Week 1
Verschil in bezit en houderschap
, - Bezit houdt in dat iemand feitelijke macht over een goed heeft,
terwijl houderschap een meer juridische relatie aangeeft
- Middelijk vs onmiddellijk bezit: Middelijk bezit verwijst naar bezit via
een ander (bijv. een huurder), terwijl onmiddellijk bezit direct bij de
bezitter ligt.
Functies van bezit
1. Goederenrechtelijk: relevant volgens art. 3:84 BW
2. Bewijsrechtelijk: bezit kan dienen als bewijs in rechtszaken (art.
3:119 lid 1 BW)
3. Actiefunctie: bezit geeft rechten (art. 3:125 BW)
4. Materiele functie: bijv in verband met (art. 3:120 BW)
5. Aansprakelijkheidsfunctie: kwalitatieve aansprakelijkheid bij bezit
Eigendom en individualisatie
- Individualisatie van zaken: alleen geïndividualiseerde zaken kunnen
eigendom zijn (arrest Teixeira de Mattos)
- Natrekking: hoofdzaak en bestanddeel zijn verbonden, maar kunnen
onder bepaalde voorwaarden worden losgekoppeld (bijv.
appartementsrecht)
Bevoegdheden van eigendom
- Eigenaren hebben het recht om te gebruiken, beschikken en
revindiceren
Overdraagbaarheid van goederen
- In beginsel zijn alle goederen overdraagbaar, tenzij wettelijk of door
de aard van het recht beperkt (art. 3:83 BW)
- Wettelijke beperkingen: bijv. hoogstpersoonlijke rechten en rechten
op levensonderhoud
Eisen voor een rechtsgeldige overdracht
1. Titel: oorzaak of reden voor de overdracht
2. Beschikkingsbevoegdheid: ‘’Nemo Plus” principe; niemand kan meer
rechten overdragen dan hij zelf heeft
3. Levering: Goederenrechtelijk overeenkomst, afhankelijk van het
soort goed
Problemen bij overdracht
- Nietige titel: bijv. in strijd met de wet (art. 3:40 BW)
- Vernietigbare titel: bij wilsgebreken (art. 3:44 BW)
- Ontbinding: Gevolgen van tekortkomingen (art. 6:265 BW)
Gevolgen van beschikkingsonbevoegdheid
- Vervreemde partij is niet beschikkingsbevoegd
- Het peilmoment voor beschikkingsbevoegdheid is het moment voor
levering
- Bij overdracht door een beschikkingsonbevoegde geldt derden
bescherming volgens art. 3:86 BW (niet-registergoederen) en art.