en intrinsieke motivatie voor verandering bij jongen in de residentiële
jeugdhulp. Uit Uithuisgeplaatste jeugdigen: sleutels tot succes in
behandeling en onderwijs
Inleiding
Voor een uithuisplaatsing is er vaak als andere hulp geweest. Deze ervaringen met eerdere
hulp blijkt, net als een hogere leeftijd en gedragsproblemen bij de jeugdige, samen te
hangen met ongunstige uitkomsten van hulp, zoals voortijdig vertrek van jeugdigen uit de
pleegzorg.
→ vaak tussen 12 en 23 jaar komen jongeren met externaliserende gedragsproblematiek in
de residentiële jeugdhulp terecht.
Diverse cliëntfactoren kunnen de moeilijk te bereieken positieve resultaten met residentiële
jeugdhulp verklaren:
- Negatief over contacten en Gebrek aan vertrouwen in hulpverleners → negatieve
uitkomsten
- Jongeren zijn door eerdere ervaringen pessimistisch over de te bereiken resultaten
en weinig gemotiveerd voor hulpverlening
- Door diverse factoren in het hulpaanbod:
Gebrekkige aansluiting bij de behoeften van jeugdigen
- Jeugdige ervaren een gebrek aan individuele aandacht tijdens verblijf
- Verschil in visie van jongeren en professionals op wat het doel is van de behandeling
en hoe dat doel te bereiken
- Jongeren laten sociaal wenselijk gedrag zien; komt vooral door een veelgebruikte
behandelaanpak: het sociale competentiemodel. Door gewenst gedrag (extrinsieke
motivatie) gaan jongeren uit de residentie, maar lukt het hen niet om het gewenste
gedrag in stand te houden. Jongeren zijn niet overtuigd van het belang van de
gedragsverandering en vallen terug in het oude gedrag.
Het is van belang dat de motivatie uit de jeugdige zelf komt en niet door externe motivatie.
Intrinsieke motivatie = betere behandeluitkomsten. Voor jongeren is hun eigen motivatie een
belangrijk kernaspect.
Risico op repressie en moeizame, oppervlakkige behandelrelaties
Het komt regelmatig voor dat het voor residentiële professionals problematisch is om een
goede behandelrelatie op te bouwen. Bijv bij cliënten die:
- negatieve verwachtingen hebben over de hulpverlening
- weinig gemotiveerd zijn voor behandeling
- ernstige gedragsproblemen vertonen (bijv delinquent gedrag)
Bij deze jongeren heeft vrijwel altijd niet eerdere succesvolle hulpverlening plaatsgevonden
Contact komt moeilijk tot stand door enerzijds de problematiek van de jeugdige en
anderzijds het onvermogen en/of gebrek aan vaardigheden bij hulpverleners om een goede
behandelrelatie op te bouwen.
Professionals handelen regelmatig intuïtief en beheersmatig in de omgang met
externaliserend gedrag. Vooral bij gesloten jeugdzorg is een beheersmatige aanpak
, (toepassen van repressie om controle te houden over de jeugdige) een risico → ongunstige
behandeluitkomsten.
Een andere mogelijke reden voor moeizame opbouw van behandelrelaties is dat
professionals niet voldoende doortastend handelen in het contact met jeugdigen:
professionals merken vaak niet op dat er iets met de jeugdige is en nemen genoegen met
‘Er is niks’. → handelingsverlegenheid, waardoor er een oppervlakkige schijnrelatie ontstaat
Sleutels tot succes
Een goede behandelrelatie!
Deze is ook medebepalend voor het sociale klimaat of leefklimaat in residentiële settings.
Een goed behandelrelatie hangt sterk samen met positieve behandeluitkomsten bij
jeugdigen met externaliserend gedrag. Het leidt verder tot:
- tevredenheid van jeugdigen over het verblijf
- minder voortijdig vertrek
- positieve uitkomsten van residentiële zorg
- Meer intrinsieke motivatie voor verandering bij cliënten.
Professionalfactoren lijken belangrijker te zijn voor een goede relatie opbouw dan
cliëntfactoren. Deskundigheid en goede omgangsvaardigheden van hulpverleners zijn van
groot belang voor een goede behandelrelatie.
Hulpverleners die flexibel, eerlijk, respectvol, betrouwbaar, zelfverzekerd, vriendelijk,
geïnteresseerd en op zijn naar de cliënt bouwen betere behandelrelaties dan hulpverleners
die rigide, onzeker, kritisch, afstandelijk, gespannen of afgeleid zijn.
Verder hangt een goede behandelrelatie samen met:
- exploratie
- reflectie
- het opmerken van behandel successen in het verleden
- nauwkeurige interpretatie van wat de cliënt gezegd heeft
- het verlichten van gevoelens die de cliënt uit
- het hebben van aandacht voor de ervaringen van de cliënt door de hulpverlener
- Een hulpverlener die duidelijk, betrokken, betrouwbaar, respectvol en zorgelijk is.
Daarnaast naast de jeugdige staan, aansluiten bij de jeugdige en feedback geven
aan de jeugdige.
Up2U behandelmethode
Een belangrijk onderdeel van Up2U is motiverende gespreksvoering (MVG). Ondanks dat
MGV goed aansluit bij residentiële hulp, heeft het in deze context nog weinig aandacht voor
gekregen.
Up2U bestaat uit een handleiding en een training voor pedagogisch medewerkers om
individuele mentorgesprekken met jongeren te voeren. Het is een nieuwe veelbelovende
methode, omdat het concrete handvatten voor hulpverleners biedt om intrinsieke motivatie
voor verandering en autonomie bij jongeren te vergroten en daarmee kan leiden tot een
duurzame verandering in de situatie van jongeren.
Motiverende gespreksvoering