Oefententamen leerdoelen massacommunicatie en publieke opinie
LEERDOEL 1 – Theoretische kennis: massacommunicatie en publieke opinie
Meerkeuzevragen
1. Welke uitspraak past het beste bij de Cultivation Theory van Gerbner?
a) Mensen gebruiken media om hun psychologische behoeften te bevredigen.
b) Media bepalen welke onderwerpen mensen belangrijk vinden.
c) Langdurige blootstelling aan media beïnvloedt hoe mensen de realiteit zien.
d) Media worden altijd actief geïnterpreteerd door het publiek.
2. Wat is het belangrijkste verschil tussen Agenda-setting en Framing?
a) Agenda-setting bepaalt waarover mensen denken, framing hoe ze erover denken.
b) Framing is kwantitatief, agenda-setting is kwalitatief.
c) Agenda-setting richt zich op individuen, framing op instituties.
d) Er is geen verschil; beide verklaren hetzelfde.
3. In de Uses and Gratification Theory ligt de nadruk op:
a) Passieve burgers die beïnvloed worden door ideologische media.
b) Actieve mediagebruikers met eigen motieven en behoeften.
c) De macht van mediabedrijven in een kapitalistische cultuur.
d) De rol van technologie in het verspreiden van nieuws.
Korte open vragen
4. Leg in eigen woorden uit wat Encoding & Decoding betekent.
5. Wat bedoelt Noelle-Neumann met de Spiral of Silence?
6. Geef een voorbeeld van sensemaking bij een gezondheidsonderwerp (bijv.
vaccinatie).
7. Hoe verschilt de Frankfurter School van latere mediabenaderingen zoals Uses &
Gratification?
, LEERDOEL 2 – Begrip en toepassing van kwalitatieve onderzoeksmethoden
Meerkeuzevragen
8. Wat is géén kenmerk van kwalitatief onderzoek?
a) Gericht op betekenissen en context.
b) Werkt met open vragen.
c) Gebruikt percentages en correlaties.
d) Kleine onderzoeksgroepen.
9. Wat is het doel van member checking?
a) Betrouwbaarheid en validiteit verhogen door respondenten interpretaties te laten
controleren.
b) Nieuwe respondenten werven.
c) Data kwantitatief verifiëren.
d) Onderzoeker anonimiseren.
Open vragen
10.Leg het verschil uit tussen media-analyse en interviewonderzoek binnen MPO.
11.Noem twee manieren om de kwaliteit (validiteit/betrouwbaarheid) van kwalitatief
onderzoek te versterken.
12.Wat wordt bedoeld met ‘saturatie’ bij interviews?
Toepassingsvraag
13.Stel dat je onderzoekt hoe media berichten over borstvoeding beïnvloeden hoe
mensen hierover denken.
● Welke methode gebruik je om de berichtgeving zelf te bestuderen?
● Welke methode om meningen van burgers te begrijpen?
● Welke MPO-theorie zou je kunnen koppelen aan dit onderwerp?
LEERDOEL 1 – Theoretische kennis: massacommunicatie en publieke opinie
Meerkeuzevragen
1. Welke uitspraak past het beste bij de Cultivation Theory van Gerbner?
a) Mensen gebruiken media om hun psychologische behoeften te bevredigen.
b) Media bepalen welke onderwerpen mensen belangrijk vinden.
c) Langdurige blootstelling aan media beïnvloedt hoe mensen de realiteit zien.
d) Media worden altijd actief geïnterpreteerd door het publiek.
2. Wat is het belangrijkste verschil tussen Agenda-setting en Framing?
a) Agenda-setting bepaalt waarover mensen denken, framing hoe ze erover denken.
b) Framing is kwantitatief, agenda-setting is kwalitatief.
c) Agenda-setting richt zich op individuen, framing op instituties.
d) Er is geen verschil; beide verklaren hetzelfde.
3. In de Uses and Gratification Theory ligt de nadruk op:
a) Passieve burgers die beïnvloed worden door ideologische media.
b) Actieve mediagebruikers met eigen motieven en behoeften.
c) De macht van mediabedrijven in een kapitalistische cultuur.
d) De rol van technologie in het verspreiden van nieuws.
Korte open vragen
4. Leg in eigen woorden uit wat Encoding & Decoding betekent.
5. Wat bedoelt Noelle-Neumann met de Spiral of Silence?
6. Geef een voorbeeld van sensemaking bij een gezondheidsonderwerp (bijv.
vaccinatie).
7. Hoe verschilt de Frankfurter School van latere mediabenaderingen zoals Uses &
Gratification?
, LEERDOEL 2 – Begrip en toepassing van kwalitatieve onderzoeksmethoden
Meerkeuzevragen
8. Wat is géén kenmerk van kwalitatief onderzoek?
a) Gericht op betekenissen en context.
b) Werkt met open vragen.
c) Gebruikt percentages en correlaties.
d) Kleine onderzoeksgroepen.
9. Wat is het doel van member checking?
a) Betrouwbaarheid en validiteit verhogen door respondenten interpretaties te laten
controleren.
b) Nieuwe respondenten werven.
c) Data kwantitatief verifiëren.
d) Onderzoeker anonimiseren.
Open vragen
10.Leg het verschil uit tussen media-analyse en interviewonderzoek binnen MPO.
11.Noem twee manieren om de kwaliteit (validiteit/betrouwbaarheid) van kwalitatief
onderzoek te versterken.
12.Wat wordt bedoeld met ‘saturatie’ bij interviews?
Toepassingsvraag
13.Stel dat je onderzoekt hoe media berichten over borstvoeding beïnvloeden hoe
mensen hierover denken.
● Welke methode gebruik je om de berichtgeving zelf te bestuderen?
● Welke methode om meningen van burgers te begrijpen?
● Welke MPO-theorie zou je kunnen koppelen aan dit onderwerp?