Hoorcollege 1:
Van resocialisatie naar veiligheidsmaatschappij:
The penal-welfare state
kenmerken:
- welvaartmaatschappij 1950-1970 (1990 NL, dus iets langer, in de VS iets korter) → idee
sterke staat centraal, staat kan zorgen voor welvaart van de burgers, zowel de sterken
als de zwakken
- denken over oorzaken van criminaliteit → vooral verklaard vanuit sociaal-economisch
perspectief (reden om criminele pad op te gaan bijv vooral omdat hij niet dezelfde
kansen had gekregen, ongelijkheid)
- staat is verantwoordelijk voor dit probleem, moet criminaliteit aanpakken
- straffen gericht op corrigeren van afwijkend gedrag, doel is RESOCIALISATIE (terug het
goede pad op brengen, terugkeren in de samenleving)
- experts nodig die individueel bekijken welk risico welk persoon heeft en welke interventie
daarvoor nodig is
- kijken naar dader, die staat centraal (niet de bredere samenleving of slachtoffer) → wel
opvoeden van mensen die het verkeerde pad op gaan, wel bieden van nieuwe kansen
etc.
- beleid maken op basis van wetenschappelijke inzichten en expertise
→ waar komt dit idee vandaan?
, - bredere populariteit van de verzorgingsstaat, sociale voorzieningen/vangnet
- werklozen worden financieel ondersteund
- zwangerschapsverlof
- arbeidsongeschiktheidsregelingen
- opkomst van experts en professionals → mensen die iets nodig hebben van de staat
worden beoordeeld door experts
- modernistisch idee over de samenleving: technisch, niet emotioneel (beleidsmatig)
- meer rationeel in plaats van emotioneel
- support van de middenklasse en elite voor resocialisatie
- mobiliteit, middenklasse creeërt eigen waarde
- grote groep heeft zelf criminaliteit meegemaakt, wat de manier van denken over
criminaliteit beïnvloedt
- veel mensen beschadigd door de oorlog, waardoor het logisch was dat de focus
op resocialisatie lag
→ kritische noten over dit discourse:
- leuk in theorie, werkt het ook in de praktijk?
- slachtoffers krijgen geen rol, waardoor er vrij weinig ontstaat
- wie zijn eigenlijk die experts?
- hoe kan je toezicht houden op de kwaliteit van hun expertise?
- hoe komen ze tot die expertise?
- staat als de centrale actor?
- moeten we die verantwoordelijkheid wel bij de staat leggen? kan dat niet gewoon
bij de samenleving zelf
- wie is dan die ‘normale’ burger?
- veronderstelt dat een goede burger geen criminaliteit pleegt, maar is dat wel altijd
zo
→ aan het begin van het beleid daalt de criminaliteit, vanaf de jaren 90 stijgt de criminaliteit. dan
ontstaat er ook een crisis in het beleid, het beleid voldoet niet meer aan wat het beloofd. de
welvaart nam wel toe, dus wat dat betreft had de welvaartsmaatschappij wel nut gehad door bijv
meer auto’s. MAAR dit vergrootte de gelegenheid op criminaliteit (meer nieuwe middelen), ook
meer mensen gaan werken waardoor huizen vaker leeg staan, nog meer gelegenheid.
criminaliteit is daarom niet iets voor de armen in de samenleving, maar nu komt ook de
middenklasse en elite ermee in aanraking. De banden worden ook zwakker, want de staat
neemt alles van mensen uit handen, nog meer gelegenheid. maar mensen voelen zich ook
onveiliger, waardoor er meer geregistreerd wordt andere manier van criminaliteitsregistratie, we
zien dit anders waardoor we meer gaan registreren en het lijkt alsof er meer criminaliteit is. Dit is
niet perse zo, maar hierdoor voeler we ons onveiliger waardoor het systeem in een crisis beland
en we denken dat het niet werkt!!!
DUS: door het bezit van auto’s, leegstaande huizen doordat vrouwen gaan werken,
hoogwaardige draagbare goederen, minder natuurlijke controle van naaste buren of
voorbijgangers → vergroot kans op slachtofferschap → voelen we ons onveiliger door
penal welfarism in crisis: post 1970s
- het systeem werkt niet want het is niet rechtvaardig → meer emancipatiebewegingen,
activistische kant komt in opstand.
, - normatief idee over de ‘normale burger’ (niet gericht op inclusieve samenleving
met minderheden)
- het systeem werkt niet want het is te soft
- strafdoelen die centraal staan (resocialisatie) zijn een zachte hand voor de dader,
waar is de individuele verantwoordelijkheid? niet alles wordt verklaard vanuit
structurele ongelijkheid, dus harder optreden
opkomst van de maatschappij
- trend 1: harder straffen
- resocialisatie: van romantisch naar realistisch
- van nadruk op resocialisatie naar vergelding → zwaarder straffen, meer
gevangenisstraffen, maximumstraffen
- volgens Garland niet goed nagedacht over de harde straffen, wordt te
weinig rekening gehouden met de kosten en de werking ervan.
- resocialisatie verdwijnt niet als strafdoel, maar is afhankelijk van het
gedrag van de gedetineerde, het moet verdient worden door goed gedrag
te laten zien en is dus niet meer vanzelfsprekend (kijken naar inzet dader
om te laten zien aan de samenleving/systeem dat je bereid bent om terug
te keren in de samenleving)
- HEEL ANDER PERSPECTIEF OP DADERS EN STRAFFEN
- niet de dader centraal maar de slachtoffers (gaat om genoegdoening voor
de nabestaanden en slachtoffers) en samenleving als geheel (is ook
slachtoffer, potentiële slachtoffers, visie van het slachtoffer als
everyman/woman, idee dat jij het zou kunnen zijn)
- criminaliteit gezien als zero sum game → daderschap van iemand is het
slachtofferschap van de gemeenschap, geen ruimte om taart groter te
maken → wordt veronderstelt dat de winst van de dader het verlies van
het slachtoffer is
- daders gaan NIET sociaal de gevangenis in, dus je moet het hebben over
re-integreren ipv resocialisatie
- trend 2: preventief optreden tegen criminaliteit
- voorkomen is beter dan genezen, hoeft niet te worden afgewacht totdat er iets
gebeurt
- nadruk komt te liggen op het voorkomen van criminaliteit
- bredere trend van individualisering en terugtrekkende overheid →
responsabilisering = verantwoordelijkheid om de samenleving veilig te houden
niet meer alleen bij de staat, maar ook bij de burgers en private bedrijven
- de staat staat veel minder centraal, idee van liberale burger die met eigen
inzet en participatie weet wat goed is, staat is niet meer alleen
verantwoordelijk voor veiligheid, maar ook de burgers zelf, bijv fiets op
slot zetten, camera ophangen, etc
- public-private partnerships = overheid en private bedrijven worden meegenomen
in veiligheidsdenken