1 t/m 3 (Personenvennootschappen)
Universiteit van Amsterdam
Master Privaatrecht
Inhoud
1 Week 1:.....................................................................................................3
1.1 Kraakman c.s., The Anatomy of Corporate Law, 3rd. ed. Oxford -
Oxford University Press 2017 - Chapter 1.................................................3
1.2 Van de BV en de NV 2022/1 t/m 12a en Europees
vennootschapsrecht................................................................................10
1.3 Kroniek van het ondernemingsrecht (NJB 2025/1097)......................20
1.4 Op naar de ‘Innovative European Company’....................................28
2 Week 2:...................................................................................................32
2.1 Hoofdstuk 1 – Het Nederlandse personenvennootschapsrecht.........32
2.2 Hoofdstuk 2 – Het Nederlandse personenvennootschapsrecht.........38
2.3 Hoofdstuk 3 – Het Nederlandse personenvennootschapsrecht.........45
2.4 Hoofdstuk 4 – Het Nederlandse personenvennootschapsrecht.........49
2.5 Hoofdstuk 5 – Het Nederlandse personenvennootschapsrecht.........55
2.6 Jurisprudentie week 2.......................................................................60
2.6.1 HR 2 september 2011, NJ 2012/75 (Dierenartspraktijk).............60
2.6.2 HR 19 april 2019, NJ 2019/438 (UWV/X).....................................61
3 Week 3:...................................................................................................65
3.1 Hoofdstuk 6 – Het Nederlandse personenvennootschapsrecht.........65
3.2 Hoofdstuk 7 – Het Nederlandse personenvennootschapsrecht.........72
3.3 Hoofdstuk 8 – Het Nederlandse personenvennootschapsrecht.........80
3.4 Hoofdstuk 10 – Het Nederlandse personenvennootschapsrecht.......84
,3.5 Jurisprudentie week 3.......................................................................88
3.5.1 HR 15 maart 2013, NJ 2013/290 (Biek Holdings)........................88
3.5.2 HR 13 maart 2015, NJ 2015/241 (Carlande Dienstverlening).....89
3.5.3 HR 29 mei 2015, NJ 2015/380 (Lunchroom de Katterug)............90
3.5.4 HR 4 november 2016, NJ 2017/61 (Distriport)............................91
3.5.5 HR 19 april 2019, NJ 2019/438 (UWV/X).....................................92
2
, 1 Week 1:
1.1 Kraakman c.s., The Anatomy of Corporate Law, 3rd.
ed. Oxford - Oxford University Press 2017 - Chapter 1
1.1 Inleiding
Het hoofdstuk opent met de vraag wat de gemeenschappelijke
structuur van het vennootschapsrecht is in verschillende rechtsstelsels.
Hoewel studies vaak de nadruk leggen op verschillen (zoals corporate
governance en aandelenbezit) tussen landen, wijzen de auteurs op een
onderliggende uniformiteit: in markteconomieën gebruiken bijna alle
grootschalige ondernemingen dezelfde basisvorm van de
kapitaalvennootschap. Vijf kernkenmerken verklaren deze uniformiteit:
Rechtspersoonlijkheid, beperkte aansprakelijkheid,
overdraagbare aandelen, gecentraliseerd (gedelegeerd)
bestuur en eigendom door investeerders.
Deze kenmerken maken het bedrijven makkelijk om via een vennootschap
te handelen, waardoor transactie- en coördinatiekosten dalen.
De auteurs benadrukken dat het vennootschapsrecht twee belangrijke
functies heeft. Naast het faciliteren van deze basiskenmerken moet het de
lopende coördinatiekosten tussen deelnemers verminderen en het
risico van opportunistisch gedrag (agency-problemen) beperken. In het
bijzonder noemt men drie generieke conflicten:
1. tussen bestuurders en aandeelhouders;
2. tussen controlerende en minderheidsaandeelhouders;
3. tussen aandeelhouders en andere contractuele tegenpartijen zoals
schuldeisers en werknemers.
Hoewel dergelijke conflicten ook in andere organisatievormen bestaan, zijn
ze door de specifieke kenmerken van de vennootschap (zoals beperkte
aansprakelijkheid en verhandelbare aandelen) bijzonder relevant. De rest
van het boek onderzoekt hoe het vennootschapsrecht deze problemen
aanpakt en vergelijkt praktijken in verschillende jurisdicties.
1.2 Wat is een vennootschap?
De vennootschap heeft vijf structurele kernkenmerken. Deze
kenmerken zijn complementair en maken de vennootschap aantrekkelijk
als organisatievorm, maar brengen ook spanningen en afruilen mee die
het vennootschapsrecht moet adresseren.
3
, 1.2.1 Rechtspersoonlijkheid
De onderneming functioneert als een “nexus for contracts”: zij treedt
op als één contractspartij voor talloze contracten met leveranciers,
werknemers en klanten. De basis hiervan is het afgescheiden
vermogen: er wordt een vermogen afgebakend dat wordt gehouden door
de vennootschap, en dat niet vatbaar is voor verhaal door de persoonlijke
schuldeisers van de aandeelhouders. Dit verschijnsel wordt entity
shielding genoemd en bestaat uit twee regels:
1. Prioriteitsregel: ondernemingsschuldeisers krijgen voorrang op het
vennootschapsvermogen boven de persoonlijke schuldeisers van
aandeelhouders.
2. Liquidatiebescherming: aandeelhouders en hun schuldeisers
kunnen hun aandeel in het vermogen niet zomaar opeisen of
executeren, waardoor de going-concern-waarde wordt beschermd.
Samen isoleren deze regels de waarde van de vennootschap van de
persoonlijke financiën van de aandeelhouders en bevorderen ze de
verhandelbaarheid van aandelen. Ze worden aangevuld door regels over
vertegenwoordiging en procesrecht: de wet bepaalt wie de vennootschap
kan binden en hoe er geprocedeerd wordt, waardoor transacties
geloofwaardig en efficiënt zijn.
1.2.2 Beperkte aansprakelijkheid
Bij beperkte aansprakelijkheid kunnen schuldeisers hun vorderingen
slechts verhalen op het vermogen van de vennootschap en niet op het
privévermogen van aandeelhouders. Dit verlaagt de kosten van
risicodragend kapitaal, maakt het mogelijk om gediversifieerde
investeringen te doen en vermindert monitoringkosten. Er ontstaat echter
een afruil: schuldeisers lopen meer risico; daarom omvatten rechtsstelsels
aanvullende mechanismen zoals zekerheden, convenanten,
minimumkapitaal of aansprakelijkheidsdoorbraak om misbruik te
voorkomen.
1.2.3 Overdraagbare aandelen
De vennootschap kenmerkt zich door vrij overdraagbare aandelen.
Aandeelhouders kunnen hun positie verkopen zonder de onderneming te
ontbinden of contracten te heronderhandelen. Dit bevordert liquiditeit en
diversificatie en maakt een voortdurende productie mogelijk terwijl het
eigendom verandert. De verhandelbaarheid werkt samen met
informatievoorziening en effectenmarkten, zodat beleggers kunnen
“exit-en” in plaats van actief deel te nemen aan het bestuur. Omdat het
ondernemingsvermogen is afgeschermd, kan een aandeel worden
4