Forensische Orthopedagogiek Samenvatting
o Literatuur
College 1
Literatuur
- Introductie Forensische Orthopedagogiek: Hoofdstuk 1, 14, en 23
- Ernstige gedragsproblemen bekeken vanuit zelfdeterminatie: Hoofdstuk 2 en 3.
- Mechanisms of childhood trauma: an integrative review of a multimodal, transdiagnostic
pathway
- Verduidelijkend artikel - Niet alles werkt in de jeugdhulp
Hoofdstuk 1: Forensische Orthopedagogiek
Forensische Orthopedagogiek: bestudeerd de ontwikkeling en in stand houding van complexe
problematiek van kinderen, jongeren en jongvolwassenen (waaronder delinquentie, ernstige
gedragsproblemen naast trauma’s en daarmee samenhangende opvoedings- en gezinsproblemen).
De problemen zijn zo erg dat justitieel ingrijpen dreigt.
Dit kan op twee manieren:
1. Strafrechtelijk ingrijpen: jeugdige is in aanraking gekomen met de politie door een strafbaar
feit, er wordt binnen de jeugdstrafrechtketen bepaald welke strafrechtelijke interventie nodig
is om herhaling (recidive) te voorkomen.
2. Civielrechtelijk ingrijpen: er zijn zorgen over de ontwikkelingskansen of veiligheid van de
jeugdige. Het gaat hierbij om maatregelen/interventies voor bescherming van het kind.
Door de civiel- of strafrechtelijke invalshoek heet deze wetenschap forensische orthopedagogiek.
Forensische orthopedagogiek onderzoekt de effectiviteit van (justitiële) preventieve en curatieve
interventies onder praktijk-representatieve condities. Op basis van kennis over statistische
(onveranderbare) en dynamische (veranderbare) factoren. Deze verklaren het ontstaan en voortbestaan
van ernstige problemen. Het is dus ook een interventiewetenschap met een multidisciplinair karakter,
want kennis is afkomstig uit verschillende disciplines.
Opvoeding staat centraal binnen Forensische orthopedagogiek op verschillende niveaus:
1. Eerste opvoedingsmilieu: gezin.
2. Tweede opvoedingsmilieu: school.
3. Derde opvoedingsmilieu: leeftijdsgenoten en vrije tijd.
4. Vierde opvoedingsmilieu: afhankelijk van de openheid/geslotenheid, bevat dit meer of
minder aspecten van de 3 andere milieus (gaat hier om (semi) residentiele zorg jeugdigen).
Uit deze milieus zijn aanwijzingen dat opvoeding bijdraagt aan de instandhouding en het ontstaan van
problemen, maar dat het ook een beschermende factor kan zijn.
Forensische orthopedagogiek begint vanuit het bio-ecologische ontwikkelingsmodel (Bronfenbrenner)
- Biologisch: dit houdt in dat de ontwikkeling van een kind gezien wordt vanuit een samenspel
tussen aanleg (biologische factoren) en omgeving.
- Ecologisch: het ecologische betekent dat meerdere (causale invloeden) worden bestudeerd.
Dus de individuele kenmerken van het kind, de opvoeder en de interactie daartussen. De
directe sociale omgeving en de sociaal culturele context.
- Ontwikkeling: naast het kind en zijn gedrag veranderen in de loop van de tijd ook de sociale
context en het belang van risico en beschermende factoren. De nadruk ligt op
ontwikkelingsverschillen in manifestatie van problemen en een opeenstapeling van risico’s in
de levensloop.
Levensloop: specifieke levensgebeurtenissen, kunnen een belangrijke invloed hebben op het leven
van kinderen/jongeren en hun gezinnen op een positieve en negatieve manier.
De ontwikkeling en het gedrag is dus multi-causaal bepaald.
,2
- Daarom moeten interventies zich richten op het problematisch functioneren van het kind maar
ook op de sociale omgeving.
- Met speciale aandacht voor het kind zijn ontwikkelingsmogelijkheden binnen de
opvoedingscontext. Forensische orthopedagogiek bestudeerd hoe complexe risico’s en
problemen kunnen worden voorkomen, beperkt of weggenomen.
- Ook bij jongeren met een verstandelijke beperking (vaak gaat het dan om agressieproblemen
of inzet van dwangmiddelen).
Een belangrijke leidraad is het Internationaal Verdrag Inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
Vier artikelen zijn belangrijk:
1. Artikel 3 Belang van het kind: belangen van het kind moeten de eerste overweging zijn.
2. Artikel 9 Gezinsleven: het kind mag niet gescheiden worden van het gezin, tenzij daartoe
bevoegde autoriteiten anders beslissen in het belang van het kind.
3. Artikel 12 Participatie: het kind dient gehoord te worden en mag zijn mening uiten, hier
wordt passend belang aan gehecht in overeenstemming met de leeftijd en rijpheid.
4. Artikel 16 Geen ongeoorloofde interventie.
Mede door deze rechten is forensische orthopedagogiek een interventie wetenschap die naast een
evidence-based focus op feiten (empirie) ook georiënteerd is op (verheldering) van waarden.
- Gestreefd naar kennis om beter te kunnen handelen en is een kritische houding tegenover
vormen van (justitieel) ingrijpen die inbreuk maken op de autonomie van kind/gezin.
- Uithuisplaatsing bijvoorbeeld is een ultimum remedium.
Een ander belangrijk uitgangspunt is dat het kind zelf iemand wil zijn met een eigen oordeel
Dit is belangrijk bij interventies net als het betrekken van het kind in een positief proces van
verandering (therapeutisch uitgangspunt). Hierbij kan worden voldaan aan basale behoefte en
zelfdeterminatie.
Ryan en Deci omschreven deze behoeften als:
1. Contact (sociale verbondenheid).
2. Competentie (vertrouwen in eigen kunnen).
3. Autonomie (vrijheid).
Hierom is therapeutisch handelen bij (justitiële) interventies het optimum-remedium criterium. Dit
houdt in dat er gestreefd wordt dat kinderen zich tot volle potentieel kunnen ontwikkelen.
Interventies/ingrijpen kan negatieve gevolgen hebben. Daarom moeten de interventies getoetst worden
op hun effectiviteit aan de hand van strenge criteria voor wetenschappelijk onderzoek: het primum
non noncere-principe is hierbij belangrijk.
- Primum non noncere-principe: in eerste instantie mag je geen schade toebrengen.
- Interventies worden soms opgelegd met dwang en/of drang. De rechtvaardiging hiervan is dan
ook goed aangetoonde effectiviteit en uitsluiten van negatieve effecten.
- Evidence-based forensische jeugdhulp is daarmee een kernwaarde van forensische
orthopedagogiek.
De onderzoeksdoeleinden van forensische orthopedagogiek zijn
- Bestuderen van verschillende manifestaties van problemen waarbij justitieel ingrijpen nodig is
of dreigt. Hierbij zijn de oorzaken, gevolgen en opvoedbelasting belangrijk. Net als de eisen
die aan de omgeving van het kind gesteld worden. Risico en beschermende factoren spelen
hierbij een belangrijke rol.
- Ontwikkelen en evalueren van preventieve en curatieve (justitiële) interventies die zich richten
op oorzaken en gevolgen.
- Ontwikkelen en verbeteren van methoden om gegevens te verwerven, risico’s in te schatten en
de juiste interventies te kunnen indiceren en analyseren.
- Theoretische integratie is het onderzoek doormiddel van (kwantitatieve en kwalitatieve)
overzicht studies.
, 3
Hoofdstuk 14: Wat is specifiek aan forensische orthopedagogiek orthopedagogiek?
Het biosociaal model: Dit model staat centraal in de relatie tot het ontstaan en de instandhouding van
gedragsproblemen en opvoedproblemen. Het model gaat ervanuit dat gedragsproblemen altijd
multicausaal bepaald zijn. Een cumulatie van risicofactoren kan vervolgens leiden tot ernstige
problematiek, waaronder delinquentie.
Het specifieke van forensisch orthopedagogische diagnostiek
Er zijn een aantal verschillen met de reguliere diagnostiek
1. Forensische orthopedagogische diagnostiek maakt standaard gebruik van zoveel mogelijk
informatiebronnen. Omdat informatie van een bron vaak onvolledig of incorrect is. Zo
kunnen ouders liegen over een mishandeling of de jeugdige over een gepleegd delict. Dus
informatie moet geverifieerd worden. Het dossier blijkt vaak onvolledig en onbetrouwbaar.
Want het blijkt dat informatie (door de privacywetgeving) niet altijd even makkelijk onderling
tussen hulpverleners gedeeld. Dit kan een onjuiste inschatting van problematiek veroorzaken.
2. Het gebruik van risico-taxatie instrumenten. Er kan hiermee een inschatting worden
gemaakt op bijvoorbeeld kindermishandeling of delinquentie. De inschatting van risico’s is
niet statisch, het is een continu proces: omstandigheden veranderen.
Ook al is een risico-taxatie instrument beter dan een ongestructureerd klinisch oordeel, de validiteit
kan matig zijn. Bijvoorbeeld iemand wordt ten onrechte beoordeeld als hoog risico. Het verbeteren
van validiteit is een work in progress. Men moet zich realiseren dat je problematisch gedrag nooit
perfect kan voorspellen omdat er veel toevallige factoren kunnen spelen.
3. Er is altijd comorbiditeit. Wat differentiaal diagnostiek vaak lastig maakt. Daarnaast spelen er
binnen het systeem vaak veel dingen die de jongere beïnvloeden.
4. In plaats van beslisdiagnostiek is er proces diagnostiek waardoor inzichten in de aard en ernst
van problematiek kunnen wijzigen.
Hoofdstuk 23: Wat is specifiek aan forensische orthopedagogische behandeling?
Forensisch orthopedagogische behandeling wordt uitgevoerd onder de regie van een gecertificeerde
instelling en heeft een aantal specifieke kenmerken
- Behandeling vindt plaatst binnen justitieel kader (er is dus drang of dwang): meestal is
de behandeling opgelegd door de rechter of dreigt er justitieel ingrijpen. Daarom is motivatie
een specifiek aandachtspunt in de behandeling. Dit zal dan ook om meer inspanning vragen
dan normaal. Het justitiële kader bepaald ook de duur van de behandeling.
- De doelgroep is complex en heeft vaak ernstige problemen: hierdoor moet de behandelaar
veel opletten op de veiligheid. Ook omgaan met agressie dient aandacht te krijgen. Daarnaast
is de behandelaar kwetsbaar, als er iets misgaat (wat in deze setting regelmatig gebeurt) wordt
een uitgebreid onderzoek gedaan naar of de behandelaar tekort is geschoten of een verkeerde
risico inschatting heeft gemaakt.
- Het grote aantal betrokkenen bij een gezin: dit is onoverzichtelijk voor cliënten en veel
partijen moeten hierdoor samenwerken. Dit kan zorgen voor ruis binnen de behandeling.
Artikel: niet alles helpt in de Jeugdzorg
Onderzoek naar leefklimaat, coping en motivatie (Van der Helm e.a., 2014)
The Relationship Between Detention Length, Living Group Climate, Coping, and Treatment
Motivation Among Juvenile Delinquents in a Youth Correctional Facility
Kernpunten:
- Doel: onderzoeken hoe leefklimaat in gesloten jeugdzorg en JJI’s samenhangt met motivatie
en coping.
- Bevindingen: Jongeren in een positief leefklimaat (veilig, steunend, rechtvaardig,
groeigericht) hebben meer behandelmotivatie en ontwikkelen betere coping strategieën.
Een negatief leefklimaat (veel regels, straf, weinig steun) vermindert motivatie, verhoogt
stress en kan probleemgedrag versterken. Langere detentie in negatief klimaat → grotere
kans op stagnatie en verslechtering.
- Conclusie: een goed leefklimaat is cruciaal voor behandelmotivatie en gedragsverandering.