1
Begrippenlijst Forensische Orthopedagogiek
College 1
Begrip Uitleg
Moreel beraad Als niemand het meer weet, met zijn alle om tafel; wat dan
wel?
Prefrontale cortex Heeft als functie zelfregulatie, planning & organiseren. Dit
neemt af als gevolg van sociale isolatie & discriminatie.
Zelfdeterminatie Theorie (ZDT) Verbondenheid (veiligheid), competentie (de belofte van
- Ryyan & Deci bloei) & autonomie (controle; ook veiligheid).
Hersenhormonen in het brein Activatie: vechten, vluchten, verstijven, altijd alert.
- Glutamaat
Hersenhormonen in het brein Rust, reinheid, regelmaat, relatie.
- Gaba
Drie soorten hersenen Vechten, vluchten of bevriezen. Krokodil kan alleen
1. Krokodil instinctief reageren en zegt hap. Hoe meer stress, hoe
sneller hap; krokodil vindt niemand aardig.
Drie soorten hersenen Emotionele zelfregulatie is adaptief en flexibel, ook
2. Paard culturele aspecten (belangrijk voor zelfregulatie). Gaat ook
over aardig vinden/houden van. Gedeelte van onze hersenen
wat sneller op hol slaat: emoties kunnen ons beïnvloeden en
gaan er dan met onze zelfregulatie vandoor.
Drie soorten hersenen Prefrontale cortex. Gaat over cognitieve zelfregulatie met
3. Ruiter als functie dat we in de toekomst gaan ontwikkelen. Werkt
samen met paard, als die samenwerken is er goede balans in
het gluconaat en heeft krokodil minder invloed. Ruiter is
verbonden met beloning, motivatie, creativiteit en
doelgerichtheid.
PTSS Disregulatie van cognitie en emotie in het zoogdierenbrein.
Het medisch model Probleemgedrag heeft als oorzaak een hersenziekte, die als
het goed gediagnosticeerd is, gekoppeld kan worden aan
een evidence-based behandeling voor gedrag.
Integriteit paradox Het kwade doen omdat je goed wilt doen.
Defensieve routines Het kan niet en het mag niet om jezelf te beschermen tegen
lastige en onzekere situaties onder tijdsdruk en onzekerheid
(bijv. ‘zo doen wij dat hier’).
Collaborative care Behandelmodel waarin verschillende zorgverleners, zoals
huisarts, psychiater en psycholoog, samenwerken om
iemand met psychische problemen te ondersteunen. De zorg
wordt gecoördineerd, zodat behandelingen op elkaar
aansluiten en de patiënt centraal staat. Doel: effectiviteit
van zorg te vergroten door samenwerking, gedeelde
besluitvorming en continue evaluatie.
Forensische orthopedagogiek Bestudeerd ontwikkeling en in stand houding van complexe
problematiek kinderen/jongeren/jongvolwassenen.
Problemen zijn zo erg dat justitieel ingrijpen dreigt.
Strafrechtelijk ingrijpen Jeugdige is in aanraking gekomen met politie door strafbaar
feit, wordt binnen jeugdstrafrechtketen bepaald welke
strafrechtelijke interventie nodig is om recidive te
voorkomen.
Civielrechtelijk ingrijpen Zorgen over ontwikkelingskansen/veiligheid jeugdige. Gaat
om maatregelen/interventies voor bescherming kind.
Vier niveaus van opvoeding 1. Gezin
2. School
, 2
3. Leeftijdsgenoten en vrije tijd
4. (semi) residentiele zorg voor jeugdigen.
Bio-ecologische ontwikkelingsmodel Ontwikkeling kind wordt gezien als samenspel tussen
(Bronfenbrenner) aanleg (biologische factoren) en omgeving.
1. Biologisch
Bio-ecologische ontwikkelingsmodel Meerdere (causale invloeden) bestudeerd. Individuele
(Bronfenbrenner) kenmerken kind, opvoeder en interactie daartussen. Directe
2. Ecologisch sociale omgeving en sociaal culturele context.
Bio-ecologische ontwikkelingsmodel Ook sociale context en belang risico en beschermende
(Bronfenbrenner) factoren veranderen in leven. Nadruk ligt op ontwikkeling
3. Ontwikkeling verschillen en opeenstapeling risico’s in levensloop.
Levensloop Specifieke gebeurtenissen kunnen belangrijke invloed
hebben op leven op positieve en negatieve manier.
IVRK Belangen van het kind moeten eerste overweging zijn.
1. Art. 3 Belang van het kind
IVRK Kind mag niet gescheiden worden van gezin, tenzij daartoe
2. Art. 9 Gezinsleven bevoegde autoriteiten anders beslissen in belang kind.
IVRK Kind dient gehoord te worden en mag mening uiten, hier
3. Art. 12 Participatie passend belang aan gehecht.
IVRK Mag geen interventie ingezet worden die niet passend en
4. Art. 16 Geen ongeoorloofde geaccepteerd is door professionals.
interventie
Optimum-remedium criterium Wordt naar gestreefd dat kinderen zicht tot volle potentieel
ontwikkelen. Behandeling/maatregel mag alleen worden
toegepast als deze noodzakelijk is om het doel te bereiken
en niet zwaarder is dan nodig.
Primum non noncere-principe In eerste instante geen schade toebrengen.
Biosociaal model Centraal in relatie tot ontstaan en instandhouding gedrags-
en opvoedproblemen. Gaat ervan uit dat gedragsproblemen
altijd multi-causaal bepaald zijn. Cumulatie risicofactoren
kan vervolgens leiden tot ernstige problematiek.
Begrippenlijst Forensische Orthopedagogiek
College 1
Begrip Uitleg
Moreel beraad Als niemand het meer weet, met zijn alle om tafel; wat dan
wel?
Prefrontale cortex Heeft als functie zelfregulatie, planning & organiseren. Dit
neemt af als gevolg van sociale isolatie & discriminatie.
Zelfdeterminatie Theorie (ZDT) Verbondenheid (veiligheid), competentie (de belofte van
- Ryyan & Deci bloei) & autonomie (controle; ook veiligheid).
Hersenhormonen in het brein Activatie: vechten, vluchten, verstijven, altijd alert.
- Glutamaat
Hersenhormonen in het brein Rust, reinheid, regelmaat, relatie.
- Gaba
Drie soorten hersenen Vechten, vluchten of bevriezen. Krokodil kan alleen
1. Krokodil instinctief reageren en zegt hap. Hoe meer stress, hoe
sneller hap; krokodil vindt niemand aardig.
Drie soorten hersenen Emotionele zelfregulatie is adaptief en flexibel, ook
2. Paard culturele aspecten (belangrijk voor zelfregulatie). Gaat ook
over aardig vinden/houden van. Gedeelte van onze hersenen
wat sneller op hol slaat: emoties kunnen ons beïnvloeden en
gaan er dan met onze zelfregulatie vandoor.
Drie soorten hersenen Prefrontale cortex. Gaat over cognitieve zelfregulatie met
3. Ruiter als functie dat we in de toekomst gaan ontwikkelen. Werkt
samen met paard, als die samenwerken is er goede balans in
het gluconaat en heeft krokodil minder invloed. Ruiter is
verbonden met beloning, motivatie, creativiteit en
doelgerichtheid.
PTSS Disregulatie van cognitie en emotie in het zoogdierenbrein.
Het medisch model Probleemgedrag heeft als oorzaak een hersenziekte, die als
het goed gediagnosticeerd is, gekoppeld kan worden aan
een evidence-based behandeling voor gedrag.
Integriteit paradox Het kwade doen omdat je goed wilt doen.
Defensieve routines Het kan niet en het mag niet om jezelf te beschermen tegen
lastige en onzekere situaties onder tijdsdruk en onzekerheid
(bijv. ‘zo doen wij dat hier’).
Collaborative care Behandelmodel waarin verschillende zorgverleners, zoals
huisarts, psychiater en psycholoog, samenwerken om
iemand met psychische problemen te ondersteunen. De zorg
wordt gecoördineerd, zodat behandelingen op elkaar
aansluiten en de patiënt centraal staat. Doel: effectiviteit
van zorg te vergroten door samenwerking, gedeelde
besluitvorming en continue evaluatie.
Forensische orthopedagogiek Bestudeerd ontwikkeling en in stand houding van complexe
problematiek kinderen/jongeren/jongvolwassenen.
Problemen zijn zo erg dat justitieel ingrijpen dreigt.
Strafrechtelijk ingrijpen Jeugdige is in aanraking gekomen met politie door strafbaar
feit, wordt binnen jeugdstrafrechtketen bepaald welke
strafrechtelijke interventie nodig is om recidive te
voorkomen.
Civielrechtelijk ingrijpen Zorgen over ontwikkelingskansen/veiligheid jeugdige. Gaat
om maatregelen/interventies voor bescherming kind.
Vier niveaus van opvoeding 1. Gezin
2. School
, 2
3. Leeftijdsgenoten en vrije tijd
4. (semi) residentiele zorg voor jeugdigen.
Bio-ecologische ontwikkelingsmodel Ontwikkeling kind wordt gezien als samenspel tussen
(Bronfenbrenner) aanleg (biologische factoren) en omgeving.
1. Biologisch
Bio-ecologische ontwikkelingsmodel Meerdere (causale invloeden) bestudeerd. Individuele
(Bronfenbrenner) kenmerken kind, opvoeder en interactie daartussen. Directe
2. Ecologisch sociale omgeving en sociaal culturele context.
Bio-ecologische ontwikkelingsmodel Ook sociale context en belang risico en beschermende
(Bronfenbrenner) factoren veranderen in leven. Nadruk ligt op ontwikkeling
3. Ontwikkeling verschillen en opeenstapeling risico’s in levensloop.
Levensloop Specifieke gebeurtenissen kunnen belangrijke invloed
hebben op leven op positieve en negatieve manier.
IVRK Belangen van het kind moeten eerste overweging zijn.
1. Art. 3 Belang van het kind
IVRK Kind mag niet gescheiden worden van gezin, tenzij daartoe
2. Art. 9 Gezinsleven bevoegde autoriteiten anders beslissen in belang kind.
IVRK Kind dient gehoord te worden en mag mening uiten, hier
3. Art. 12 Participatie passend belang aan gehecht.
IVRK Mag geen interventie ingezet worden die niet passend en
4. Art. 16 Geen ongeoorloofde geaccepteerd is door professionals.
interventie
Optimum-remedium criterium Wordt naar gestreefd dat kinderen zicht tot volle potentieel
ontwikkelen. Behandeling/maatregel mag alleen worden
toegepast als deze noodzakelijk is om het doel te bereiken
en niet zwaarder is dan nodig.
Primum non noncere-principe In eerste instante geen schade toebrengen.
Biosociaal model Centraal in relatie tot ontstaan en instandhouding gedrags-
en opvoedproblemen. Gaat ervan uit dat gedragsproblemen
altijd multi-causaal bepaald zijn. Cumulatie risicofactoren
kan vervolgens leiden tot ernstige problematiek.