Tentamens
Midterm
➔ 10 Oktober.
➔ Inleiding verbintenissenrecht.
➔ Contractenrecht.
➔ Aansprakelijkheidsrecht.
Tentamen
➔ 8 December.
➔ Personen- en familierecht.
➔ Goederenrecht.
Herkansing
➔ 15 Januari.
, Week 36
Inleiding
Educational Video 1 – Inleiding en bronnen van
verbintenissen
LEERDOELEN VIDEO 1:
1) U kunt het onderscheid tussen het publiek- en privaatrecht toelichten.
2) U kunt de indeling en (gelaagde) structuur van het Nederlands Burgerlijk Wetboek toelichten.
3) U kunt uitleggen wat de begrippen: ‘personen- en vermogensrecht’, ‘natuurlijke personen’ en ‘rechtspersonen’,
‘rechtssubject’ en ‘rechtsobject’, ‘subjectief/objectief recht’, ‘rechtsfeit, ‘rechtshandeling’ en ‘feitelijke handeling’
inhouden en kunt deze begrippen van elkaar onderscheiden.
4) U kunt uitleggen welke privaatrechtelijke (rechts)bronnen bestaan en kunt onderscheid maken tussen deze bronnen.
Privaatrecht
➔ Contractenrecht.
➔ Aansprakelijkheidsrecht.
➔ Personen- en familierecht.
➔ Goederenrecht.
Onderscheiden in:
➔ Personenrecht.
o Personen- en familierecht.
o Rechtspersonenrecht.
➔ Vermogensrecht (algemeen).
o Verbintenissenrecht.
▪ Contractenrecht.
▪ Aansprakelijkheidsrecht.
, o Goederenrecht.
Objectief recht
➔ Het geheel van regels.
➔ Voornamelijk het BW,
➔ Het geldende recht.
Subjectief recht
➔ Komt voort uit het objectief recht.
➔ Een aan iemand toekomende bevoegdheid.
o Eigendomsrecht.
o Vorderingsrecht.
Belangrijkste bronnen
➔ Burgerlijk Wetboek.
o Gelaagde structuur = van algemeen naar meer bijzonder.
➔ Bijzondere wetten.
o Faillissementswet
o Auteurswet.
➔ Jurisprudentie.
➔ Wetenschappelijke literatuur.
Verbintenissenrecht
➔ Verbintenissen = de rechten en plichten van partijen
➔ Geeft verhouding tussen twee of meer personen.
➔ Relatief recht dat tussen …. en …. geldt.
➔ Een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen twee of meer personen op grond waarvan
de één een recht heeft op een prestatie, waartoe de ander verplicht is die te verrichten.
Goederenrecht
➔ Goederen = Zaken zijn voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten.
, ➔ Geeft verhouding van personen tot goederen.
➔ Absoluut recht dat tegen iedereen kan worden ingeroepen.
o Eigendom.
Rechtsfeit
Rechtsfeit = een feit waar het objectieve recht een rechtsgevolg aan koppelt.
➔ Rechtshandelingen → Menselijke handeling met een beoogd rechtsgevolg → Contract
tekenen.
o Eenzijdig overeenkomst.
▪ Gericht → Opzeggen van de huurovereenkomst.
▪ Ongericht → Opstellen van een testament, het erkennen van een kind.
o Meerzijdige overeenkomst → Overeenkomst → Aanbod en aanvaarding.
➔ Feitelijke handelingen → Vloeit voort uit de wet → Onrechtmatige daad.
➔ Blote rechtsfeiten → 18 jaar worden, geboren worden.