Anatomie & fysiologie
Week 1 het hart
• Kent de anatomie van het hart;
• Begrijpt de werking van de hartkleppen;
Een hart heeft vier kleppen die zorgen dat het bloed in de juiste richting stroomt. Hartkleppen
hebben geen spierweefsel en bewegen niet uit zichzelf. Ze openen en sluiten zich door
drukverschillen in de bloedstroom, die ontstaan door het afwisselend samentrekken en ontspannen
van het hart.
Het systeem van het openen/sluiten van de hartkleppen werkt als volgt:
De vier hartkleppen zijn:
1. Mitraalklep -> tussen linkeratrium en linkerventrikel
2. Tricuspidaalklep -> tussen rechteratrium en rechterventrikel
3. Aortaklep -> ligt aan het begin van de aorta
4. Pulmonaalklep -> ligt tussen rechterventrikel en longslagader
• Kan de hartcyclus beschrijven;
1. Passieve vullingsfase
Dit is de rustfase van het hele hart. De boezems en kamers zijn ontspannen. De bloeddruk is overal in
het hart heel laag. Aan het einde van de hart rustfase zijn de boezems en de kamers gevuld met
bloed.
2. Actieve vullingsfase
, Contraheren beide atria onder invloed van de impulsen uit de sinusknoop. Door de atriale systole
worden de holle aders en de longaders dicht geknepen, waardoor het bloed in de goede richting naar
de ventrikels geduwd wordt.
3. Ventrikel systolische fase
Als eerst ontspannen de beide boezems zich en worden de sinusprikkels via de AV-knoop, de
bundeltakken en de purkinjevezels over de kamerwand verspreid. De kamers beginnen zich samen te
trekken en het bloed in de kamers komt onder te staan. De AV-kleppen zijn dicht.
• Weet hoe de hartactie tot stand komt;
- Sinusknoop geeft prikkel af
- De prikkel spreidt zich over de cellen van beide atria
- De prikkel bereikt de atrioventriculaire knoop (AV knoop) en wordt door deze knoop
vertraagde met 0,1 seconde
- De prikkel spreidt zich over de bundel van His en bundeltakken
- De prikkel spreidt zich over de Purkinje vezels welke opgaan in ‘gewone’ myocard vezels
• Kan de termen: frequentie, regulariteit en aequiliteit (gelijkmatigheid) uitleggen
Hartfrequentie: aantal hartslagen per minuut
Hartregulariteit: de regelmatigheid van de hartslagen
Hartaequiliteit: je kunt spreken over gelijkmatigheid als alle hartslagen even krachtig en voelbaar
zijn.
• Kent de basisprincipes van het ECG
Een elektrocardiogram is een registratie van de elektrische activiteit van het hart.
Wordt gemeten met 10 elektroden.
➔ Als de elektrische stroom vanuit het hart richting de elektroden stroomt, wordt de uitslag
op de ECG positief ( )
➔ Als de elektrische stroom vanuit het hart van de elektroden af stroomt, wordt de uitslag op
de ECG negatief ( )
• Herkent de hartactie op het ECG en kan benoemen welk deel van het ECG, welk deel van de
hartactie representeert;
- P-golf is het samentrekken van de boezems (de lijn wordt daarna weer vlak, omdat het
elektrische signaal even wordt vastgehouden)
- Het QRS-complex vertoont het samentrekken van de ventrikels (een middeling van de
depolarisatiegolven).
- De T-golf ontstaat door repolarisatie van de ventrikelcellen.
Week 1 het hart
• Kent de anatomie van het hart;
• Begrijpt de werking van de hartkleppen;
Een hart heeft vier kleppen die zorgen dat het bloed in de juiste richting stroomt. Hartkleppen
hebben geen spierweefsel en bewegen niet uit zichzelf. Ze openen en sluiten zich door
drukverschillen in de bloedstroom, die ontstaan door het afwisselend samentrekken en ontspannen
van het hart.
Het systeem van het openen/sluiten van de hartkleppen werkt als volgt:
De vier hartkleppen zijn:
1. Mitraalklep -> tussen linkeratrium en linkerventrikel
2. Tricuspidaalklep -> tussen rechteratrium en rechterventrikel
3. Aortaklep -> ligt aan het begin van de aorta
4. Pulmonaalklep -> ligt tussen rechterventrikel en longslagader
• Kan de hartcyclus beschrijven;
1. Passieve vullingsfase
Dit is de rustfase van het hele hart. De boezems en kamers zijn ontspannen. De bloeddruk is overal in
het hart heel laag. Aan het einde van de hart rustfase zijn de boezems en de kamers gevuld met
bloed.
2. Actieve vullingsfase
, Contraheren beide atria onder invloed van de impulsen uit de sinusknoop. Door de atriale systole
worden de holle aders en de longaders dicht geknepen, waardoor het bloed in de goede richting naar
de ventrikels geduwd wordt.
3. Ventrikel systolische fase
Als eerst ontspannen de beide boezems zich en worden de sinusprikkels via de AV-knoop, de
bundeltakken en de purkinjevezels over de kamerwand verspreid. De kamers beginnen zich samen te
trekken en het bloed in de kamers komt onder te staan. De AV-kleppen zijn dicht.
• Weet hoe de hartactie tot stand komt;
- Sinusknoop geeft prikkel af
- De prikkel spreidt zich over de cellen van beide atria
- De prikkel bereikt de atrioventriculaire knoop (AV knoop) en wordt door deze knoop
vertraagde met 0,1 seconde
- De prikkel spreidt zich over de bundel van His en bundeltakken
- De prikkel spreidt zich over de Purkinje vezels welke opgaan in ‘gewone’ myocard vezels
• Kan de termen: frequentie, regulariteit en aequiliteit (gelijkmatigheid) uitleggen
Hartfrequentie: aantal hartslagen per minuut
Hartregulariteit: de regelmatigheid van de hartslagen
Hartaequiliteit: je kunt spreken over gelijkmatigheid als alle hartslagen even krachtig en voelbaar
zijn.
• Kent de basisprincipes van het ECG
Een elektrocardiogram is een registratie van de elektrische activiteit van het hart.
Wordt gemeten met 10 elektroden.
➔ Als de elektrische stroom vanuit het hart richting de elektroden stroomt, wordt de uitslag
op de ECG positief ( )
➔ Als de elektrische stroom vanuit het hart van de elektroden af stroomt, wordt de uitslag op
de ECG negatief ( )
• Herkent de hartactie op het ECG en kan benoemen welk deel van het ECG, welk deel van de
hartactie representeert;
- P-golf is het samentrekken van de boezems (de lijn wordt daarna weer vlak, omdat het
elektrische signaal even wordt vastgehouden)
- Het QRS-complex vertoont het samentrekken van de ventrikels (een middeling van de
depolarisatiegolven).
- De T-golf ontstaat door repolarisatie van de ventrikelcellen.