(PART A & B)
1
, Hoorcollege 1 - What is neuropsychology?
Wat is neuropsychologie?
Content die besproken wordt in dit vak:
● Neuropsychologie in het algemeen: Neuropsychologische methoden, geschiedenis
van de neuropsychologie, neuropsychologische diagnostiek en revalidatie.
● Stoornissen: oorzaken en symptomen van de meest voorkomende neurologische en
psychiatrische aandoeningen waarbij cognitieve functiestoornissen op de voorgrond
staan.
Neuropsychology = Het vakgebied binnen de psychologie dat onderzoekt hoe de werking
van de hersenen samenhangt met gedrag en cognitieve functies, zoals geheugen,
aandacht, taal, en probleemoplossend vermogen. Neuropsychologen bestuderen wat er
gebeurt als bepaalde hersengebieden beschadigd raken, en hoe dat invloed heeft op
iemands denken, voelen en doen.
Neuropsychologen zijn:
● Clinici met kennis van neuropsychologische symptomen en testmethoden om de
diagnose en behandeling uit te voeren van patiënten met hersenaandoeningen.
● Bestuderen de relatie tussen (fysieke) hersenfuncties en gedrag (met name gedrag,
emoties en cognitie).
● Scientist-practitioners (wetenschappers die ook in de praktijk werken).
Two types of neuropsychological research:
● Fundamental neuropsychological research = Richt zich op het begrijpen van
onderliggende cognitieve stoornissen en processen, en de bijbehorende
hersenstructuren, met behulp van experimentele paradigma’s.
● Clinically oriented neuropsychological research = Richt zich op (het verbeteren
van) de diagnostiek en behandeling van hersenaandoeningen
Voorbeelden wanneer iemand een neuropsychologist moet benaderen:
● Je hebt hersenletsel opgelopen door een auto-ongeluk en je wilt weten wat de
gevolgen daarvan zijn voor je gedrag, emoties of cognitie.
● Je grootvader heeft problemen met zijn geheugen, concentratie en
planningsvaardigheden en hij wil weten of dit komt door (beginnende) dementie of
door een depressie.
● Je hebt een hersenaandoening en je wilt hulp bij het omgaan met de cognitieve,
emotionele en/of gedragsmatige gevolgen daarvan.
Typische vragen die aan een neuropsychologist gesteld worden:
● Zijn er cognitieve, emotionele en/of gedragsstoornissen?
2
, ● Worden deze stoornissen veroorzaakt door schade aan of een functiestoornis van de
hersenen?
● Wat zijn de gevolgen van de hersenaandoening voor het dagelijks leven van de
patiënt?
● Welke ondersteuning of hulp hebben deze patiënt en zijn/haar/hun omgeving nodig?
● Zijn er behandelmogelijkheden?
Working domains of a neuropsychologist:
● Ziekenhuizen
● Geestelijke gezondheidszorg (GGZ)
● Revalidatiecentra
Forensische instellingen
● Verzorgings- of verpleeghuizen
● Gespecialiseerde instellingen (bijv. centra voor epilepsie of visuele beperkingen)
● Overige, zoals:
○ Diagnostische centra
○ Onderwijs en onderzoek
Working domains of a neuropsychologist:
● Zeer gevarieerd werk (bijv. diagnostiek, begeleiding en behandeling)
● Zowel bij kinderen als volwassenen
● Multidisciplinair, werkt samen met veel andere (para)medische disciplines (zoals
neurologen, geriaters, neurochirurgen, verpleegkundigen, ergotherapeuten)
Neuro-myths = Een misvatting die ontstaat door een misverstand, een verkeerde
interpretatie of een onjuiste weergave van wetenschappelijk vastgestelde feiten (door
hersenonderzoek), gebruikt om een argument te maken voor het gebruik van hersenonderzoek
in het onderwijs of andere contexten (OECD, 2002). Neuromythes ontstaan vaak door
overgeneralisaties van empirisch onderzoek en worden versterkt/verspreid door onjuiste
weergaven in films en series (of andere kanalen).
Neuropsychological methods
Subtraction method
● Franciscus (Frans) Cornelis Donders
● 1818 – 1889
Subtraction method = Het meten van mentale processen (die je niet direct kunt
observeren) kunt afleiden door reactietijden te meten bij verschillende taken, en die
vervolgens van elkaar af te trekken (subtraheren).
Belangrijke aannames:
3
, ● Reaction time paradigm = Een experimentele methode binnen de cognitieve
psychologie en neuropsychologie, waarbij reactietijd (RT) wordt gebruikt als
indirecte maat voor het onderzoeken van mentale processen.
● Pure insertions = Men gaat ervan uit dat je een extra cognitief proces kunt
toevoegen aan een taak, zonder dat dit de duur van andere processen beïnvloedt.
Dus wanneer er een extra denkproces wordt toegevoegd, heeft dit geen invloed op
hoe lang andere processen duren individueel.
Stappenplan subtraction method:
1. Simple Reaction Time Task (Simpele RT-taak)
● Stimulus → Respons A
● Cognitieve processen:
○ Perceptie (waarneming van stimulus)
○ Respons (uitvoeren van een actie)
● Voorbeeld: Een lichtje gaat aan → je drukt op een knop
2. Go/No-Go Reaction Time Task
● Stimulus → [Respons A óf geen respons]
● Cognitieve processen:
○ Perceptie
○ Discriminatie (is dit een 'go' of een 'no-go' stimulus?)
○ Eventuele respons (alleen als het een 'go' is)
● Voorbeeld: Druk op een knop alleen als je een rood licht ziet, niet bij groen.
3. Discrimination/Choice Reaction Time Task (Keuzereactietaak)
● Stimulus → Respons A of B of …
● Cognitieve processen:
○ Perceptie
4