Alle hoorcolleges Burgerlijk Recht I (incl.
avondcolleges) van het studiejaar 2020-2021
Week 1
Hoorcollege 1
Goederenrechtelijk deel van het vermogensrecht
Uit welk arrest komt het onderscheid tussen goederenrecht en verbintenissenrecht
voort? HR Blauwboer/Berlips. Verbintenisrechtelijk recht: kun je alleen degene
aanspreken tot wie je in relatie staat. Ook wel relatieve werking genoemd.
Goederenrechtelijke rechten kun je tegen eenieder inroepen, ook wel absolute werking
genoemd.
Opstal: boek 5. Algemeen vermogensrecht: boek 3.
Goederen
Voor een basis in het goederenrecht kun je naar de eerste 10 artikelen van Boek 3 BW
kijken.
Art. 3:1 BW Definitie goederen. Wat maakt het uit of iets een goed is, ja of nee?
Van belang of iets eigendom kan zijn of niet. Waarom zou je dat willen weten?
Voor de overdraagbaarheid. Welke goederenrechtelijke rechten kennen we nog
meer? Beperkte rechten. Denk aan hypotheekrecht en pandrecht. Als iets geen
goed is dan is het goederenrecht niet van toepassing. Wanneer maakt dat uit?
Voor bijvoorbeeld de vraag of iets eigendom kan zijn. Goederen zijn zaken en
vermogensrechten.
Art. 3:2 BW Stoffelijke objecten die voor menselijke beheersing vatbaar zijn.
Randgevallen:
De maan Geen zaak, het is namelijk niet voor menselijke beheersing
vatbaar
Water Wel, want stoffelijk object en voor menselijke beheersing
vatbaar.
Een hond Waarom is een hond geen zaak? Uitgesloten, art. 3:2a BW.
Dieren zijn geen zaken, maar we behandelen ze wel als zaken. Op de vraag
is een hond een goed zeg je dus nee.
Vuilnis Wel, want stoffelijk object en voor menselijke beheersing
vatbaar. Ook zaken zonder eigenaar is het een zaak.
Een mens Nee.
Een nier Los wel, want stoffelijk object en voor menselijke beheersing
vatbaar.
Data Bestaat nog veel onduidelijkheid over.
Vermogensrechten Recht op naam. Een beperkt recht is een ook een vermogensrecht.
Assurantieportefeuille Ik denk wel dat het een goed is. Een samenstel van
overeenkomsten vormt volgens de advocaat-generaal echter geen goed dat
overdraagbaar is.
Art. 3:3 BW Verschil roerende en onroerende zaken. Het artikel sluit niks uit
want alles wat niet onroerend is, is roerend. Hoe bepaal je of iets roerend of
onroerend is? HR Portacabin De vraag: was de portacabin roerend of
onroerend. HR: als het gaat om onroerende dingen dan moet er in ieder geval
gaan om duurzame vereniging. Voor duurzaamheid moet je kijken naar de aard
en de inrichting. Is het gebouw naar aard en inrichting bestemd om duurzaam ter
, plaatse te blijven? Dit is ook wel het bestemmingscriterium. Als je dat wil weten
moet je kijken naar de bedoeling van de bouwer (voor zover naar buiten toe
kenbaar). De verkeersopvattingen (sub d) helpen daarbij maar zijn geen
zelfstandige maatstaf. Wat blijkt uit de bedoeling van de bouwer ten aanzien van
de duurzaamheid van zo’n portacabin?
Art. 3:4 BW Zaakseenheid. Iets kan een zaak worden door het aan elkaar
verbonden raken. Dan kan het volgens lid 2 niet meer zonder schade van
betekenis worden losgemaakt. Lid 1: Dat het volgens de verkeersopvattingen een
zaak is geworden. Je kijkt dus eerst naar lid 2 en dan lid 1. Als je een boek
vasthebt dan heb je niet 3 losse zaken vast: inkt, papier, een kaft. Juridisch is in
dit artikel beschreven dat het dus om één zaak gaat. Zijn batterijen die je bij
apparatuur koopt samen één zaak? Zijn de batterijen daarvan bestanddeel? Ik
vind van niet. En wat als je een elektrische tandenborstel koopt? Is de batterij dan
wel of geen bestanddeel? Ja, ik denk het wel. Als je een smartphone koopt is de
batterij dan bestanddeel? Ja, ik denk het wel. Het hangt dus van het artikel af of je
het wel of geen bestanddeel vindt. Maakt het dan nog uit of er op een verpakking
staat dat er batterijen bij zitten?
Registergoederen
Art. 3:10 BW.
Welke van deze goederen zijn registergoederen? Een registergoed is een goed
dat voor overdracht nodig heeft dat het moet worden ingeschreven in openbare
registers. Voertuigen staan wel in registers, maar indien je een auto koopt en je
het nalaat om het goed in de registers te schrijven dan blijft die auto wel gewoon
van jou. Inschrijving zegt dus niks over het feit wie eigenaar is van de auto.
Grond
Vliegtuig Niet alle vliegtuigen. Vliegtuigen die niet te boek gesteld zijn,
zijn geen registergoederen. Zo werkt het ook bij schepen.
Vrachtwagen Nee.
Pandrecht Nee.
Beperkte rechten
Art. 3:8 BW
Soorten in Boek 3 BW Vermogensrechten en zaken.
Pandrecht
Hypotheekrecht
Vruchtgebruik
Soorten in Boek 5 BW Zakelijke rechten. Valt dus alleen te vestigen op
onroerende zaken.
Opstal
Erfdienstbaarheid
Erfpacht
Zaaksgevolg en afhankelijkheid
Een afhankelijk recht is een recht dat zodanig aan een ander recht verbonden is, dat het
niet zonder dat andere recht kan bestaan. Een afhankelijk recht is nooit afhankelijk van
zijn moederrecht. Vruchtgebruik is geen afhankelijk recht. Pand en hypotheek zijn twee
afhankelijke rechten. Je hebt een hypotheek op je huis. Dat hypotheekrecht is dus niet
afhankelijk van zijn moeder, dus niet op het eigendomsrecht. Waar is dat recht van
,hypotheek wel afhankelijk van? De vordering, ook wel de geldlening. De bank heeft dus
een vordering + het hypotheekrecht uit het eigendomsrecht.
Erfdienstbaarheid: kan beide zijn. Erfdienstbaarheid is ten laste van het dienende erf
gevestigd. X mag over het erf van Y, dus moet Y een deel van zijn genotsrechten afstaan
aan X. Stel Y draagt de grond over, dan gaat de erfdienstbaarheid mee op grond van
zaaksgevolg. Stel X draagt het goed over dan gaat de erfdienstbaarheid mee over door
afhankelijkheid.
Hoorcollege 2
Wanneer is iets roerend en wanneer is iets onroerend? Blijkt in de werkgroepen
moeilijk te zijn. Waarvoor is dat onderscheid nou relevant? Voor de levering, de
notariële akte, hypotheekrecht (voor registergoederen), art. 7:2 BW, art. 7:233 BW, art.
5:20 BW, art. 3:3 BW. Art. 3:3 en 5:20 BW bevatten een soort zelfde tekst. Art. 3:3 BW
Wat is roerend en wat is onroerend? Als je dan tot de conclusie komt dat iets onroerend
is dan maakt art. 5:20 BW dat de eigenaar van de grond ook alle onroerende zaken op
die grond krijgt, tenzij uitzonderingen. Als je dan art. 5:20 BW erbij pakt dan zou je van
alles moeten kunnen zeggen of het roerend of onroerend is. Als je een willekeurige
portacabin op een stuk grond ziet staan. De eigendom van de grond omvat, voor zover
de wet niet anders bepaalt: gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn
verenigd. Dus je moet kijken of de portacabin duurzaam met de grond verenigd is. Maar
er is nog een voorvraag: Het moet bij natrekking gaan om een gebouw of een werk. Dus
is een portacabin een gebouw of een werk? Een werk is door de mens gemaakt. Denk
aan een station, grafzerk etc. Als we een portacabin niet aanmerken als een gebouw, dan
dus wel als een werk. De vervolgvraag: Is er sprake van vereniging? De vraag of er wel of
niet vereniging is met de grond wordt snel aangenomen. Grootste discussie: drijvende
woningen, die nog wel met een soort frame worden vastgehouden. Er zijn drie
antwoorden mogelijk bij vereniging:
Geen vereniging
Vereniging
Indirecte vereniging door werk of grond
De volgende vraag: is de vereniging duurzaam? HR Portacabin. Hiervoor heb je 4
criteria:
Naar aard en inrichting bestemd duurzaam ter plaatse te blijven
Bedoeling van de bouwer voor zover naar buiten kenbaar Je loopt als derde
langs de bouwkavel en moet denken: is het de bedoeling dat het gebouw er
duurzaam blijft staan? Hint van de Hoge Raad: dat het mogelijk is om dat
ding/gebouw technisch te verplaatsen doet er niet toe. Denk aan huis Margot
Ribberink. Als de Hoge Raad dit niet had gezegd zouden daarmee alle huizen
roerend zijn geworden, want kennelijk kun je alle huizen verplaatsen. Op het
moment van het verplaatsen denkt de docent dat het huis is aan te merken als
een roerende zaak. Er is namelijk geen vereniging en al helemaal geen duurzame
vereniging.
De bestemming van een gebouw of werk om duurzaam ter plaatse te blijven
Verkeersopvattingen Niet doorslaggevend.
Conclusie:
1. Is het een gebouw of werk?
2. Is er sprake van vereniging? HR Havenkranen en HR Woonark
, 3. Is de vereniging duurzaam? HR Portacabin
Je hebt ook nog objecten die niet zo duidelijk bij een gebouw horen, maar wel op het
gebouw staan. Dan kom je er misschien niet met directe vereniging met de grond. Je
kunt dan nog langs twee wegen komen tot vaststelling dat het een onroerende zaak is.
Als het goed is zijn die beide wegen besproken:
Art. 3:4 jo art. 3:3 BW Je gaat na of de GSM-antenne van het Grotiusgebouw
bestanddeel is van het gebouw. Als het een bestanddeel is van het gebouw dan is
de antenne via directe vereniging verenigd met de grond. Stel je zegt: geen
bestanddeel van het gebouw: art. 5:20 lid 1 sub e BW. Hierbij hoort HR
Depex/Curatoren. Kun je via 2 manieren vaststellen:
Begin bij lid 2: Bestanddeel indien je het niet kan afscheiden zonder dat
beschadiging van betekenis wordt toegebracht aan een der zaken Is
makkelijk te beantwoorden.
Lid 1: Is iets via de verkeersopvattingen één zaak? HR Depex/Curatoren.
Er stond een waterdestillatieapparaat in het gebouw van Depex. Is dit nou
een bestanddeel van het gebouw geworden, ja of nee? Waarom van
belang: wel bestanddeel: onroerend. Geen bestanddeel: roerend. Waar
mag je volgens de Hoge Raad niet op letten? Het productieproces. Logisch:
want het productieproces is geen zaak. Je kijkt naar:
o Constructieve afstemming
o Of het een incompleet is zonder het ander
Hoge Raad: dit ding kun je prima weghalen. Dus roerende zaak.
Een paar jaar verder: welk argument zou je aanvoeren als je wil dat dat
ding als onroerend wordt bestempeld? Art. 5:20 lid 1 sub e: indirecte
vereniging. Betogen dat het gebouw via indirecte vereniging met het
gebouw toch verenigd is met de grond.
Art. 5:20 lid 1 sub e jo art. 3:3 BW Als het verenigd is met een gebouw of werk
dan is het ook onroerend. Geen bestanddeel, maar dus toch onroerend.
Wisseldeuren: bouwdeuren die worden neergezet tot het huis klaar is en de goede
deuren in het huis worden gezet. Zijn die wisseldeuren onroerend? Normaal gesproken
is een deur bestanddeel van een huis. Als argument kun je ertegen inbrengen: vervult
een tijdelijke hulpfunctie dus roerend (HR Prorail/Rijswijk). Dus als je bij art. 3:4 BW zit
(bestanddeelvorming) kijk je naar HR Depex. Dan heb je 2 criteria uit dit arrest die je
gebruikt voor de afweging of iets een bestanddeel is:
Constructieve afstemming
Incompleet zonder de ander
Je kunt daarbij als derde punt toevoegen:
Tijdelijke hulpfunctie (HR Prorail/Rijswijk) van een andere zaak
Hoe zit het dan met de antenne op het dak? Art. 3:4 BW:
Lid 2: Afscheiden zonder schade van betekenis Waarschijnlijk weg te halen
zonder het aanbrengen van schade van betekenis.
Lid 1: Is het faculteitsgebouw incompleet zonder antenne? Nee. Constructieve
afstemming? Misschien maar waarschijnlijk niet.
Art. 5:20 lid 1 sub e jo. 3:3 BW Misschien kom je dan via indirecte vereniging wel tot
de conclusie dat het ding onroerend is geworden.
avondcolleges) van het studiejaar 2020-2021
Week 1
Hoorcollege 1
Goederenrechtelijk deel van het vermogensrecht
Uit welk arrest komt het onderscheid tussen goederenrecht en verbintenissenrecht
voort? HR Blauwboer/Berlips. Verbintenisrechtelijk recht: kun je alleen degene
aanspreken tot wie je in relatie staat. Ook wel relatieve werking genoemd.
Goederenrechtelijke rechten kun je tegen eenieder inroepen, ook wel absolute werking
genoemd.
Opstal: boek 5. Algemeen vermogensrecht: boek 3.
Goederen
Voor een basis in het goederenrecht kun je naar de eerste 10 artikelen van Boek 3 BW
kijken.
Art. 3:1 BW Definitie goederen. Wat maakt het uit of iets een goed is, ja of nee?
Van belang of iets eigendom kan zijn of niet. Waarom zou je dat willen weten?
Voor de overdraagbaarheid. Welke goederenrechtelijke rechten kennen we nog
meer? Beperkte rechten. Denk aan hypotheekrecht en pandrecht. Als iets geen
goed is dan is het goederenrecht niet van toepassing. Wanneer maakt dat uit?
Voor bijvoorbeeld de vraag of iets eigendom kan zijn. Goederen zijn zaken en
vermogensrechten.
Art. 3:2 BW Stoffelijke objecten die voor menselijke beheersing vatbaar zijn.
Randgevallen:
De maan Geen zaak, het is namelijk niet voor menselijke beheersing
vatbaar
Water Wel, want stoffelijk object en voor menselijke beheersing
vatbaar.
Een hond Waarom is een hond geen zaak? Uitgesloten, art. 3:2a BW.
Dieren zijn geen zaken, maar we behandelen ze wel als zaken. Op de vraag
is een hond een goed zeg je dus nee.
Vuilnis Wel, want stoffelijk object en voor menselijke beheersing
vatbaar. Ook zaken zonder eigenaar is het een zaak.
Een mens Nee.
Een nier Los wel, want stoffelijk object en voor menselijke beheersing
vatbaar.
Data Bestaat nog veel onduidelijkheid over.
Vermogensrechten Recht op naam. Een beperkt recht is een ook een vermogensrecht.
Assurantieportefeuille Ik denk wel dat het een goed is. Een samenstel van
overeenkomsten vormt volgens de advocaat-generaal echter geen goed dat
overdraagbaar is.
Art. 3:3 BW Verschil roerende en onroerende zaken. Het artikel sluit niks uit
want alles wat niet onroerend is, is roerend. Hoe bepaal je of iets roerend of
onroerend is? HR Portacabin De vraag: was de portacabin roerend of
onroerend. HR: als het gaat om onroerende dingen dan moet er in ieder geval
gaan om duurzame vereniging. Voor duurzaamheid moet je kijken naar de aard
en de inrichting. Is het gebouw naar aard en inrichting bestemd om duurzaam ter
, plaatse te blijven? Dit is ook wel het bestemmingscriterium. Als je dat wil weten
moet je kijken naar de bedoeling van de bouwer (voor zover naar buiten toe
kenbaar). De verkeersopvattingen (sub d) helpen daarbij maar zijn geen
zelfstandige maatstaf. Wat blijkt uit de bedoeling van de bouwer ten aanzien van
de duurzaamheid van zo’n portacabin?
Art. 3:4 BW Zaakseenheid. Iets kan een zaak worden door het aan elkaar
verbonden raken. Dan kan het volgens lid 2 niet meer zonder schade van
betekenis worden losgemaakt. Lid 1: Dat het volgens de verkeersopvattingen een
zaak is geworden. Je kijkt dus eerst naar lid 2 en dan lid 1. Als je een boek
vasthebt dan heb je niet 3 losse zaken vast: inkt, papier, een kaft. Juridisch is in
dit artikel beschreven dat het dus om één zaak gaat. Zijn batterijen die je bij
apparatuur koopt samen één zaak? Zijn de batterijen daarvan bestanddeel? Ik
vind van niet. En wat als je een elektrische tandenborstel koopt? Is de batterij dan
wel of geen bestanddeel? Ja, ik denk het wel. Als je een smartphone koopt is de
batterij dan bestanddeel? Ja, ik denk het wel. Het hangt dus van het artikel af of je
het wel of geen bestanddeel vindt. Maakt het dan nog uit of er op een verpakking
staat dat er batterijen bij zitten?
Registergoederen
Art. 3:10 BW.
Welke van deze goederen zijn registergoederen? Een registergoed is een goed
dat voor overdracht nodig heeft dat het moet worden ingeschreven in openbare
registers. Voertuigen staan wel in registers, maar indien je een auto koopt en je
het nalaat om het goed in de registers te schrijven dan blijft die auto wel gewoon
van jou. Inschrijving zegt dus niks over het feit wie eigenaar is van de auto.
Grond
Vliegtuig Niet alle vliegtuigen. Vliegtuigen die niet te boek gesteld zijn,
zijn geen registergoederen. Zo werkt het ook bij schepen.
Vrachtwagen Nee.
Pandrecht Nee.
Beperkte rechten
Art. 3:8 BW
Soorten in Boek 3 BW Vermogensrechten en zaken.
Pandrecht
Hypotheekrecht
Vruchtgebruik
Soorten in Boek 5 BW Zakelijke rechten. Valt dus alleen te vestigen op
onroerende zaken.
Opstal
Erfdienstbaarheid
Erfpacht
Zaaksgevolg en afhankelijkheid
Een afhankelijk recht is een recht dat zodanig aan een ander recht verbonden is, dat het
niet zonder dat andere recht kan bestaan. Een afhankelijk recht is nooit afhankelijk van
zijn moederrecht. Vruchtgebruik is geen afhankelijk recht. Pand en hypotheek zijn twee
afhankelijke rechten. Je hebt een hypotheek op je huis. Dat hypotheekrecht is dus niet
afhankelijk van zijn moeder, dus niet op het eigendomsrecht. Waar is dat recht van
,hypotheek wel afhankelijk van? De vordering, ook wel de geldlening. De bank heeft dus
een vordering + het hypotheekrecht uit het eigendomsrecht.
Erfdienstbaarheid: kan beide zijn. Erfdienstbaarheid is ten laste van het dienende erf
gevestigd. X mag over het erf van Y, dus moet Y een deel van zijn genotsrechten afstaan
aan X. Stel Y draagt de grond over, dan gaat de erfdienstbaarheid mee op grond van
zaaksgevolg. Stel X draagt het goed over dan gaat de erfdienstbaarheid mee over door
afhankelijkheid.
Hoorcollege 2
Wanneer is iets roerend en wanneer is iets onroerend? Blijkt in de werkgroepen
moeilijk te zijn. Waarvoor is dat onderscheid nou relevant? Voor de levering, de
notariële akte, hypotheekrecht (voor registergoederen), art. 7:2 BW, art. 7:233 BW, art.
5:20 BW, art. 3:3 BW. Art. 3:3 en 5:20 BW bevatten een soort zelfde tekst. Art. 3:3 BW
Wat is roerend en wat is onroerend? Als je dan tot de conclusie komt dat iets onroerend
is dan maakt art. 5:20 BW dat de eigenaar van de grond ook alle onroerende zaken op
die grond krijgt, tenzij uitzonderingen. Als je dan art. 5:20 BW erbij pakt dan zou je van
alles moeten kunnen zeggen of het roerend of onroerend is. Als je een willekeurige
portacabin op een stuk grond ziet staan. De eigendom van de grond omvat, voor zover
de wet niet anders bepaalt: gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn
verenigd. Dus je moet kijken of de portacabin duurzaam met de grond verenigd is. Maar
er is nog een voorvraag: Het moet bij natrekking gaan om een gebouw of een werk. Dus
is een portacabin een gebouw of een werk? Een werk is door de mens gemaakt. Denk
aan een station, grafzerk etc. Als we een portacabin niet aanmerken als een gebouw, dan
dus wel als een werk. De vervolgvraag: Is er sprake van vereniging? De vraag of er wel of
niet vereniging is met de grond wordt snel aangenomen. Grootste discussie: drijvende
woningen, die nog wel met een soort frame worden vastgehouden. Er zijn drie
antwoorden mogelijk bij vereniging:
Geen vereniging
Vereniging
Indirecte vereniging door werk of grond
De volgende vraag: is de vereniging duurzaam? HR Portacabin. Hiervoor heb je 4
criteria:
Naar aard en inrichting bestemd duurzaam ter plaatse te blijven
Bedoeling van de bouwer voor zover naar buiten kenbaar Je loopt als derde
langs de bouwkavel en moet denken: is het de bedoeling dat het gebouw er
duurzaam blijft staan? Hint van de Hoge Raad: dat het mogelijk is om dat
ding/gebouw technisch te verplaatsen doet er niet toe. Denk aan huis Margot
Ribberink. Als de Hoge Raad dit niet had gezegd zouden daarmee alle huizen
roerend zijn geworden, want kennelijk kun je alle huizen verplaatsen. Op het
moment van het verplaatsen denkt de docent dat het huis is aan te merken als
een roerende zaak. Er is namelijk geen vereniging en al helemaal geen duurzame
vereniging.
De bestemming van een gebouw of werk om duurzaam ter plaatse te blijven
Verkeersopvattingen Niet doorslaggevend.
Conclusie:
1. Is het een gebouw of werk?
2. Is er sprake van vereniging? HR Havenkranen en HR Woonark
, 3. Is de vereniging duurzaam? HR Portacabin
Je hebt ook nog objecten die niet zo duidelijk bij een gebouw horen, maar wel op het
gebouw staan. Dan kom je er misschien niet met directe vereniging met de grond. Je
kunt dan nog langs twee wegen komen tot vaststelling dat het een onroerende zaak is.
Als het goed is zijn die beide wegen besproken:
Art. 3:4 jo art. 3:3 BW Je gaat na of de GSM-antenne van het Grotiusgebouw
bestanddeel is van het gebouw. Als het een bestanddeel is van het gebouw dan is
de antenne via directe vereniging verenigd met de grond. Stel je zegt: geen
bestanddeel van het gebouw: art. 5:20 lid 1 sub e BW. Hierbij hoort HR
Depex/Curatoren. Kun je via 2 manieren vaststellen:
Begin bij lid 2: Bestanddeel indien je het niet kan afscheiden zonder dat
beschadiging van betekenis wordt toegebracht aan een der zaken Is
makkelijk te beantwoorden.
Lid 1: Is iets via de verkeersopvattingen één zaak? HR Depex/Curatoren.
Er stond een waterdestillatieapparaat in het gebouw van Depex. Is dit nou
een bestanddeel van het gebouw geworden, ja of nee? Waarom van
belang: wel bestanddeel: onroerend. Geen bestanddeel: roerend. Waar
mag je volgens de Hoge Raad niet op letten? Het productieproces. Logisch:
want het productieproces is geen zaak. Je kijkt naar:
o Constructieve afstemming
o Of het een incompleet is zonder het ander
Hoge Raad: dit ding kun je prima weghalen. Dus roerende zaak.
Een paar jaar verder: welk argument zou je aanvoeren als je wil dat dat
ding als onroerend wordt bestempeld? Art. 5:20 lid 1 sub e: indirecte
vereniging. Betogen dat het gebouw via indirecte vereniging met het
gebouw toch verenigd is met de grond.
Art. 5:20 lid 1 sub e jo art. 3:3 BW Als het verenigd is met een gebouw of werk
dan is het ook onroerend. Geen bestanddeel, maar dus toch onroerend.
Wisseldeuren: bouwdeuren die worden neergezet tot het huis klaar is en de goede
deuren in het huis worden gezet. Zijn die wisseldeuren onroerend? Normaal gesproken
is een deur bestanddeel van een huis. Als argument kun je ertegen inbrengen: vervult
een tijdelijke hulpfunctie dus roerend (HR Prorail/Rijswijk). Dus als je bij art. 3:4 BW zit
(bestanddeelvorming) kijk je naar HR Depex. Dan heb je 2 criteria uit dit arrest die je
gebruikt voor de afweging of iets een bestanddeel is:
Constructieve afstemming
Incompleet zonder de ander
Je kunt daarbij als derde punt toevoegen:
Tijdelijke hulpfunctie (HR Prorail/Rijswijk) van een andere zaak
Hoe zit het dan met de antenne op het dak? Art. 3:4 BW:
Lid 2: Afscheiden zonder schade van betekenis Waarschijnlijk weg te halen
zonder het aanbrengen van schade van betekenis.
Lid 1: Is het faculteitsgebouw incompleet zonder antenne? Nee. Constructieve
afstemming? Misschien maar waarschijnlijk niet.
Art. 5:20 lid 1 sub e jo. 3:3 BW Misschien kom je dan via indirecte vereniging wel tot
de conclusie dat het ding onroerend is geworden.