Samenvatting
School:
- 5 tot 16 jaar funderend onderwijs; primair en voortgezet onderwijs
Kind kenmerken;
- Generieke vaardigheden: intelligentie en executieve functies (leer je in
principe niet binnen schoolse setting) (primaire kennis)
- Specifieke vaardigheden: taal, lezen en spelling, begrijpend lezen en
rekenen. (leer je binnen onderwijscontext, daar is het onderwijs op gericht,
ook bij zorgleerlingen zijn deze belangrijk) (secundaire kennis)
Studies (Cahan & Cohen, 1989) tonen dat een jaar extra scholing meer bijdraagt aan
gemeten intelligentie dan een jaar ouder worden Intelligentie groeit vooral door
het opbouwen van kennis in school, niet enkel door leeftijd of "algemene
capaciteiten".
Flynn effect: Flynn stelde dat prestaties op intelligentietests over de tijd heen
stijgen, ongeveer 3-5 punten per decennium.
Recente studies (Grégoire et al., 2016) tonen aan dat dit effect afneemt (ongeveer
0,16 punt per jaar).
Passend onderwijs;
School en leerkracht geven zo goed mogelijk onderwijs voor alle leerlingen. Als
leerlingen niet meekomen een pedagoog die meekijkt, hoe kunnen we een kind
ondersteunen? Zodat kennis optimaal wordt verworven.
Toewerken naar het optimale halen uit het onderwijs. Sinds 2014.
Doelen passend onderwijs:
- Alle kinderen krijgen een plek die past bij onderwijsondersteuningsbehoefte
- Een kind gaat naar een gewone school als dat kan
- Een kind gaat naar SO als intensieve begeleiding nodig is
- Scholen mogelijkheden hebben voor onderwijsondersteuning op maat
- Kwaliteiten van onderwijsbehoefte van het kind bepalend zijn, niet de
beperkingen
- Kinderen niet meer langdurig thuis komen te zitten, omdat er geen passende
plek is om onderwijs te volgen
Cognitive Load Theory (CLT)
- Theorie van Sweller die uitlegt hoe instructie moet worden ontworpen om het
leren van domeinspecifieke kennis te bevorderen.
- Belangrijk: werkgeheugen is beperkt → goed onderwijs moet extraneous
load (onnodige belasting) vermijden en ruimte vrijmaken om schema’s in het
langetermijngeheugen op te bouwen.
Twee belangrijke effecten:
- Worked Example Effect: beginners leren meer van uitgewerkte voorbeelden
dan van zelf problemen oplossen, omdat dit cognitieve belasting vermindert.
- Expertise Reversal Effect: naarmate leerlingen expert worden, werken
voorbeelden averechts; zelf oefenen wordt belangrijker.
Voorheen: discrepantiecriterium
Kindgericht kijken: is er een significant verschil (discrepantie) tussen de
potentie (IQ) en specifieke vaardigheid (bijv. lezen, rekenen)?
1
,Door deze manier van kijken wordt er maar naar een bepaalde doelgroep gekeken.
Daardoor krijgen een hoop andere kinderen niet de hulp die ze nodig hebben.
Discrepantiecriterium wordt niet ondersteund door onderzoek.
Intelligentie niet van belang voor ernst en aard van problemen met specifieke
vaardigheid.
Aanpak en effect van de problemen met specifieke vaardigheid.
Intelligentiemeting is niet de logische eerste stap.
Nu: Response to instruction model
Contextgericht kijken: is er sprake van onvoldoende
vooruitgang op een specifieke vaardigheid bij een
leerling ondanks goed onderwijsaanbod?
Verantwoordelijkheid in eerste instantie bij het
onderwijs
Pas na goed onderwijsaanbod en onvoldoende
vooruitgang nagaan of sprake is van leerproblemen.
Je kijkt niet direct naar het kind, maar eerst naar het
aanbod en het onderwijs.
Response to instruction model (RtI) in 3 lagen
Laag 1
- Voortgang van alle leerlingen bijhouden
- Nagaan of algemene onderwijsaanbod voldoende is
- Leerlingen identificeren die achterblijven
Laag 2
- Leeromgeving aanpassen: remediëren en intensief oefenen in groepjes
- Testen of aanpassingen effect hebben (in de klas)
Laag 3
- Leeromgeving verder aanpassen: Remediëren oefenen aanpak meer op maat.
- Testen of aanpassingen effect hebben.
Voordelen van het RTI-model
- Kinderen blijven langer in hun eigen klas
- Voor iedereen die moeite heeft met een specifieke vaardigheid krijgt extra
ondersteuning, niet voor 1 leerling specifiek.
- Preventief: vroeg identificeren en gelijk ingrijpen
- Nadruk op risico en behoeften ipv stoornis/ label
- Minder bias in selecteren ‘zorgleerlingen’
- Resultaat- en oplossingsgericht (monitoren vooruitgang, stapelen van aanbod)
- Kan samenwerking faciliteren tussen verschillende onderwijsprofessionals.
Kwesties bij het RTI-model
- Intensief voor docenten, wie doet wat?
- Pas laat gekeken naar kenmerken van het kind, focus lang op omgeving
- Wat is de grens van ‘problemen’?
- Uitgaan van goede methoden voor preventie en interventie, betrouwbare en
valide metingen van prestaties en vooruitgangen ook van kennis over beiden
binnen de school.
- Wanneer kan kind een ondersteuningsniveau terug? Hoe stabiel moet de
vooruitgang zijn?
- Nog onduidelijk in hoeverre RtI bijdraagt aan passend onderwijs.
- Maar RtI is het best mogelijke beschikbare model. Niet perfect, maar het beste
wat er is.
2
,Nederland heeft dit RTI-model in 4 niveaus verdeeld.
Het zorg continuüm
Niveau 1: goed onderwijs voor alle leerlingen (leerkracht en directie)
Niveau 2: differentiatie in de klas (leerkracht, intern begeleider, bouwcoördinator,
mentor)
Niveau 3: extra zorg buiten de klas binnen de school (intern begeleider, remedial
teacher, ouder-kind adviseur, logopedist, schoolmaatschappelijk werker
schoolpsycholoog/orthopedagoog)
Niveau 4: diagnostiek en behandeling buiten school (Psycholoog, orthopedagoog)
Niveau 1&2 moet een school kunnen leveren. Niveau 3 kan sprake zijn van externe
hulp en niveau 4 is altijd extern.
Niveau 1 – leerkracht
Kwalitatief goede instructie:
- Voldoende leer en instructietijd.
- Directe instrucitemodel met feedback
Klassenmanagement:
- Lessen goed voorbereiden
- Goede relatie met kinderen in de klas
- Inrichting van de klas
- Duidelijke regels en routines
- Voorbeeldfunctie
Positief pedagogisch klimaat.
Niveau 1 – directie
Gebruik van effectieve lesmethodes
- Evidence based (of evidence informed)
- Duidelijke leerlijn (afstemmen op mogelijkheden van leerlingen en op hun
voorkennis)
Monitoren van voortgang leerlingen
- Regelmatig toetsen
- Gebruik van een leerlingvolgsysteem
Leerlingvolgsysteem:
- Genormeerde toetsen (bijv. Cito, IEP, ParnasSys, Boom, Dia (hoef je niet te
kennen)).
Doel:
- Bepalen wat uitkomsten van de klas en school zijn.
- Bepalen of leerling vooruitgaat en of kind meer ondersteuning nodig heeft.
Classificatie van uitkomsten (Cito; I-V, A-E)
Vaardigheidsscores groei van vaardigheid van leerling.
Niveau 2
- Differentiatie in de klas; verlengde instructie
- Pre-teaching
- Re-teaching: instructie herhalen
- Extra laten oefenen, modelling, concretiseren leerstof.
3
, Niveau 1 en 2- Orthopedagoog:
- Adviseren en coachen van
leerkracht
- Zorgtraject in kaart brengen,
voordat op volgend niveau wordt
ingegrepen: diagnostische
interviews, groeps en
handelingsplannen en
observatie.
Niveau 3 (en 4)
- Breed scala aan mogelijkheden.
Gaat om (zeer) intensieve
interventie/ Ondersteuning.
- De orthopedagoog is nodig!
Kennis; over cognitieve en sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen en
van interventiemethoden en vormen die werken
Passende adviezen ten behoeve van het kind aan ouders en leerkrachten
Uitvoeren van diagnostiek en behandeling
Nederland wil van passend onderwijs naar inclusief onderwijs.
Inclusief onderwijs:
- School in school (aparte voorziening binnen een school voor leerlingen met
meer ondersteuningsbehoeften)
- Symbiose (verbondenheid van alle leerlingen)
- Pull out (tijdelijk uit een gewone klas halen voor extra ondersteuning)
- Volledige co-teaching (twee of meer leerkrachten die tegelijk lesgeven in
dezelfde klas)
Effecten van inclusief onderwijs
Academisch: resultaten gemengd → soms positief, soms geen verschil, zelden
negatief.
Sociaal: meestal positief → meer interactie, acceptatie, vriendschappen.
Voor leerlingen zonder speciale behoeften: geen negatieve effecten.
Basisonderwijs = regulier onderwijs op lagere scholen
Primair onderwijs = BO inclusief SBO en SO
Speciaal onderwijs (deze clusters zijn primair onderwijs):
Cluster 1: leerlingen met een visuele beperking
Cluster 2: dove + slechthorende en leerlingen met TOS
Cluster 3: lichamelijke en verstandelijke handicap en langdurig zieke kinderen
Cluster 4: leerlingen met psychische stoornissen en gedragsproblemen
Kerndoelen voor scholen:
- Landelijk geldend en wettelijk verplicht in funderend onderwijs
- Geven aan wat leerlingen moeten kennen en kunnen op bepaalde momenten
in hun schoolloopbaan.
4