Fundamentele begrippen
Populatie: alle items die van belang zijn voor het onderzoek
Variabele: karakteristiek van de populatie
Steekproef: deel dat uit de populatie wordt getrokken
Parameter: waarde die betrekking heeft op de populatie (gemiddelde µ, percentage)
Steekproefgrootheid: waarde berekend op basis van onderzoek vd steekproef
Statistiek: twee soorten toepassingen
Beschrijvende statistiek
Betreft het:
● Verzamelen van data
● Presenteren van data
● Karakteriseren van data
Doel= het beschrijven van data (grafiek)
Verklarende statistiek
Betreft het:
● Schatten
● Toetsen van hypothesen
Doel= conclusies trekken over karakteristieken van de populatie
Gemaakt door Sophia Vernooij - Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Schatten: het proces
● De grootte van de steekproef
● Hoe groter je steekproefomvang, hoe kleiner de spreiding rondom de uitkomst
Onbekende populatiekenmerken worden geschat: de notaties
Intervalschatting
● Geeft een range van waarden (waar tussen een waarde moet liggen)
● Geeft informatie over de nauwkeurigheid/ betrouwbaarheid van de schatting
➔ Wordt gegeven in kanstermen
Voorbeeld: het onbekende populatiegemiddelde ligt tussen 50 & 70 met 95%
betrouwbaarheid (=betrouwbaarheidsinterval)
Veel gebruikte intervallen
1 sigma, 2 sigma, 3 sigma (Ligt met 95% betrouwbaarheid tussen … en … )
90%= 1.65
95%= 1.96
99%= 2.58
Betrouwbaarheidsniveau
Kans dat de onbekende populatiewaarde in het interval ligt
Notatie (1 - α) %
α is de kans dat de waarde niet in het interval ligt (de onbetrouwbaarheid); alpha
➔ Betrouwbaarheid omhoog, nauwkeurigheid omlaag
Veel gebruikte betrouwbaarheden zijn: 99%, 95% en 90%
Factoren die de breedte van een interval bepalen
1. Spreiding in de data: bepaalt met σ
2. Steekproefgrootte: σ x= σ / √n
3. Niveau van betrouwbaarheid: (1- α) Z-waarde
Gemaakt door Sophia Vernooij - Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.