Oefententamen leerdoelen gezondheid, media en publiek
Leerdoelen
In deze cursus, zal je:
● Begrijpen wat gezondheidscommunicatie inhoudt en wat het belang ervan is in
onderzoek en de maatschappij.
● Herkennen en analyseren van verschillende vormen van gezondheidscommunicatie,
inclusief de beoogde boodschap, het publiek en welke communicatiekanaal.
● Kennis van wetenschappelijke theorieën en modellen leren inzetten voor het
analyseren en ontwerpen van gezondheidscommunicatie.
● Inzicht krijgen in onderzoek naar gezondheidscommunicatie en het kritisch kunnen
presenteren van onderzoeksvragen en resultaten.
● Vaardigheden ontwikkelen om focusgroepen te planning, organiseren en analyseren,
en deze informatie te gebruiken in het ontwerpen van gezondheidscommunicatie.
● Kritisch leren lezen, analyseren en samenvatten van academische teksten en leren
om discussies hierover te leiden.
● Schriftelijk betogen of essay schrijven waarin standpunt verdedigd wordt en kennis
overgedragen op basis van opgedane kennis.
● Samenwerken in groepen, gezamenlijk een onderzoeksverslag schrijven en
presenteren.
Oefententamen 1 op basis van leerdoelen en hoorcolleges
Deel A – Meerkeuzevragen
Kies het beste antwoord. Elk goed antwoord levert 1 punt op.
1. Wat is het belangrijkste doel van gezondheidscommunicatie volgens Schiavo (2007)?
A. Het vergroten van kennis over gezondheid
B. Het stimuleren van gedrags- en sociale verandering
C. Het verbeteren van medische zorg
D. Het verminderen van zorgkosten
2. Een “wicked problem” in gezondheidscommunicatie verwijst naar:
A. Een probleem dat makkelijk op te lossen is door gedragsverandering
B. Een probleem met veel factoren en zonder eenduidige oplossing
C. Een probleem dat veroorzaakt wordt door verkeerde informatie
D. Een probleem dat zich beperkt tot één doelgroep
,3. In het Transtheoretisch model bevindt iemand die gedrag wil veranderen en al
concrete plannen maakt zich in de fase:
A. Precontemplation
B. Contemplation
C. Preparation
D. Action
4. Welke van onderstaande frames werkt meestal beter bij preventieve gedragingen
(zoals vaccineren)?
A. Loss frame
B. Fear frame
C. Gain frame
D. Risk frame
5. In het model van Sandman wordt risicoperceptie gedefinieerd als:
A. Kans × Effect
B. Hazard × Outrage
C. Feitelijke risico’s × Media-aandacht
D. Emotie × Cognitie
6. Het 6-functiemodel van De Haes & Bensing (2009) beschrijft o.a. dat “informatie
verzamelen” dient om:
A. Het vertrouwen van de patiënt te versterken
B. De diagnose en interpretatie van symptomen te verbeteren
C. Beslissingen samen met de patiënt te nemen
D. Het gesprek efficiënt af te ronden
7. De boekmetafoor in arts-patiëntcommunicatie helpt bij:
A. Het vermijden van medisch jargon
B. Het gestructureerd overbrengen van informatie
C. Het verminderen van emoties bij de patiënt
D. Het versterken van de arts-patiëntrelatie
8. In co-creatieprocessen verwijst kennisarticulatie naar:
A. Het combineren van verschillende kennisvormen
B. Het expliciet maken van impliciete ervaringskennis
C. Het implementeren van kennis in beleid
D. Het vastleggen van kennis in richtlijnen
, 9. Bij shared decision making (SDM) staat centraal dat:
A. De arts de uiteindelijke beslissing neemt
B. De patiënt volledig autonoom beslist
C. Arts en patiënt samen tot een beslissing komen op basis van kennis én voorkeuren
D. De patiënt alleen wordt geïnformeerd over het beleid
10.Een van de nadelen van “consultatie” als participatiemethode is dat:
A. Het veel tijd kost
B. Patiënten te veel invloed krijgen
C. Er geen directe invloed is op besluitvorming
D. De resultaten moeilijk meetbaar zijn
Deel B – Korte open vragen
Geef beknopt (max. 4 zinnen) antwoord. Elk goed antwoord levert 2 punten op.
1. Leg uit wat het verschil is tussen manipulatie en persuasie in
gezondheidscommunicatie.
2. Noem drie factoren uit het vier-lagenmodel van Renn & Benighaus (2013) die de
risicoperceptie beïnvloeden.
3. Wat is het verschil tussen objectieve risico’s en subjectieve risicoperceptie?
4. Noem drie fasen uit het proces van kennisco-creatie en licht kort toe wat er in elke
fase gebeurt.
5. Wat betekent empowerment in de context van patiënteninformatie?
Leerdoelen
In deze cursus, zal je:
● Begrijpen wat gezondheidscommunicatie inhoudt en wat het belang ervan is in
onderzoek en de maatschappij.
● Herkennen en analyseren van verschillende vormen van gezondheidscommunicatie,
inclusief de beoogde boodschap, het publiek en welke communicatiekanaal.
● Kennis van wetenschappelijke theorieën en modellen leren inzetten voor het
analyseren en ontwerpen van gezondheidscommunicatie.
● Inzicht krijgen in onderzoek naar gezondheidscommunicatie en het kritisch kunnen
presenteren van onderzoeksvragen en resultaten.
● Vaardigheden ontwikkelen om focusgroepen te planning, organiseren en analyseren,
en deze informatie te gebruiken in het ontwerpen van gezondheidscommunicatie.
● Kritisch leren lezen, analyseren en samenvatten van academische teksten en leren
om discussies hierover te leiden.
● Schriftelijk betogen of essay schrijven waarin standpunt verdedigd wordt en kennis
overgedragen op basis van opgedane kennis.
● Samenwerken in groepen, gezamenlijk een onderzoeksverslag schrijven en
presenteren.
Oefententamen 1 op basis van leerdoelen en hoorcolleges
Deel A – Meerkeuzevragen
Kies het beste antwoord. Elk goed antwoord levert 1 punt op.
1. Wat is het belangrijkste doel van gezondheidscommunicatie volgens Schiavo (2007)?
A. Het vergroten van kennis over gezondheid
B. Het stimuleren van gedrags- en sociale verandering
C. Het verbeteren van medische zorg
D. Het verminderen van zorgkosten
2. Een “wicked problem” in gezondheidscommunicatie verwijst naar:
A. Een probleem dat makkelijk op te lossen is door gedragsverandering
B. Een probleem met veel factoren en zonder eenduidige oplossing
C. Een probleem dat veroorzaakt wordt door verkeerde informatie
D. Een probleem dat zich beperkt tot één doelgroep
,3. In het Transtheoretisch model bevindt iemand die gedrag wil veranderen en al
concrete plannen maakt zich in de fase:
A. Precontemplation
B. Contemplation
C. Preparation
D. Action
4. Welke van onderstaande frames werkt meestal beter bij preventieve gedragingen
(zoals vaccineren)?
A. Loss frame
B. Fear frame
C. Gain frame
D. Risk frame
5. In het model van Sandman wordt risicoperceptie gedefinieerd als:
A. Kans × Effect
B. Hazard × Outrage
C. Feitelijke risico’s × Media-aandacht
D. Emotie × Cognitie
6. Het 6-functiemodel van De Haes & Bensing (2009) beschrijft o.a. dat “informatie
verzamelen” dient om:
A. Het vertrouwen van de patiënt te versterken
B. De diagnose en interpretatie van symptomen te verbeteren
C. Beslissingen samen met de patiënt te nemen
D. Het gesprek efficiënt af te ronden
7. De boekmetafoor in arts-patiëntcommunicatie helpt bij:
A. Het vermijden van medisch jargon
B. Het gestructureerd overbrengen van informatie
C. Het verminderen van emoties bij de patiënt
D. Het versterken van de arts-patiëntrelatie
8. In co-creatieprocessen verwijst kennisarticulatie naar:
A. Het combineren van verschillende kennisvormen
B. Het expliciet maken van impliciete ervaringskennis
C. Het implementeren van kennis in beleid
D. Het vastleggen van kennis in richtlijnen
, 9. Bij shared decision making (SDM) staat centraal dat:
A. De arts de uiteindelijke beslissing neemt
B. De patiënt volledig autonoom beslist
C. Arts en patiënt samen tot een beslissing komen op basis van kennis én voorkeuren
D. De patiënt alleen wordt geïnformeerd over het beleid
10.Een van de nadelen van “consultatie” als participatiemethode is dat:
A. Het veel tijd kost
B. Patiënten te veel invloed krijgen
C. Er geen directe invloed is op besluitvorming
D. De resultaten moeilijk meetbaar zijn
Deel B – Korte open vragen
Geef beknopt (max. 4 zinnen) antwoord. Elk goed antwoord levert 2 punten op.
1. Leg uit wat het verschil is tussen manipulatie en persuasie in
gezondheidscommunicatie.
2. Noem drie factoren uit het vier-lagenmodel van Renn & Benighaus (2013) die de
risicoperceptie beïnvloeden.
3. Wat is het verschil tussen objectieve risico’s en subjectieve risicoperceptie?
4. Noem drie fasen uit het proces van kennisco-creatie en licht kort toe wat er in elke
fase gebeurt.
5. Wat betekent empowerment in de context van patiënteninformatie?