Hoofdstuk 1: Introduction
Personal decisions (= keuzes maken die onder onze eigen controle zijn) spelen een grote rol bij
doodsoorzaken (denk aan roken, ervoor kiezen niet te sporten)
- Een systematische analyse van doodsoorzaken in de VS toonde dat nummer 1 oorzaak
van vervroegd overlijden terug te brengen is naar personal decisions
Judgement and decisions making werd eerst een belangrijk onderzoeksveld met het werk van
Tversky en Kahneman: zij benaderden de vraag over hoe mensen judgements maken door te
kijken naar cognitieve illusies (= voorspelbare/systematische manieren waarop mensen fouten
maken in hun subjectieve oordeel (eigenlijk dus terugkerende denkfouten))
- Ze wilden hiermee laten zien wanneer en hoe mensen fout gaan in hun oordeel
→ Dus net zoals we visuele illusies kennen, bevatten onze denkprocessen ook illusies, we nemen
beslissingen op manieren die niet altijd kloppen, maar wel voorspelbaar zijn (als we meer
positief affect hebben richting een baan zullen we van twee banen eerder die kiezen)
In het dagelijks leven zullen aanwijzingen zoals een positief affect vaak over iets een goed
oordeel opleveren, maar ze kunnen soms juist ook zorgen voor een fout oordeel
- Zo kan je iemand zijn oordeel over iets veranderen door hun positief affect te
manipuleren (laat ze voordat ze een oordeel maken een grappig filmpje kijken) →
mensen maken bij beslissingen hun affect dus veel
Gigerenzer wilde in tegenstelling tot kijken naar denkfouten juist laten zien dat mensen hun
redeneren vaak effectief is, en kwam met de fast-and-frugal approach (= de nadruk ligt hierbij
op hoe het gebruik van mentale shortcuts adaptief is)
- Mentale shortcuts zorgen volgens deze aanpak voor een goede balans tussen het
minimaliseren van de kosten van cognitief verwerken en tijd en het maximaliseren van de
accuraatheid van beslissingen
- De nadruk bij deze aanpak ligt op hoe zulke shortcuts en regels mensen toestaan om door
complexe beslissingen te komen met relatief weinig mentale inspanning
,Beslissingen worden vaak gemaakt met onzekerheid (hoe dingen zullen gaan zijn weet je pas
later), zijn bovendien vaak time-limited (= je moet voor een bepaald moment de beslissing
hebben gemaakt) en met onze eigen cognitieve limitaties (computationele capaciteit: er is een
beperkte hoeveelheid informatie die we tegelijkertijd kunnen verwerken)
Dual-process models
Dual-process models = een brede groep theorieën die suggereren dat judgements en decisions
vaak verlopen via twee onderscheidende mentale processen
- Systeem 1: Het snelle, intuïtieve, automatische, emotie gedreven, niet altijd bewust
toegankelijke verwerkingssysteem
- Systeem 2: Het cognitief belastende, bewuste, seriële, gecontroleerde, reden gedreven en
bewust toegankelijke verwerkingssysteem
Voorbeeld: vooroordelen
- Systeem 1: een persoon zijn impliciete, automatische negatieve assumpties
- Systeem 2: probeert deze negatieve automatische processen te overschrijven door bewust
te redeneren
Mentale shortcuts vallen primair gezien onder systeem 1, en dat soort judgements kunnen we als
we daarvoor kiezen en genoeg tijd hebben overschrijven met systeem 2
Sloman: Als eerste echt ondersteuning voor twee systemen
- Hij suggereerde dat één systeem associatief is (redeneren in dat systeem gaat over
similarity en statistische informatie) → Associatieve systeem gebruiken we bijvoorbeeld
om een vogel die we zien te classificeren als een soort vogel, omdat hij lijkt op die soort
en dat statistisch gezien likely is
- Hij suggereerde dat het andere systeem regel-gebaseerd is (dit systeem hangt af van
logische regels, of regels van de sociale of natuurlijke wereld, of computer algoritmes) →
Regel-gebaseerde systeem gebruiken we om die vogel ook als een soort vogel te
, classificeren, maar dan op basis van regels (het is een vogel, hij heeft deze kleur, deze
grootte, etc.)
Eerst werd door anderen gedacht dat je dan of het associatieve of het regel-gebaseerde systeem
had → Maar Sloman beargumenteerde juist dat mensen beiden hebben, en dat deze tegelijkertijd
werken en zowel een gelijk als verschillend oordeel kunnen vormen.
Kritiek op dual-processing models ging vaak over dat het vaag en slecht gedefinieerd was
- Als reactie hierop dat het niet per se is dat alle attributen van elk systeem samen
voorkomen (snel en automatisch van systeem 1 hoeft dus niet per se ook samen te gaan
met associatief en parallel verwerken)
→ En ook is het mogelijk dat zowel het intuïtieve als het bewuste verwerken gebaseerd is op
regels
Hoewel het niet meer zo strikt wordt gezien als twee systemen, is het dual-process raamwerk nog
steeds handig, omdat er sommige elementen zijn die in alle dual-process theories wel voorkomen
- Het ene type verwerken is automatisch, niet-bewust en snel → Type 1 verwerken (dus
niet meer denken in termen van type 1 systeem maar type 1 verwerken)
- Het andere type verwerken is bewust, opzettelijk en langzaam → Type 2 verwerken
Alleen type 2 verwerken is verbonden met het werkgeheugen (= ons beperkte capaciteit bewuste
denken) en wordt daardoor moeilijker als je hersenen al belast zijn (type 1 verwerken wordt hier
dus niet door beïnvloed)
- Type 2 verwerken werkt dus niet goed als je nog een taak aan het doen bent die je
werkgeheugen vereist
Evans en Stanovich noemen type 1 intuïtief en type 2 reflectief
- Type 1 kan dus zonder het werkgeheugen en type 2 niet
- Ook benoemden zij dat type 1 verwerken automatisch en uit gewoonte komt, waar type 2
verwerken reflectief is en los van de directe situatie kan plaatsvinden (dus als je
bijvoorbeeld abstract, hypothetisch of prospectief denkt doe je dat via type 2 verwerken)
, Evans en Stanovich suggereren dat basis affect (of iemand een negatieve of positieve emotie
voelt) geassocieerd is met type 1 verwerken → Het idee hierbij is dat mensen, vaak automatisch
en niet per se bewust, zich door zulk basis affect laten leiden in hun oordeel
- Meer complexe vormen van affect, zoals gedetailleerde interpretaties die mensen maken
van hun affect (ik voel me schuldig, boos, vijandig), wordt eerder geclassificeerd als type
2 verwerken
Dus dual-process models geven een beetje een georganiseerd raamwerk voor judgement and
decision-making
Major types of decision-making models
Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie modellen van decision-mkaing
1. Beschrijvende modellen (descriptive models)
Proberen te beschrijven hoe mensen daadwerkelijk beslissen en oordelen, zonder hierbij aan te
geven of dit goed of fout is. Dual-process models vallen bijvoorbeeld in deze categorie: ze
beschrijven bijvoorbeeld gewoon de data hoe vaak mensen shortcuts gebruiken en dat deze weer
bewust overschreven kunnen worden
2. Normatieve modellen
Dit soort modellen reflecteren optimale/ideale besluitvorming
- Een normatief decision process moet logisch zijn en consistent zijn met iemands eerdere
beslissingen en voorkeuren, en neemt alle relevante data mee
- Normatieve modellen reflecteren ook het besluitvormingsproces van hoe een persoon
dichterbij zijn doelen kan komen bijvoorbeeld
3. Prescriptieve modellen
Bevelen een specifieke manier aan waarop mensen moeten oordelen en besluiten: kan een
normatieve manier zijn, maar is vooral een verbetering op basis van wat mensen nu doen (dus je
wilt bijvoorbeeld minder bacteriën in de schoolkeuken overbrengen naar het eten, maar je denkt