Samenvatting
Geestelijke gezondheid en Psychopathologie
(Hoofdstukken 1, 2, 3, 5, 6, 7, 8, 9, 11, 14)
Hoofdstuk 1
Mental Hygiene movement: Hervorming van de behandeling van de mentale gezondheid.
Psychopathologie: Studie van mensen die emotionele, mentale en vaak fysieke pijn
ervaren.
Cultural Relativism: het idee dat er geen universele normen of regels zijn voor het
labelen van gedrag als abnormaal.
Unusualness: Gedrag dat eigenaardig en ongewoon is, wordt vaak als abnormaal gezien.
Distress: Gedrag is abnormaal als de persoon die het gedrag vertoont, door dit gedrag
distress ervaart en van het gedrag af wil.
Mental illness: een ziekte proces zorgt er voor dat een persoon zich abnormaal gaat
gedragen, en zorgt voor het vertoonde gedrag
Four D’s of abnormality:
- Distress
o Individu en omgeving ziet gedrag als abnormaal
- Dysfunction
o Gedrag is disfunctioneel als het interfereert met vaardigheden van het
dagelijks leven die voor een normaal functioneren zorgen
- Deviance
o Sterke abnormale gedragingen, deze zouden kunnen leiden tot extreme
daden zoals stelen of chronisch liegen
- Dangerousness
o Gedrag dat schade aan het individu zelf of anderen kan toebrengen.
Drie theorieën over de oorzaak van abnormaal gedrag:
- Biologische theorieën
o Ziet abnormaal gedrag hetzelfde als fysieke ziektes, veroorzaakt door een
breakdown van systemen in het lichaam.
- Supernaturalisme theorieën
o Ziet abnormaal gedrag als een gevolg van persoonlijke zondes, demonen,
bezeten etc.
- Psychologische theorieën
o Ziet abnormaal gedrag als een gevolg van trauma’s of bijvoorbeeld
chronische stress.
Trephination: het maken van gaten in het schedel om de delen weg te halen die niet
goed waren en de bezeten delen te verwijderen.
Psychic epidemics: fenomenen waarbij grote getallen mensen ongewoonlijk gedrag
vertonen, en deze blijken een psychologische oorsprong te hebben.
Moral treatment: Behandeling was rust en ontspanning op een serene en fysieke
aantrekkelijke plek.
General paresis: ziekte die lijdt tot verlamming, krankzinnigheid en uiteindelijk tot de
dood.
,Deinstitutionalization: Het integreren van patiënten die aan een mentale ziekte hebben
geleden terug in de maatschappij, met hulp van maatschappelijke behandelingen.
Hoofdstuk 2
Theorieën: Set van ideeën dat een framework geeft voor het stellen van vragen over
fenomenen en voor het verzamelen en interpreteren van informatie over dat fenomeen.
Approaches:
- Biological approach
- Psychological approach
- Sociocultural approach
Culturele normen en sociale omgeving beïnvloeden bijv. de anxiety.
- Biopyschosocial approach
Combinatie van de eerste drie approaches.
- Behavioral approach
o Focust op de invloeden van versterkingen en straffen op het produceren van
gedrag
- Emotion-focused approaches
o Zien een slechte regulatie van emoties als de kern van veel typen van
psychopathologie; including anxiety disorders, depressies, substance abuse
en de meeste soorten persoonlijkheidsstoornissen.
Diathesis-Stress Model of the development of disorders: Dit model impliceert dat er een
bestaande gevoeligheid voor een ziekte en een trigger of stress nodig is, om een disorder
te creëren.
Antipsychotic drugs: Helpen bij het reduceren van symptomen van psychoses, hieronder
vallen bijvoorbeeld hallucinaties en desillusies.
Phenothiazines
Atypical Antipsychotics
Antidepressant drugs: Helpen bij het reduceren van de symptomen van depressies.
Selective Serotonin Reuptake Inhibitors
Selective Serotonin-norephinephrine Reuptake Inhibitors
Lithium: Metaal element dat wordt gebruikt als stemming stabilisator. Dit wordt vooral
gebruikt bij de behandeling van Bipolaire stoornissen. Lithium heeft een aantal zware
bijwerkingen; diarree, slecht zicht, extreme misselijkheid.
Anticonvulsants: Gebruikt bij mania.
Antianxiety drugs: Helpen bij het verminderen van symptomen van angst.
Barbiturates; helpen goed voor ontspanning en slaap,
maar zijn daarnaast wel erg verslavend
Benzodiazepines; helpen bij de symptomen van angst
zonder het dagelijks functioneren te beïnvloeden
Systematic Desensitization therapy: Geleidelijk uitsluiten van angst responses op stimuli
en het gedrag dat bij de angst komt kijken.
Cognitieve therapieën: Helpen mensen om negatieve gedachten en disfunctionele
geloofssystemen te identificeren en uit te dagen.
, Humanistic therapy: Helpt mensen hun grootste potentie te vinden d.m.v. self-
exploration.
Primary prevention: De ontwikkelingen van een disorder stoppen voordat deze
beginnen.
Secondary Prevention: Het detecteren van een disorder in een vroeg stadia en door
behandeling de ontwikkeling van een volle disorder voorkomen.
Tertiary prevention: Focust zich op mensen die al een disorder hebben, en op het
voorkomen van terugval en op het reduceren van de impact van de disorder op iemands
kwaliteit van leven.
Hoofdstuk 3
Assessment: Proces van het verzamelen van informatie over mensen hun symptomen en
de mogelijke oorzaken van deze symptomen.
Diagnosis: Label voor een set van symptomen die vaak samen voorkomen.
Validiteit: Accurate waarmee een test meet wat hij zou moeten meten.
- Face validity: De items meten datgene wat de test wil meten.
- Content validity: De mate waarin een test belangrijke aspecten van een fenomeen
meet, dat de test zou moeten meten.
- Concurrent validity: De mate waarin een test dezelfde resultaten heeft als andere
metingen van zelfde gedragingen, gevoelens of gedachten.
- Predictive validity: De mate waarin een test kan voorspellen hoe een persoon zal
denken, voelen of zich gedragen in de toekomst.
- Construct validity: De mate waarin een test datgene meet wat hij zou moeten meten
en niet een overkoepelend iets.
Betrouwbaarheid: De consistentie waarmee een test meet wat hij zou moeten meten.
- Test-retest betrouwbaarheid: Omschrijft de mate waarin de resultaten van een test
consistent zijn over een bepaalde tijdsperiode.
- Alternate form betrouwbaarheid: Als de resultaten en antwoorden van verschillende
vormen van dezelfde test, gelijksoortig zijn.
- Internal betrouwbaarheid: Als er een gelijkheid is tussen de antwoorden op
verschillende delen van een zelfde test.
- Interrater/Interjudge betrouwbaarheid: Als verschillende beoordelaren op dezelfde
conclusies uitkomen.
Mental Status Exam in a Clinical Interview
1. Appearance and behaviour; de manier waarop iemand zich vertoont kan iets
verhullen over de mate waarin de persoon zichzelf verzorgt.
2. Thought processes; de manier waarop iemand spreekt (snelheid en samenhang)
3. Mood and Affect; Hoe komt de stemming van de cliënt over
4. Intellectual functioning; Hoe goed iemand spreekt en indicaties van geheugen of
aandacht moeilijkheden.
5. Oriented; Kijken of de cliënt goed georiënteerd is met het besef van de tijd, plaats
en wij hij/zij is.
Geestelijke gezondheid en Psychopathologie
(Hoofdstukken 1, 2, 3, 5, 6, 7, 8, 9, 11, 14)
Hoofdstuk 1
Mental Hygiene movement: Hervorming van de behandeling van de mentale gezondheid.
Psychopathologie: Studie van mensen die emotionele, mentale en vaak fysieke pijn
ervaren.
Cultural Relativism: het idee dat er geen universele normen of regels zijn voor het
labelen van gedrag als abnormaal.
Unusualness: Gedrag dat eigenaardig en ongewoon is, wordt vaak als abnormaal gezien.
Distress: Gedrag is abnormaal als de persoon die het gedrag vertoont, door dit gedrag
distress ervaart en van het gedrag af wil.
Mental illness: een ziekte proces zorgt er voor dat een persoon zich abnormaal gaat
gedragen, en zorgt voor het vertoonde gedrag
Four D’s of abnormality:
- Distress
o Individu en omgeving ziet gedrag als abnormaal
- Dysfunction
o Gedrag is disfunctioneel als het interfereert met vaardigheden van het
dagelijks leven die voor een normaal functioneren zorgen
- Deviance
o Sterke abnormale gedragingen, deze zouden kunnen leiden tot extreme
daden zoals stelen of chronisch liegen
- Dangerousness
o Gedrag dat schade aan het individu zelf of anderen kan toebrengen.
Drie theorieën over de oorzaak van abnormaal gedrag:
- Biologische theorieën
o Ziet abnormaal gedrag hetzelfde als fysieke ziektes, veroorzaakt door een
breakdown van systemen in het lichaam.
- Supernaturalisme theorieën
o Ziet abnormaal gedrag als een gevolg van persoonlijke zondes, demonen,
bezeten etc.
- Psychologische theorieën
o Ziet abnormaal gedrag als een gevolg van trauma’s of bijvoorbeeld
chronische stress.
Trephination: het maken van gaten in het schedel om de delen weg te halen die niet
goed waren en de bezeten delen te verwijderen.
Psychic epidemics: fenomenen waarbij grote getallen mensen ongewoonlijk gedrag
vertonen, en deze blijken een psychologische oorsprong te hebben.
Moral treatment: Behandeling was rust en ontspanning op een serene en fysieke
aantrekkelijke plek.
General paresis: ziekte die lijdt tot verlamming, krankzinnigheid en uiteindelijk tot de
dood.
,Deinstitutionalization: Het integreren van patiënten die aan een mentale ziekte hebben
geleden terug in de maatschappij, met hulp van maatschappelijke behandelingen.
Hoofdstuk 2
Theorieën: Set van ideeën dat een framework geeft voor het stellen van vragen over
fenomenen en voor het verzamelen en interpreteren van informatie over dat fenomeen.
Approaches:
- Biological approach
- Psychological approach
- Sociocultural approach
Culturele normen en sociale omgeving beïnvloeden bijv. de anxiety.
- Biopyschosocial approach
Combinatie van de eerste drie approaches.
- Behavioral approach
o Focust op de invloeden van versterkingen en straffen op het produceren van
gedrag
- Emotion-focused approaches
o Zien een slechte regulatie van emoties als de kern van veel typen van
psychopathologie; including anxiety disorders, depressies, substance abuse
en de meeste soorten persoonlijkheidsstoornissen.
Diathesis-Stress Model of the development of disorders: Dit model impliceert dat er een
bestaande gevoeligheid voor een ziekte en een trigger of stress nodig is, om een disorder
te creëren.
Antipsychotic drugs: Helpen bij het reduceren van symptomen van psychoses, hieronder
vallen bijvoorbeeld hallucinaties en desillusies.
Phenothiazines
Atypical Antipsychotics
Antidepressant drugs: Helpen bij het reduceren van de symptomen van depressies.
Selective Serotonin Reuptake Inhibitors
Selective Serotonin-norephinephrine Reuptake Inhibitors
Lithium: Metaal element dat wordt gebruikt als stemming stabilisator. Dit wordt vooral
gebruikt bij de behandeling van Bipolaire stoornissen. Lithium heeft een aantal zware
bijwerkingen; diarree, slecht zicht, extreme misselijkheid.
Anticonvulsants: Gebruikt bij mania.
Antianxiety drugs: Helpen bij het verminderen van symptomen van angst.
Barbiturates; helpen goed voor ontspanning en slaap,
maar zijn daarnaast wel erg verslavend
Benzodiazepines; helpen bij de symptomen van angst
zonder het dagelijks functioneren te beïnvloeden
Systematic Desensitization therapy: Geleidelijk uitsluiten van angst responses op stimuli
en het gedrag dat bij de angst komt kijken.
Cognitieve therapieën: Helpen mensen om negatieve gedachten en disfunctionele
geloofssystemen te identificeren en uit te dagen.
, Humanistic therapy: Helpt mensen hun grootste potentie te vinden d.m.v. self-
exploration.
Primary prevention: De ontwikkelingen van een disorder stoppen voordat deze
beginnen.
Secondary Prevention: Het detecteren van een disorder in een vroeg stadia en door
behandeling de ontwikkeling van een volle disorder voorkomen.
Tertiary prevention: Focust zich op mensen die al een disorder hebben, en op het
voorkomen van terugval en op het reduceren van de impact van de disorder op iemands
kwaliteit van leven.
Hoofdstuk 3
Assessment: Proces van het verzamelen van informatie over mensen hun symptomen en
de mogelijke oorzaken van deze symptomen.
Diagnosis: Label voor een set van symptomen die vaak samen voorkomen.
Validiteit: Accurate waarmee een test meet wat hij zou moeten meten.
- Face validity: De items meten datgene wat de test wil meten.
- Content validity: De mate waarin een test belangrijke aspecten van een fenomeen
meet, dat de test zou moeten meten.
- Concurrent validity: De mate waarin een test dezelfde resultaten heeft als andere
metingen van zelfde gedragingen, gevoelens of gedachten.
- Predictive validity: De mate waarin een test kan voorspellen hoe een persoon zal
denken, voelen of zich gedragen in de toekomst.
- Construct validity: De mate waarin een test datgene meet wat hij zou moeten meten
en niet een overkoepelend iets.
Betrouwbaarheid: De consistentie waarmee een test meet wat hij zou moeten meten.
- Test-retest betrouwbaarheid: Omschrijft de mate waarin de resultaten van een test
consistent zijn over een bepaalde tijdsperiode.
- Alternate form betrouwbaarheid: Als de resultaten en antwoorden van verschillende
vormen van dezelfde test, gelijksoortig zijn.
- Internal betrouwbaarheid: Als er een gelijkheid is tussen de antwoorden op
verschillende delen van een zelfde test.
- Interrater/Interjudge betrouwbaarheid: Als verschillende beoordelaren op dezelfde
conclusies uitkomen.
Mental Status Exam in a Clinical Interview
1. Appearance and behaviour; de manier waarop iemand zich vertoont kan iets
verhullen over de mate waarin de persoon zichzelf verzorgt.
2. Thought processes; de manier waarop iemand spreekt (snelheid en samenhang)
3. Mood and Affect; Hoe komt de stemming van de cliënt over
4. Intellectual functioning; Hoe goed iemand spreekt en indicaties van geheugen of
aandacht moeilijkheden.
5. Oriented; Kijken of de cliënt goed georiënteerd is met het besef van de tijd, plaats
en wij hij/zij is.