Primaire processen: samenhangende activiteiten om product/dienst te realiseren voor de klant op
efficiënte, effectieve en waardevolle wijze.
Procesmanagement is: beschrijven/identificeren, normen vaststellen, meten, verbeteren
Procesmanagement:
Zijn de processen goed op elkaar afgestemd?
Zijn de activiteiten binnen een proces goed georganiseerd?
Zijn de processen en activiteiten zonder verspilling ingericht?
Zijn de processen en activiteiten goed op de klantwens afgestemd?
Zorgt voor efficiëntie en effectiviteit in procesactiviteiten
Zorgt voor vastleggen van procesactiviteiten en overdraagbaarheid
Zorgt voor normering van de procesactiviteiten en dus stuurbaarheid
Is een gezamenlijke inspanning en laat mensen over de ‘’muur’’ kijken
Procesmanagement levert het volgende op:
- Meer effectiviteit en efficiency
- Hogere overdraagbaarheid omdat procesactiviteiten beschreven zijn
- Betere beheersbaarheid activiteiten aan de hand van procesnormen
- Groter lerend vermogen, omdat er helderheid is over hoe processen verlopen en zijn georganiseerd
Welke 4/5 fasen zijn te onderscheiden bij procesmanagement?
1. Activiteiten georiënteerd: verbetering van eigen werkzaamheden
2. Proces georiënteerd: betere onderlinge afstemming van processen o.b.v. procesindicatoren
3. Systeem georiënteerd: processen maken deel uit van een groter geheel: primair, ondersteunende en
besturende elementen. PDCA-cyclus moet dit systeem telkenmale opwaarderen
4. Keten georiënteerd: verbetering is gericht op maximale waarde toevoeging in de gehele keten van
activiteiten, processen en partners.
Procesmanagement is een continu PDCA (plan, do, check, act) inspanning, het managen van processen is
nooit klaar. Procesmanagement is vooral een manier/kans om te veranderen.
,Procesmanagement of procesoptimalisatie begint allereerst met inzicht in de HPS (hiërarchische proces
structuur) van het bedrijf.
Voor elk proces/activiteit binnen de HPS is aandacht voor:
stap 1: doel
welk doel heeft het proces? Waarom vindt het plaats? Welke bijdrage levert het aan strategie en KSF’s
van het bedrijf?
stap 2: klant & resultaat/output
wat is het resultaat van het proces en voor wie? Welke kwaliteit moet het opleveren (= input van de
klant)?
stap 3: procesverloop/inrichting activiteiten
welke activiteiten moeten verricht worden? Wat moet er gedaan worden? Hoe ziet het procesmodel
eruit? Visualisatie van de activiteiten
stap 4: middelen
Welke middelen zijn nodig in het proces?
stap 5: mensen
welke kwaliteit en kwantiteit mensen zijn nodig in het proces? Welke rollen krijgen deze mensen
toegewezen?
stap 6: leverancier & resultaat/input
Welke input is nodig voor proces? Waar komt deze input vandaan?
stap 7: besturing
Op welke manier wordt het proces bestuurd?
Kleine besturing aansturing: weet men hoe te handelen? Weet men waaraan voldaan moet worden?
Weet men waarop te registreren?
Wordt er gepland naar normen en verantwoord met rapportages. Werkinstructies, normstellende
documenten, verslagdocumenten
Grote besturing/aansturing: andere strategische doelen etc. bijvoorbeeld wanneer een touroperator
een nieuw werelddeel gaat verkopen.
PDCA:
PD: plannen en uitvoeren
CA: proces toetsen
, Interne audit (interne toetsing): afwijking op de normen (PI’s)
*kwalitatief en kwantitatief ‘’meten’’ van processen;
1. Planning 2. Voorbereiding 3. Uitvoering 4. Rapportage 5. Opvolging 6. Evaluatie
- afwijkingen worden verbeterpunten
- verbeteringen implementeren (proces moet aangepast worden)
- autonome optimalisatie mogelijkheden; bijvoorbeeld nieuwere en betere software
Procesmetingen: doormiddel van enquêtes, doorlooptijdmetingen
opmerkingen/klachten van het personeel en/of klanten
KSF: Kritische succesfactor
KSI: Kritische succesindicator
KPI: Kritische procesindicator