Strafprocesrecht samenvatting
Week 1 Het strafproces
Bronnen strafproces
- Verdragen (bv EVRM)
- EU-recht
- Grondwet
- Wetboek van strafvordering
- Bijzondere wetten
o Wet wapens en munitie (WWM)
o Wet economische delicten (WED)
o Wegenverkeerswet (WVW)
- Beginselen van goede procesorde
o Vertrouwensbeginsel
o Gelijkheidsbeginsel
- Jurisprudentie
Hoofdoel strafprocesrecht = het waarborgen van de juiste toepassing
van het materiele strafrecht de schuldigen bestraffen en de
onschuldigen met rust laten
Accusatoir = initiatief ligt bij de procespartijen
Inquisitoir = de rechter spelt een actieve rol
Accusatoir Inquisitoir
Aanklager en verdediger zitten Aanklager (OM) zit bij de rechter.
tegenover rechter Ovj moet beide kanten
onderzoeken
Gelijkwaardige partijen V als onderzoek
Lijdelijke rechter; alleen ingrijpen Actieve rechter; ambtshalve
als partijen dit verlangen
Zoektocht naar formele waarheid Zoektocht naar materiele
(waarheid volgens partijen) waarheid (=echte)
Mondelinge procedure Schriftelijke bewijsvoering
Selectieve bewijstoelating Bewijscontrole door rechter
achteraf
Het Nederlandse strafprocesrechtsysteem wordt gekwalificeerd als
gematigd inquisitoir proces; in NL zijn ook de partijen in beginsel gelijk
(accusatoir) verdediging en aanklager staan tegenover elkaar
(verdachte is geen onderzoeksvoorwerp) = contradictoire element
Accusatoire model
Voordelen
- Het waarborgt gelijkwaardigheid tussen partijen
- De verdediging heeft meer mogelijkheden om alternatieve
scenario’s en bewijsmateriaal in te brengen
Fijn voor verdachte
Nadelen
- Processen kunnen langer duren en kostbaarder zijn
, - Effectiviteit kan verminderen, omdat minder zaken afgerond worden,
soms resulterend in plea deals waarbij de verdachte akkoord gaat
met een schuldigverklaring om strafvermindering te krijgen
Inquisitoire model
Voordelen
- Officieren van justitie hebben de mogelijkheid om ook vrijspraak te
vorderen, in plaats alleen het nastreven van de hoogst mogelijke
straf
- Waarheidsvinding staat centraal door actieve rol van de rechter
Nadelen
- Mogelijk machtsongelijkheid. De officier van justitie heeft vaak meer
middelen en mogelijkheden om bewijs te verzamelen, terwijl de
verdachte mogelijk beperkter heeft om zijn of haar zaak te
verdedigen
- Risico op tunnelvisie. De aandacht van de onderzoekautoriteiten
richten zich op een theorie of een verdachte, waardoor potentieel
relevant bewijs wordt genegeerd
Fasen van het strafproces
Opsporing vervolging berechting tenuitvoerlegging
Voorbereidend onderzoek (art 132 Sv)
- Verkennend onderzoek (art 126gg Sv)
- Opsporingsonderzoek (art 132a Sv)
- Onderzoek door de RC (art 181 e.v. Sv)
Hoofdonderzoek ter zitting (art 268 e.v. Sv)
Procesdeelnemers
Verdachte (art 27 Sv)
Rechten van de verdachte:
- Onschuldpresumptie (art 6 EVRM)
- Zwijgrecht (art 29 lid 1 Sv)
- Cautieplicht (art 29 lid 2 Sv)
- Recht op informatie (art 27c Sv)
- Recht op rechtsbijstand (art 28 lid 1 Sv)
- Recht op interne openbaarheid en processtukken (art 30-34 Sv; 137
Sv; 149ab Sv)
- Recht om te worden gehoord (art 29e Sv)
- Recht op tolk (art 27 lid 4 Sv)
Raadsman
- Verlenen van bijstand bij politieverhoor (art 28c/d Sv)
- Raadsman heeft in beginsel vrij recht tot zijn client (art 45 Sv)
- Raadsman behartigt de belangen van de verdachte
Rechter
- Verschillende functies in vooronderzoek en onderzoek ter
terechtzitting
- Wraking (art 512 Sv); indien vermoeden bestaat van partijdigheid
, - Verschoning (art 517 Sv): rechter trekt zichzelf vanwege persoonlijke
belangen terug
Officier van justitie
- Dominus litis: OvJ bepaalt waar de strafzaak over gaat
- OvJ neemt beslissingen over de vervolging op grond van het
opportuniteitsbeginsel (art 167 Sv en 242 Sv)
- OvJ zowel crime fighter (accusatoir) als rol van staande magistraat
(inquisitoir)
- Belast met opsporing, vervolging en tenuitvoerlegging
Slachtoffer
- Spreekrecht (art 51e Sv)
- Voeging benadeelde partij (art 51f lid 1 Sv)
- Belanghebbende (art 12 Sv)
Opsporingsambtenaar
- Uitvoering politietaak (art 141 sub b Sv)
- Ondergeschikt aan OvJ (art 12 lid 1 PW)
Rechter-commissaris
- Onderzoeksbevoegdheden
- Wet Versterking Positie Rechter-Commissaris
- Vooral grote rol in grote zaken
Deskundige
- Taakopvatting (art 51i lid 1 Sv)
- Specifieke kennis
J.H. Crijns & M.J. Dubelaar, ‘Mr. Big een maatje te groot voor Nederland?
Over de toelaatbaarheid en normering van undercoveroperaties’, Ars Aequi
2020/8, p. 748-764
Mr. Big opsporingsmethode
De Mr. Big-methode is een opsporingsmethode die zich kenmerkt door
een verdachte die wordt verleid om een verklaring af te leggen tegen een
undercoveragent. Deze methode bestaat uit 4 stappen:
1. Er is sprake van befriending tussen een undercoveragent en de
verdachte
2. De verdachte wordt in contact gebracht met een gefingeerde
criminele organisatie
3. De verdachte wordt door de gefingeerde organisatie bepaalde
voordelen in het vooruitzicht gesteld, mits hij de leider van de
organisatie kan overtuigen
4. De verdachte legt een verklaring af bij de leider van de
gefingeerde organisatie, de Mr. Big. Zo heeft de verdachte een
bekentenis afgelegd tegenover Mr. Big.
Juridisch kader
, De wettelijke grondslag voor de methode staat in art 126j Sv. Dit is de
bevoegdheid tot stelselmatige informatie-inwinning. Dit gaat verder
dan stelselmatige observatie omdat in dit geval de opsporingsambtenaar
actief in het leven van de verdachte handelt.
Stappenplan Mr. Big methode
- Rechtsvraag: Is de verklaring met behulp van de Mr. Big-methode
door de opsporingsambtenaar op een rechtmatige manier
verkregen?
- Grondslag: nu een eventuele onrechtmatigheid geen verband
houdt met de toepassingsvoorwaarden uit art 126j Sv of de
vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit, moet, gezien HR
Posbank, ter beantwoording van de rechtsvraag nog worden gekeken
naar de verslaglegging en verklaringsvrijheid.
- Verslaglegging
a. Schriftelijk; art 152 Sv
b. Auditieve/audiovisuele voorkeur bij het contact met
verdachte
Alleen schriftelijk? onvoldoende handvatten om de betrouwbaarheid van
het bewijsmiddel te beoordelen en om de verklaringsvrijheid te kunnen
beoordelen extra kritisch kijken of hij deze in vrijheid heeft afgelegd
- Verklaringsvrijheid (art 29 lid 1 Sv jo art 6 EVRM)
o Verloop opsporingstraject
o Eerdere proceshouding verdachte
o Aard en mate misleiding
o Aard en mate van druk
o Mate waarin opsporingsambtenaren de verklaring hebben
beïnvloed
o Duur en intensiteit van het traject
o Strekking en frequentie van de contacten met de verdachte
o Voor- en nadelen van het al dan niet afleggen van de
verklaring
Conclusie: de verklaring is (on)rechtmatig, want wel/niet in strijd met de
verklaringsvrijheid ex art 6 EVRM verkregen
Rechtsgevolg onrechtmatig gebruik (zie vormverzuim art 359a Sv)
Bezwaren tegen de methode
1. De informant mag een actieve rol innemen, maar de
totstandkomingsgeschiedenis van art 126j Sv wijst erop dat de
wetgever hiermee niet heeft bedoeld dat de opsporingsambtenaar
maatschappelijke omstandigheden mag creëren en fingeren en
vervolgens met hem een gesprek voeren is natuurlijk anders dan zijn
leven op zijn kop zetten door hem te laten toetreden in een
gefingeerde organisatie
2. Er wordt ook in het leven van betrokkenen en andere relaties van
de verdachte getreden. Hun grondrechten worden ook beperkt
Week 1 Het strafproces
Bronnen strafproces
- Verdragen (bv EVRM)
- EU-recht
- Grondwet
- Wetboek van strafvordering
- Bijzondere wetten
o Wet wapens en munitie (WWM)
o Wet economische delicten (WED)
o Wegenverkeerswet (WVW)
- Beginselen van goede procesorde
o Vertrouwensbeginsel
o Gelijkheidsbeginsel
- Jurisprudentie
Hoofdoel strafprocesrecht = het waarborgen van de juiste toepassing
van het materiele strafrecht de schuldigen bestraffen en de
onschuldigen met rust laten
Accusatoir = initiatief ligt bij de procespartijen
Inquisitoir = de rechter spelt een actieve rol
Accusatoir Inquisitoir
Aanklager en verdediger zitten Aanklager (OM) zit bij de rechter.
tegenover rechter Ovj moet beide kanten
onderzoeken
Gelijkwaardige partijen V als onderzoek
Lijdelijke rechter; alleen ingrijpen Actieve rechter; ambtshalve
als partijen dit verlangen
Zoektocht naar formele waarheid Zoektocht naar materiele
(waarheid volgens partijen) waarheid (=echte)
Mondelinge procedure Schriftelijke bewijsvoering
Selectieve bewijstoelating Bewijscontrole door rechter
achteraf
Het Nederlandse strafprocesrechtsysteem wordt gekwalificeerd als
gematigd inquisitoir proces; in NL zijn ook de partijen in beginsel gelijk
(accusatoir) verdediging en aanklager staan tegenover elkaar
(verdachte is geen onderzoeksvoorwerp) = contradictoire element
Accusatoire model
Voordelen
- Het waarborgt gelijkwaardigheid tussen partijen
- De verdediging heeft meer mogelijkheden om alternatieve
scenario’s en bewijsmateriaal in te brengen
Fijn voor verdachte
Nadelen
- Processen kunnen langer duren en kostbaarder zijn
, - Effectiviteit kan verminderen, omdat minder zaken afgerond worden,
soms resulterend in plea deals waarbij de verdachte akkoord gaat
met een schuldigverklaring om strafvermindering te krijgen
Inquisitoire model
Voordelen
- Officieren van justitie hebben de mogelijkheid om ook vrijspraak te
vorderen, in plaats alleen het nastreven van de hoogst mogelijke
straf
- Waarheidsvinding staat centraal door actieve rol van de rechter
Nadelen
- Mogelijk machtsongelijkheid. De officier van justitie heeft vaak meer
middelen en mogelijkheden om bewijs te verzamelen, terwijl de
verdachte mogelijk beperkter heeft om zijn of haar zaak te
verdedigen
- Risico op tunnelvisie. De aandacht van de onderzoekautoriteiten
richten zich op een theorie of een verdachte, waardoor potentieel
relevant bewijs wordt genegeerd
Fasen van het strafproces
Opsporing vervolging berechting tenuitvoerlegging
Voorbereidend onderzoek (art 132 Sv)
- Verkennend onderzoek (art 126gg Sv)
- Opsporingsonderzoek (art 132a Sv)
- Onderzoek door de RC (art 181 e.v. Sv)
Hoofdonderzoek ter zitting (art 268 e.v. Sv)
Procesdeelnemers
Verdachte (art 27 Sv)
Rechten van de verdachte:
- Onschuldpresumptie (art 6 EVRM)
- Zwijgrecht (art 29 lid 1 Sv)
- Cautieplicht (art 29 lid 2 Sv)
- Recht op informatie (art 27c Sv)
- Recht op rechtsbijstand (art 28 lid 1 Sv)
- Recht op interne openbaarheid en processtukken (art 30-34 Sv; 137
Sv; 149ab Sv)
- Recht om te worden gehoord (art 29e Sv)
- Recht op tolk (art 27 lid 4 Sv)
Raadsman
- Verlenen van bijstand bij politieverhoor (art 28c/d Sv)
- Raadsman heeft in beginsel vrij recht tot zijn client (art 45 Sv)
- Raadsman behartigt de belangen van de verdachte
Rechter
- Verschillende functies in vooronderzoek en onderzoek ter
terechtzitting
- Wraking (art 512 Sv); indien vermoeden bestaat van partijdigheid
, - Verschoning (art 517 Sv): rechter trekt zichzelf vanwege persoonlijke
belangen terug
Officier van justitie
- Dominus litis: OvJ bepaalt waar de strafzaak over gaat
- OvJ neemt beslissingen over de vervolging op grond van het
opportuniteitsbeginsel (art 167 Sv en 242 Sv)
- OvJ zowel crime fighter (accusatoir) als rol van staande magistraat
(inquisitoir)
- Belast met opsporing, vervolging en tenuitvoerlegging
Slachtoffer
- Spreekrecht (art 51e Sv)
- Voeging benadeelde partij (art 51f lid 1 Sv)
- Belanghebbende (art 12 Sv)
Opsporingsambtenaar
- Uitvoering politietaak (art 141 sub b Sv)
- Ondergeschikt aan OvJ (art 12 lid 1 PW)
Rechter-commissaris
- Onderzoeksbevoegdheden
- Wet Versterking Positie Rechter-Commissaris
- Vooral grote rol in grote zaken
Deskundige
- Taakopvatting (art 51i lid 1 Sv)
- Specifieke kennis
J.H. Crijns & M.J. Dubelaar, ‘Mr. Big een maatje te groot voor Nederland?
Over de toelaatbaarheid en normering van undercoveroperaties’, Ars Aequi
2020/8, p. 748-764
Mr. Big opsporingsmethode
De Mr. Big-methode is een opsporingsmethode die zich kenmerkt door
een verdachte die wordt verleid om een verklaring af te leggen tegen een
undercoveragent. Deze methode bestaat uit 4 stappen:
1. Er is sprake van befriending tussen een undercoveragent en de
verdachte
2. De verdachte wordt in contact gebracht met een gefingeerde
criminele organisatie
3. De verdachte wordt door de gefingeerde organisatie bepaalde
voordelen in het vooruitzicht gesteld, mits hij de leider van de
organisatie kan overtuigen
4. De verdachte legt een verklaring af bij de leider van de
gefingeerde organisatie, de Mr. Big. Zo heeft de verdachte een
bekentenis afgelegd tegenover Mr. Big.
Juridisch kader
, De wettelijke grondslag voor de methode staat in art 126j Sv. Dit is de
bevoegdheid tot stelselmatige informatie-inwinning. Dit gaat verder
dan stelselmatige observatie omdat in dit geval de opsporingsambtenaar
actief in het leven van de verdachte handelt.
Stappenplan Mr. Big methode
- Rechtsvraag: Is de verklaring met behulp van de Mr. Big-methode
door de opsporingsambtenaar op een rechtmatige manier
verkregen?
- Grondslag: nu een eventuele onrechtmatigheid geen verband
houdt met de toepassingsvoorwaarden uit art 126j Sv of de
vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit, moet, gezien HR
Posbank, ter beantwoording van de rechtsvraag nog worden gekeken
naar de verslaglegging en verklaringsvrijheid.
- Verslaglegging
a. Schriftelijk; art 152 Sv
b. Auditieve/audiovisuele voorkeur bij het contact met
verdachte
Alleen schriftelijk? onvoldoende handvatten om de betrouwbaarheid van
het bewijsmiddel te beoordelen en om de verklaringsvrijheid te kunnen
beoordelen extra kritisch kijken of hij deze in vrijheid heeft afgelegd
- Verklaringsvrijheid (art 29 lid 1 Sv jo art 6 EVRM)
o Verloop opsporingstraject
o Eerdere proceshouding verdachte
o Aard en mate misleiding
o Aard en mate van druk
o Mate waarin opsporingsambtenaren de verklaring hebben
beïnvloed
o Duur en intensiteit van het traject
o Strekking en frequentie van de contacten met de verdachte
o Voor- en nadelen van het al dan niet afleggen van de
verklaring
Conclusie: de verklaring is (on)rechtmatig, want wel/niet in strijd met de
verklaringsvrijheid ex art 6 EVRM verkregen
Rechtsgevolg onrechtmatig gebruik (zie vormverzuim art 359a Sv)
Bezwaren tegen de methode
1. De informant mag een actieve rol innemen, maar de
totstandkomingsgeschiedenis van art 126j Sv wijst erop dat de
wetgever hiermee niet heeft bedoeld dat de opsporingsambtenaar
maatschappelijke omstandigheden mag creëren en fingeren en
vervolgens met hem een gesprek voeren is natuurlijk anders dan zijn
leven op zijn kop zetten door hem te laten toetreden in een
gefingeerde organisatie
2. Er wordt ook in het leven van betrokkenen en andere relaties van
de verdachte getreden. Hun grondrechten worden ook beperkt