de Universiteit van Amsterdam - Schooljaar 2025/2026
Voor het vak is de volgende literatuur voorgeschreven;
▪ College 1 –
o Jacobs, N. (2023). Een uitweg in tien stappen. Zorgvuldig besluiten in een complexe casus of
beroepsethisch dilemma.
o NVO (2025). Beroepscode van de NVO. Editie 2025. Utrecht: NVO. = NIET opgenomen
o Samenwerkende Beroepsverenigingen (december 2020). Wegwijzer Zorgvuldig handelen bij
toestemming voor jeugdhulp. = NIET opgenomen
▪ College 2 -
o Bruning, M. R., Van den Brink, Y. N., & Punselie, E. C. C.– Hoofdstuk 10
o Wissink, I. B. (2021). Jeugdrecht en jeugdbescherming
o Wissink, I. B., Asscher, J. J., & Stams, G. J. J. M. (2023). Online delinquent behaviors of adolescents:
Parents as potential “influencers”? International Journal of Offender Therapy and.
o Wissink, I. B., Standaert, J. C. A., Stams, G. J. J. M., Asscher, J. J., & Assink, M. (2023). Risk factors
for juvenile cybercrime: A meta-analytic review.
▪ College 3 –
o Bruning, M. R., Van den Brink, Y. N., & Punselie, E. C. C.– Hoofdstuk 6
▪ College 4 -
o Höfte, S. J. C. (2024). Het juridisch kader als pedagogische ruimte. Proefschrift, Universiteit van
Amsterdam. Hoofdstuk 5: Jeugdigen en ouders recht doen: Een pedagogisch kinderrechtenperspectief
o Bruning, M. R., Van den Brink, Y. N., & Punselie, E. C. C. Hst. 11.17
o Schie, L. van, Nijhof, K. S., Mulder, E. A., Kuiper, C. & Harder, A. T. (2023). The impact of the
transformation toward small-scale residential youth care facilities on professionals: A qualitative study,
o Souverein, F. A., Mulder, E. A., Domburgh, L. van & Popma, A. (2023). Relational security:
conceptualization and operationalization in small-scale, strengths-based, community-embed-ded
youth justice facilities,
▪ College 5 -
o Bruning, M. R., Van den Brink, Y. N., & Punselie, E. C. C. – Hoofdstuk 11 (zonder 11.17)
▪ College 6 –
o Bruning, M. R., Van den Brink, Y. N., & Punselie, E. C. C. – Hst. 6.3.4
o Basismodel meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling = NIET opgenomen
o Afwegingskader meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling = NIET opgenomen
o Rap, S. E. (2023). Participatie in het jeugdstrafrecht: in hoeverre ervaren jongeren procedurele
rechtvaardigheid? Tijdschrift voor Criminologie, 65(1-2), 68.
o Aanvullende literatuur: Samenvatting 2 adviesstukken van de RSJ = NIET opgenomen
, FORENSISCHE ORTHOPEDAGOGIEK + RECHT
Week 1: Ethiek en Beroepscode Orthopedagogen – Nicoline Jacobs
Waar komen de normen vandaan die in de beroepscode van de NVO (Nederlandse Vereniging van onderwijskundigen
en pedagogen) zijn vastgelegd?
▪ Antwoord: Professionals uit het werkveld & de normen en waarden zoals zij vinden dat die essentieel zijn voor de
uitoefening van het beroep.
▪ De NVO beroepscode (of je er lid van bent of niet) geldt ten allen tijde.
▪ Inschrijven bij de NVO is niet verplicht, het is een vrijwillige toetreding. Eenmaal lid, val je onder het
verenigingstuchtrecht.
▪ Met een registratie bij de SKJ committeer je je ook aan het tuchtrecht.
Een beroepscode is een normenstelsel voor een beroepsgroep met de volgende kenmerken;
▪ Verzameling van (meer en minder) open normen, richtsnoer en toetssteen voor het professionele handelen.
▪ Grote rol voor oordelen en verantwoorden vanuit de professionele autonomie.
▪ Verbindend voor wie lid beroepsvereniging en/of geregistreerd is.
▪ Eventuele koppeling aan verenigingstuchtrecht.
Definitie II: een beroepscode is een Gecodificeerde beroepsnormen die door de leden van een beroepsgroep breed
worden gedragen en worden voorgteleefd en die als leidend en bindend worden beschouwd voor het professionele
handelen van die leden.
Er is veel ruimte voor oordelen en besluiten op basis van professionele autonomie (= het recht om te mogen putten uit
je professionele vaardigheden, kennis etc.)
▪ Volledig betekent dit dat professionele autonomie het volgende betekent; het gebruiken van de bevoegdheid,
gebaseerd op deskundigheid en wijsheid, om als beoefenaar van een professie, tot een eigen oordeel te komen en
daar naar te handelen. Het benutten van de discretionaire (naar eigen deskundig inzicht te benutten) ruimte die
inherent is aan professioneel handelen. Vergt oordeelsvermogen en besluitvaardigheid (de vaardigheid om tot een
gewogen besluit te komen).
▪ Voorbeeld: Een zeer angstig en teruggetrokken (jong) kind zal een SEO ondergaan (Ouders hebben beide
toestemming gegeven). Moeder vraagt aan de pedagoog- raadsonderzoeker of zij in de onderzoeksruimte aanwezig
mag zijn terwijl de pedagoog het onderzoek uitvoert omdat zij haar kind wil steunen. De pedagoog legt aan moeder
uit waarom zij niet aan het verzoek tegemoet zal komen.
In welk artikel van de Jeugdwet is de norm van de ‘verantwoorde werktoedeling opgenomen’?
▪ Strafrecht is niet het juiste middel om fouten binnen de Jeugdhulp te beoordelen. Als reactie hierop werd het
tuchtrecht ontwikkeld.
▪ Wat houdt deze wet in? Bij de zeer complexe casussen moet een HBO geschoolde professional ingezet worden met
als achterliggende gedachte de juiste zorg bieden.
▪ Antwoord: Artikel 4.1.1.1 lid 1 en 2
Wat is beroepsethiek?
Definitie I: body of rules → regels en richtlijnen die door de leden van een beroepsgroep als leidend voor de morele
kwaliteit van de beroepsuitoefening worden gezien. Bronnen zijn hier de beroepscode, consensus over good practice
(blijkend uit richtlijnen en protocollen) & uitspraken van de tuchtrechter.
Definitie II: practice → beroepsnormen (professioneel moraal) herkennen en benoemen en gestructureerd toepassen: in
de professionele relatie, in MDO, bij intervisie en in collegiaal overleg.
Definitie III: Onderwerp van wetenschappelijke bestudering, het resultaat van systematische en kritische reflectie door
deskundigen op morele waarden, morele en juridische normen en van hun of de professie.
,Beroepsethiek als wetenschap….
Drie domeinen waarin moraal ontstaat;
1. Privédomein: normen samenhangend met persoonlijke relaties: gezin, vrienden, familie, collega’s, persoonlijke
moraal.
2. Professioneel domein: normen samenhangend met functie of beroepsrol: docent, politieagent,
gedragswetenschapper etc.
3. Publieke domein: normen in wet- dan wel geldend voor alle leden van de samenleving; indien consensus of
meerderheid maar niet gecodificeerd: maatschappelijk moraal.
Voorbeelden;
Je houdt op uitnodiging een lezing op een school voor VO over het alcoholschenk- en -verkoopverbod aan jongeren
onder de 18. Uit welk domein komt de ‘nog geen 18 = NIX’-norm
Antwoord 1: publieke domein
Je bent als pedagoog betrokken bij de reclassering van een cliënt die veroordeeld is voor een seksueel misdrijf. Hij
vertelt seksblaadjes te lezen. Jij rapporteert negatief over je cliënt aan de reclassering omdat je mannen die seksblaadjes
lezen afkeurt. Uit welk domein komt deze norm?
Antwoord 2: privédomein
Je hebt een verslag geschreven n.a.v. onderzoek van de jeugdige en je vraagt de ouders of je een kopie aan de
gezinsvoogd mag sturen. Uit welk domein komt deze norm?
Antwoord 3: professioneel domein
De professionele standaard (“De gereedschapskist”); de beroepscode van de betreffende beroepsgroep bestaat uit:
▪ De kennis en vaardigheden (opleiding, bij- en nascholing, ervaring) horend bij het beroep en de functie
▪ Wet- en regelgeving (hoofdstuk 7 Jeugdwet is van groot belang)
▪ Richtlijnen (alle kennis is gebundeld per thema)
▪ Good clinical practice/ evidence based practice/ best practices, standaarden en protocollen van de beroepsgroep
▪ Consensus, standpunten, adviezen en handreikingen van de beroepsgroep/ beroepsverenigingen
▪ Jurisprudentie maakt zeker deel uit van de professionele standaard
Pijlers van de beroepsethiek van pedagogen;
▪ Weldoen, leed vermijden
▪ Geen schade toebrengen
▪ Respect voor autonomie
▪ Rechtvaardigheid in de zin van ‘ieder het zijne’
▪ Integriteit - zeggen wat je doen & doen wat je zegt maar ook de grenzen van het eigen handelen kunnen erkennen
▪ Deskundigheid
▪ Vertrouwelijkheid
▪ Verantwoording
Voorbeelden: meerzijdige loyaliteit jegens systeem/ meervoudige partijdigheid, informatie passend bij
ontwikkelingsniveau, transcultureel werken, niet doorgaan met begeleiden bij voldoende resultaat, bijscholen en
collega’s consulteren, beroepsgeheim en dossier bijhouden.
Fundamentele beginselen (Principles of Biomedical Ethics) – Beauchamp en Childress
Vier beginselen als fundamenteel voor ethiek van de zorg;
1. Respect for autonomy – respect voor autonomie/ zelfbeschikking
2. Beneficence – weldoen (het bevorderen van iemands welzijn/ iemand willen helpen)
3. Non-maleficence – niet schaden (iemand niet verder schaden dan nodig is of al gebeurd is)
, 4. Justice – rechtvaardigheid (iedere cliënt wil je in een situatie brengen waardoor diegene op zijn/haar manier kan
participeren in het leven)
Wanneer is er sprake van een beroepsethisch dilemma?
De professional vindt een bepaald voorschrift in een bepaalde situatie niet rechtvaardig.
Voorbeeld:
▪ Jongen van 11 lijdt ernstig onder de scheiding van ouders. Moeder meldt aan voor hulpverlening, geen toestemming
van vader. VS
▪ Art. 7.3.11 lid 3 Jw Informeren ouder(s) in het belang van een 15 jarige of jongere jeugdige.
OF
De professional erkent een norm die hij/zij moet naleven als rechtvaardig maar erkent een andere norm als net zo
rechtsvaardig, terwijl ze niet beide opgevolgd kunnen worden.
Voorbeeld:
▪ Beroepsgeheim vs niet schaden derde(n) VS
▪ Spreekplicht art. 7.3.11 lid 4 Jw vs behoud vertrouwensrelatie met cliënt
Soorten dilemma’s
▪ het botsen van twee beroepsethische voorschriften, uit het botsen van twee juridische regels,
▪ het botsen van een beroepsethische regel met een juridische regel.
Het kan ook een sterke persoonlijke overtuiging zijn of een gewetensconflict waardoor een dilemma ontstaat, bijv.
inzake euthanasie of abortus, kennis over een misdaad.
Zie stappenplan op de volgende BLZ