtredingen creëren (dus ook alleen hechtenis als
vrijheidsstraf). Ze hebben ook niet de bevoegdheid om zelf straffen te creëren. In
beginsel zijn zij gebonden aan de straffen uit art 9 Sr. (Art 91 Sr) Afwijking is mogelijk
‘’als de wet anders bepaalt’’, dus door de wetgever zelf of in bijzondere wetten in
formele zin waar wordt afgeweken van het algemene WvSr
Deze bevoegdheid kan alleen worden uitgeoefend voor zover een onderwerp niet
uitputtend is geregeld in een wet in formele zin
4 aspecten van het legaliteitsbeginsel:
Lex certa: wet moet duidelijk zijn (maar HR Onbehoorlijk Gedrag)
Lex scripta: moet in een wet geschreven zijn, dus geen gewoonterecht
Verbod van terugwerkende kracht
Verbod van analogie: niet gevallen die er deels op lijken ook bestraffen
Interpretatiemethoden:
Wetshistorische interpretatie: kijken naar de totstandkomingsgeschiedenis van de bepaling
om de inhoud van de bepaling te bepalen, dus Kamerstukken, bijv Memo van Toelichting
Grammaticale interpretatie: taalkundige betekenis van de woorden
Systematische interpretatie: kijken naar de systematiek van de wet
Teleologische interpretatie: het doel van de wetgever
Misdrijf is ernstiger dan overtreding en misdrijven staan in boek 2, overtredingen in boek 3. Van
belang bij bepalen van absolute competentie en bij poging en voorbereiding. Poging en
voorbereiding is bij overtreding niet strafbaar, bij misdrijf wel. Veel dwangmiddelen mogen alleen
worden toegepast bij misdrijven.
Onderscheid delicten:
Misdrijf vs overtreding
Formele vs materiele delicten
Formele delicten = staan in de wet omschreven als een handeling. Het verrichten van
deze handeling is strafbaar gesteld
Materiële delicten = het veroorzaken van een gevolg is strafbaar. Het is niet van
belang welke handeling heeft geleid tot het gevolg.
Commissie vs omissie delicten
Commissiedelict = handelen is strafbaar gesteld
Omissiedelict = niet-handelen is strafbaar gesteld, bijv art 450 Sr
Oneigenlijk omissiedelict = staat in de wet geformuleerd als commissiedelict, maar
wordt gepleegd door een nalaten (bijv door doodslag door niet verzorgen baby)
Gekwalificeerde vs geprivilegieerde delicten
Gekwalificeerd = strafverzwarend tov het gronddelict
Geprivilegieerd = strafverlichtend tov het gronddelict
Causaliteitstheorieën:
Conditio sine qua non: bij het ontbreken van een gebeurtenis zou het gevolg niet zijn
ingetreden
Causa-proximaleer: de veroorzakende factor die het dichtst bij get gevolg ligt moet als
oorzaak gelden