Thema 1: Wat is ADSL?
ADSL = Activerende didactiek en samenwerkend leren -> Creëren van omstandigheden waardoor het
leren van alle leerlingen wordt gestimuleerd en waarbij er steeds meer verantwoordelijkheid wordt
gegeven betreffende hun eigen leren.
Samenwerkend leren = Een vorm van actief en constructief leren. Hierbij werken leerlingen samen
om gemeenschappelijke doelen te bereiken.
Waarom ADSL?
- Leerlingen worden zelfstandiger en actiever
- Het doet recht aan verschillen tussen leerlingen
- De maatschappij vraagt om zelfstandige die goed kunnen samenwerken
- ADSL motiveert leerlingen
- ADSL helpt docenten om leerlingen daadwerkelijk te laten leren
- Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat actief en samenwerkend leren effectiever is dan
leren in het traditionele onderwijs
Meervoudige intelligentie = de bekwaamheid om te leren en het probleem op te lossen
De krachtige leeromgeving ADSL:
1. Oriëntatie
2. Aan de slag
3. Evaluatie
4. Transfer
Thema 2: Basisprincipes ADSL
,Sleutelbegrippen ADSL —> PIDSA
• P Positieve wederzijdse afhankelijkheid = Leerlingen hebben elkaar nodig om tot een goed
resultaat te komen en/of ze hebben er voordeel bij om met elkaar samen te werken.
• I Individuele aanspreekbaarheid = De leerling is individueel verantwoordelijk voor het
eindresultaat en hierop ook aanspreekbaar.
• D Directe interactie = De inhoud van de opdracht nodigt uit tot interactie en de
tafelopstelling is bevorderlijk voor die interactie.
• S Sociale vaardigheden = Het afstemmen van de werkvorm op de sociale vaardigheden die
leerlingen min of meer beheersen en/of om sociale vaardigheden te ontwikkelen.
• A Aandacht voor het groepsproces = Veiligheid: als men zich veilig voelt:
Invloed uitoefenen op groepsgebeuren
Samenwerking, leidt tot zelfstandig leren
Thema 3: Evaluatie -> toetsen en beoordelen
Waarom toetsen? Een beeld krijgen van de capaciteiten van de leerlingen;
Wordt niet altijd zichtbaar. Te wijten aan:
- Kwaliteit van de toets
- Voorbereiding op de toetssteen
- Faalangst
- Gebrek aan motivatie
Toetsresultaten leiden tot …..
- Controle op inzet
- Diagnose leerresultaat
- Vervolg van leertraject peilen/bepalen
- Doelgerichtheid / opbrengstgerichtheid van het onderwijs vergroten
- Motiveren en sturen van het leerproces
- Selectie
- Voorspelling toekomstig functioneren
Hoe maken we doelen meetbaar?
- Gebruik van de grondvorm ….. kan
- Inhoud
- Gedrag
- Voorwaarden / minimumeisen
Doelen geven dus aan of leerlingen iets kunnen: onthouden, begrijpen, toepassen, (analyseren of
synthetiseren)
, Soorten toetsvragen:
• Weten: reproductieve vragen:
o Noem 4 onderdelen van een kip;
• Begrijpen: kennisgerichte toetsvragen:
o Leg uit waarom een vis kieuwen heeft;
• Toepassen: toepassingsgerichte vragen:
o Bereken met de wet van Ohm de weerstand van …….;
• Analyseren: doet een beroep op analytische vaardigheden:
o Geef aan m.b.v. een zelfgemaakte checklist wat er met de gezondheid van dier x op
de kinderboerderij aan de hand is:
• Synthetiseren:
o Ontwerp een dierenverblijf voor de dieren op onze school.
Functies van toetsen:
➢ Formatieve functie: geeft informatie over hoe ver de leerling is;
➢ Summatieve functie: kwalificerend; telt mee voor het rapport; geslaagd of gezakt
Toetsvormen:
Wat is een goede beoordeling?
• Transparantie = Leerlingen weten van tevoren wat, hoe, getoetst wordt, tijd, totstandkoming
cijfer
• Betrouwbaarheid = Mate van nauwkeurigheid
• Validiteit = Meet toets wat het moet meten