Bewegen in ontwikkeling
Naam: Anna Reijersen van Buuren
Klas: PVA1A1
Studentnummer: 2110004
Vak + docent: Bewegen in ontwikkeling, Marcel van Bemmel
Datum:
,Inhoud
Artikel voor de schoolkrant 3
Stagevoorbereiding 5
Gegeven les 7
Zaalindeling 10
Feedback WPC 11
Evaluaties 17
Terugblik op de leeropbrengsten 19
Feedback medestudent 20
2
, Artikel voor de schoolkrant
Al vanaf de kleuterklas krijgen kinderen les in bewegingsonderwijs. In dit artikel leest u
waarom dit zo belangrijk is, wat we bijvoorbeeld doen in de lessen bewegingsonderwijs en
wat mijn mening is over het geven van lessen bewegingsonderwijs.
Bewegen is belangrijk voor elk kind. Over het algemeen zijn er vier verschillende visies over
het doel van de lessen bewegingsonderwijs.
Eén van die doelstellingen is het bevorderen van de gezondheid van de leerlingen. Genoeg
beweging is een belangrijk onderdeel van een gezonde leefstijl, in combinatie met de juiste
voeding zorgt dit ervoor dat leerlingen zich meer fit voelen en daardoor vaak beter presteren
en zich ook gelukkiger voelen.
De tweede doelstelling is om de deelname aan sportverenigingen te vergroten. Voor de
meeste kleuters is het nog te vroeg om zich bij een sportvereniging aan te sluiten. Door het
geven van sportlessen op school, krijgen de kinderen toch beweging en ontdekken ze welke
sport ze leuk vinden.
Nog een doelstelling is het bevorderen van de totale ontwikkeling. Door de lessen
bewegingsonderwijs leren de kinderen bijvoorbeeld om diepte in te schatten, leren ze wat
boven en onder, links en rechts is en kunnen ze het getalbegrip oefenen.
De laatste doelstelling is om het bewegingsgedrag van de kinderen te stimuleren. De
kinderen leren en kunnen steeds meer over wat ze zelf kunnen. Hierdoor komen alle vier de
visies samen.
Op basis van de Wet op Primair Onderwijs en de bovenstaande visies, komen we uit bij de
volgende doelstelling; 'In het bewegingsonderwijs is het streven dat kinderen kunnen
deelnemen aan relevante bewegingsactiviteiten, de eigen bewegingsmogelijkheden
uitproberen en bewegingssituaties met elkaar op gang kunnen houden.
Verspreid over de lessen bewegingsonderwijs werken we aan verschillende
bewegingsthema's, zoals klimmen, balanceren, glijden, stoeien, springen, tikken,
jongleerspelen, bewegen op muziek en meer.
In de laatste les bewegingsonderwijs die ik heb gegeven, hebben we een mikspel en een
tikspel gedaan. De kinderen kregen een pittenzakje en konden kiezen uit drie verschillende
doelen om in te mikken. Het eerste doel was vanaf ongeveer 1,5 meter afstand, mikken in
een krat. De kinderen die het mikken nog niet zo vaak gedaan hadden, konden daar
beginnen. Als tweede doel konden de kinderen kiezen om vanaf ongeveer 2 meter afstand
in een korf te mikken. De kinderen bij wie het mikken al heel goed lukte, konden ervoor
kiezen om vanaf ongeveer 2 tot 3 meter afstand in een kleinere korf te mikken. De activiteit
was zo georganiseerd dat de kinderen nooit langer dan 1 minuut hoefden te wachten tot ze
weer konden gooien, zo zat niemand lang stil. Ik had voor deze activiteit gekozen, omdat de
kinderen hiermee zelf hun doel kunnen kiezen. Ze ontdekken de juiste werptechniek en
oefenen met het inschatten van hoog en laag.
Als tweede spel speelden we 'vos kom uit je hol'. Hierbij werden eerst 2 kinderen uitgekozen
als vos, dit waren de tikkers. De rest van de groep waren de konijnen en slopen zachtjes
naar de vossen toe. Als ik een teken gaf, riepen de konijnen: 'vos kom uit je hol!' Dan
stonden de vossen op om zo veel mogelijk konijnen te tikken. De kinderen die getikt werden,
3
Naam: Anna Reijersen van Buuren
Klas: PVA1A1
Studentnummer: 2110004
Vak + docent: Bewegen in ontwikkeling, Marcel van Bemmel
Datum:
,Inhoud
Artikel voor de schoolkrant 3
Stagevoorbereiding 5
Gegeven les 7
Zaalindeling 10
Feedback WPC 11
Evaluaties 17
Terugblik op de leeropbrengsten 19
Feedback medestudent 20
2
, Artikel voor de schoolkrant
Al vanaf de kleuterklas krijgen kinderen les in bewegingsonderwijs. In dit artikel leest u
waarom dit zo belangrijk is, wat we bijvoorbeeld doen in de lessen bewegingsonderwijs en
wat mijn mening is over het geven van lessen bewegingsonderwijs.
Bewegen is belangrijk voor elk kind. Over het algemeen zijn er vier verschillende visies over
het doel van de lessen bewegingsonderwijs.
Eén van die doelstellingen is het bevorderen van de gezondheid van de leerlingen. Genoeg
beweging is een belangrijk onderdeel van een gezonde leefstijl, in combinatie met de juiste
voeding zorgt dit ervoor dat leerlingen zich meer fit voelen en daardoor vaak beter presteren
en zich ook gelukkiger voelen.
De tweede doelstelling is om de deelname aan sportverenigingen te vergroten. Voor de
meeste kleuters is het nog te vroeg om zich bij een sportvereniging aan te sluiten. Door het
geven van sportlessen op school, krijgen de kinderen toch beweging en ontdekken ze welke
sport ze leuk vinden.
Nog een doelstelling is het bevorderen van de totale ontwikkeling. Door de lessen
bewegingsonderwijs leren de kinderen bijvoorbeeld om diepte in te schatten, leren ze wat
boven en onder, links en rechts is en kunnen ze het getalbegrip oefenen.
De laatste doelstelling is om het bewegingsgedrag van de kinderen te stimuleren. De
kinderen leren en kunnen steeds meer over wat ze zelf kunnen. Hierdoor komen alle vier de
visies samen.
Op basis van de Wet op Primair Onderwijs en de bovenstaande visies, komen we uit bij de
volgende doelstelling; 'In het bewegingsonderwijs is het streven dat kinderen kunnen
deelnemen aan relevante bewegingsactiviteiten, de eigen bewegingsmogelijkheden
uitproberen en bewegingssituaties met elkaar op gang kunnen houden.
Verspreid over de lessen bewegingsonderwijs werken we aan verschillende
bewegingsthema's, zoals klimmen, balanceren, glijden, stoeien, springen, tikken,
jongleerspelen, bewegen op muziek en meer.
In de laatste les bewegingsonderwijs die ik heb gegeven, hebben we een mikspel en een
tikspel gedaan. De kinderen kregen een pittenzakje en konden kiezen uit drie verschillende
doelen om in te mikken. Het eerste doel was vanaf ongeveer 1,5 meter afstand, mikken in
een krat. De kinderen die het mikken nog niet zo vaak gedaan hadden, konden daar
beginnen. Als tweede doel konden de kinderen kiezen om vanaf ongeveer 2 meter afstand
in een korf te mikken. De kinderen bij wie het mikken al heel goed lukte, konden ervoor
kiezen om vanaf ongeveer 2 tot 3 meter afstand in een kleinere korf te mikken. De activiteit
was zo georganiseerd dat de kinderen nooit langer dan 1 minuut hoefden te wachten tot ze
weer konden gooien, zo zat niemand lang stil. Ik had voor deze activiteit gekozen, omdat de
kinderen hiermee zelf hun doel kunnen kiezen. Ze ontdekken de juiste werptechniek en
oefenen met het inschatten van hoog en laag.
Als tweede spel speelden we 'vos kom uit je hol'. Hierbij werden eerst 2 kinderen uitgekozen
als vos, dit waren de tikkers. De rest van de groep waren de konijnen en slopen zachtjes
naar de vossen toe. Als ik een teken gaf, riepen de konijnen: 'vos kom uit je hol!' Dan
stonden de vossen op om zo veel mogelijk konijnen te tikken. De kinderen die getikt werden,
3