Frans: Samenvatting: Grammatica
5 Le présent - De onvoltooid tegenwoordige tijd
Waar je in het Nederlands de tegenwoordige tijd gebruikt, gebruik je in het Frans meestal de
présent.
J’habite à Paris. Ik woon in Parijs.
werkwoorden op -er werkwoorden op -ir werkwoorden op -re
habiter (wonen) choisir (kiezen) attendre (wachten)
habite choisis attends
habites choisis attends
habite choisit attend
habitons choisissons attendons
habitez choisissez attendez
habitent choisissent attendent
6 Le passé composé - De voltooid tegenwoordige tijd
Als je iets wilt vertellen of beschrijven wat in het verleden is gebeurd of wat iemand heeft
gedaan, gebruik je de passé composé. Deze bestaat uit een hulpwerkwoord (avoir of être)
en een voltooid deelwoord (participe passé).
J’ai parlé. Ik heb gesproken.
Het voltooid deelwoord
Het voltooid deelwoord (participe passé) kan regelmatig of onregelmatig zijn.
Het regelmatig voltooid deelwoord maak je als volgt.
werkwoorden op -er Haal de laatste -r weg en zet een rencontrer rencontré
accent op de laatste -e: é.
werkwoorden op -ir Haal de laatste -r weg. choisir choisi
werkwoorden op -re Haal -re weg en zet achter de stam répondre répondu
een -u.
De hulpwerkwoorden avoir en être
, samenvatting, Frans
Als je in het Nederlands hebben gebruikt, gebruik je in het Frans avoir. Gebruik je in het
Nederlands zijn, dan gebruik je in het Frans avoir óf être.
De volgende veelvoorkomende werkwoorden vervoeg je met avoir, terwijl je in het
Nederlands zijn gebruikt.
Changer (veranderen), commencer (beginnen), déménager (verhuizen), disparaître
(verdwijnen), être (zijn), finir (beëindigen), grandir (opgroeien), réussir (slagen), vieillir (oud
worden).
ATTENTION De wederkerende werkwoorden (bijvoorbeeld se laver, zich wassen) vervoeg
je in het Frans altijd met être.
Het accord van het voltooid deelwoord
Soms krijgt het voltooid deelwoord (participe passé) een extra e en/of s, dit noemen we
accord. Dat gebeurt wanneer:
- het voltooid deelwoord met être vervoegd wordt.
- het voltooid deelwoord met avoir vervoegd wordt en er een lijdend voorwerp vóór de
persoonsvorm (met hulpwerkwoord) staat.
Het voltooid deelwoord wordt met être vervoegd
Als je être gebruikt als hulpwerkwoord, komt er een extra e en/of s achter het voltooid
deelwoord. Wat erachter komt is afhankelijk van het onderwerp.
In dit schema zie je welke extra letters bij het onderwerp horen.
Onderwerp Voltooid deelwoord
mannelijk enkelvoud -
vrouwelijk enkelvoud -e
mannelijk meervoud -s
vrouwelijk meervoud -es
Het voltooid deelwoord wordt met avoir vervoegd en het lijdend voorwerp staat vóór
de persoonsvorm
Als het voltooid deelwoord met avoir wordt vervoegd en het lijdend voorwerp staat vóór de
persoonsvorm, dan moet er soms een extra e en/of s achter het voltooid deelwoord komen.
Wat erachter komt is afhankelijk van het lijdend voorwerp.
Het lijdend voorwerp kan in de volgende drie gevallen vóór de persoonsvorm staan.
1 Als het lijdend voorwerp een persoonlijk naamwoord is.
Il l’a achetée. Hij heeft hem gekocht. (l’ = la voiture in dit geval)
2 In vraagzinnen die beginnen met quel(les).